Somalische rivalen rekruteren in Kenia

De woestijnachtige omgeving van de Keniaanse vluchtelingenkampen van Dabaab, zo?n tachtig kilometer van de Somalische grens. (FOTO REUTERS ) Beeld REUTERS
De woestijnachtige omgeving van de Keniaanse vluchtelingenkampen van Dabaab, zo?n tachtig kilometer van de Somalische grens. (FOTO REUTERS )Beeld REUTERS

Veel inwoners ontvluchten de Somalische hoofdstad Mogadishu. Ze vrezen het aangekondigde legeroffensief tegen radicale islamitische milities. De strijdende partijen ronselen strijders in buurland Kenia.

Een zanderig en zinderend landschap met daarin talrijke kuddes kamelen. Vrouwen in kleurrijke doeken bieden verse melk aan. Het woestijnachtige noordoosten van Kenia ziet er net zo uit als het buurland Somalië. Hier wonen etnische Somaliërs die dezelfde taal spreken als hun volksgenoten aan de andere kant van de grens en die eveneens moslims zijn. Alleen hun paspoorten zijn anders.

De door koloniale machten getrokken grens tussen beide landen vormt geen enkele belemmering voor de Somalische nomaden die met hun vee rondtrekken en op zoek zijn naar water en weidegronden. Ook Somalische vluchtelingen en radicale islamitische militiestrijders kunnen meestal ongehinderd de poreuze grens oversteken.

Die bewegingsvrijheid baart Kenia zorgen. Somalische militieleiders propageren een pan-islamitische staat, inclusief delen van Ethiopië en Kenia waar etnische Somaliërs leven. De zwakke Somalische regering van president Sharif Sheik Ahmed controleert, met behulp van troepen van de Afrikaanse Unie, slechts een paar delen van de hoofdstad Mogadishu. Hij heeft dringend behoefte aan militairen om het aangekondigde offensief tegen islamitische extremisten te laten beginnen.

„We werden onder valse voorwendselen geronseld voor het Somalische regeringsleger”, vertelt Abdul. Hij zit met een groep nors kijkende jonge mannen in de schaduw van een huis in Garissa, de hoofdstad van de Keniaanse provincie North Eastern.

Ze zijn werkloos en toen ze hoorden dat het Keniaanse leger rekruteerde, gingen ze er direct op af. Abdul en zijn kameraden verbaasden zich er niet over dat de rekrutering in het holst van de nacht plaatsvond. Ten slotte verwerven ieder jaar jongeren felbegeerde plaatsen binnen de strijdkrachten dankzij smeergeld of de juiste contacten. Abdul ging er van uit dat ook zij via de achterdeur bij het leger konden komen.

„Ze vertelden ons dat we zouden worden opgeleid om de grens tussen Somalië en Kenia te beschermen”, zegt Ali, een van de andere jonge mannen, gestoken in een traditionele omslagdoek en groen camouflage-T-shirt.

„Ze vervoerden ons ’s nachts in gesloten vrachtwagens van de Keniaanse overheid. Niemand hield ons aan, waarschijnlijk omdat onze trucks regeringsnummerplaten hadden.”

De ruim negentig rekruten uit Garissa werden naar Manyani gebracht, een trainingskamp voor wildparkwachters van Kenya Wildlife Service, het semi-overheidsorgaan dat de wildparken in het land beheert.

Abdul: „We arriveerden tegelijk met zo’n tweehonderd Somalische vluchtelingen. Onze identiteitspapieren werden afgenomen door gepensioneerde Keniaanse militairen die ons gingen trainen. Zij vertelden dat de uniformen en rantsoenen cadeaus waren van de Amerikanen.”

De Somalische regering wil voor haar offensief zo’n zesduizend manschappen onder de wapens hebben. Daarvoor worden strijders door de EU in Oeganda getraind en door de Fransen in Djibouti. Ook de Keniaanse regering helpt met training, maar ontkent rekrutering onder Keniaanse Somaliërs of in vluchtelingenkampen ten noorden van Garissa.

„Na enkele maanden opleiding begon het gerucht de ronde te doen dat we waren gerekruteerd voor het Somalische leger. Toen we onze commandanten om opheldering vroegen, werden we geslagen”, vertelt Ali. Enkele jongeren wisten te ontsnappen en alarmeerden, eenmaal thuis, hun ouders en de lokale autoriteiten.

„Op een dag kregen we onze identiteitspapieren terug, werden in vrachtwagens geladen en gedumpt in een plaats honderden kilometers van huis, zonder geld en zonder voedsel”, aldus Abdul.

De overheid beloofde de teruggekeerde rekruten banen, maar de meeste zijn nog altijd werkloos. „De autoriteiten moeten niet denken dat ze een spelletje met ons kunnen spelen. We zijn goed getraind en kunnen chaos veroorzaken”, dreigt Abdul. „Kort na onze terugkeer boden vertegenwoordigers van Al-Shabab ons 1500 euro als we voor hen gingen vechten.”

Al-Shabab is de meest extremistische militie in Somalië die banden onderhoudt met Al-Kaida. Jongeren die voor deze militie gaan strijden, verdwijnen meestal van de ene op de andere dag. Soms bellen ze hun ouders om te vertellen dat ze in Somalië zijn.

Honderden zijn op die manier verdwenen. Niet alleen in Garissa, maar ook in Eastleigh, een wijk van de hoofdstad Nairobi waar overwegend Keniaanse Somaliërs wonen en Somalische vluchtelingen. Ook jongeren van Somalische afkomst in het Westen sluiten zich bij Al-Shabab aan.

Het merendeel van de naar schatting een miljoen etnische Somaliërs in Kenia wil dat de regering een neutrale houding aanneemt in het conflict in het buurland. Ze vrezen Al-Shabab, dat geregeld dreigt met aanslagen in Kenia. De bomaanslagen van Al-Kaida uit 1998 en 2002 aldaar liggen nog vers in het geheugen.

„Het had allemaal niet zo ver hoeven komen in Somalië”, meent Hussein Mahat, secretaris van de Keniaanse raad van imams. Hij is de geestelijke van de Jamia-moskee in het hartje van Garissa. „Als de Unie van islamitische rechtbanken in Somalië niet was verjaagd door de Ethiopiërs met hulp van het Westen, was de situatie beter geweest. De unie was niet radicaal en het was de enige groep die het in de afgelopen twintig jaar van anarchie lukte een schijn van bestuur op te wekken.”

Sinds de unie in 2007 uit Mogadishu werd verjaagd, zijn zo’n twintigduizend burgers gedood en anderhalf miljoen ontheemd geraakt. Volgens de imam bracht die omwenteling radicalisering met zich mee. „Het conflict gaat helemaal niet om religie. Het gaat domweg om de macht in Somalië.”

Garissa is nauw verbonden met de Somalische havenplaats Kismayo, waar Al-Shabab de scepter zwaait. In winkels en op de markt liggen spotgoedkope waren. Die komen de grens over zonder dat invoerrechten worden betaald. Somalische handelaren, afkomstig van beide zijden van de grens, vervoeren de producten over sluiproutes of kopen de grensbewakers om.

Vanuit Garissa gaat een groot deel van de goederen naar Eastleigh. De zes uur durende reis naar de Keniaanse hoofdstad voert langs een kleine dertig politieversperringen. „Toch komt de smokkelwaar ongehinderd hier aan, net als strijders van Al-Shabab die in Eastleigh een paar dagen komen uitrusten of hun wonden laten verzorgen”, vertelt Abdulkarim Jimale in een luidruchtig theehuis in Eastleigh. De Somalische journalist vluchtte naar Kenia nadat radicale islamitische milities dreigden hem te doden. „Imams waarschuwen hier in moskeeën om niet in te gaan op rekrutering.”

Ali Nassir schuift aan en bestelt watermeloensap. Hij is een zakenman van middelbare leeftijd die forenst tussen Garissa en Eastleigh. Hij gelooft niet dat de extreme vorm van islam die Al-Shabab propageert, aanslaat onder etnische Somaliërs in het land. „Dat is misschien een alternatief voor mensen die in de chaos van Somalië leven, maar niet voor ons.”

De regering en de doorsnee Keniaan zijn daar niet van overtuigd. Zeker niet nadat vorige maand tijdens een protestmars van moslims in Nairobi de zwarte Al-Shabab-vlag door demonstranten werd meegedragen. Bovendien groeit de jaloezie onder andere Keniaanse volken over het zakelijke succes dat hun Somalische landgenoten boeken.

Somaliërs neigen er naar om meer onderlinge solidariteit te tonen dan naar de staat waarin ze leven. Ze zoeken elkaars gezelschap, doen gezamenlijk zaken, wonen in dezelfde buurten en trouwen zelden een niet-Somalische partner.

„De overheid vertrouwt ons niet en roept etnische Somaliërs altijd op om goede Keniaanse burgers te zijn”, merkt zakenman Nassir hoofdschuddend op. „De regering is hypocriet. Want ondertussen ronselen ze onze kinderen om in het buitenland te vechten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden