Somalië bloedt leeg

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Kenia ziet dagelijks stromen vluchtelingen binnenkomen uit buurland Somalië. In het afgelegen vluchtelingenkamp Kakuma vertellen zij hun verhalen en daarmee de recente geschiedenis van het volledig verwoeste land dat ze achter zich laten.

In de zinderende zon zoekt Mohamed Shidane Daban (35), kortweg Shidane, een plek waar schaduw is. Dat is nog niet zo eenvoudig. Zijn tent staat in ’kamp 2, fase 2’, waar pas gearriveerde Somalische vluchtelingen bivakkeren. Het is er een kale boel. Een recent opgetrokken afrastering van doorntakken werpt een reepje schaduw op het hete zand. Daar rolt hij een kokosmat uit, gaat zitten en vertelt.

Shidane is journalist. Of liever gezegd: dat was hij. In Mogadishu, de rechteloze hoofdstad van zijn rechteloze land. Zes jaar geleden berichtte hij voor het lokale station Radio Banadir over een verkrachtingszaak waarbij een bende, gelieerd aan een krijgsheer, was betrokken. Hun namen had Shidane niet genoemd maar voor velen was duidelijk wie de daders waren. Kort daarna zat hij ’s avond voor zijn huis zijn eenjarige dochter te voeden, zijn eerstgeborene. „Er verscheen ineens een man. ’Dat is Mohamed Shidane!’, riep hij. Mijn vrouw stond in de keuken. Drie mannen openden het vuur. Mijn dochter was op slag dood.” Dat de gevluchte journalist de aanslag kan navertellen mag een wonder heten: negen kogels doorboorden zijn magere lichaam. Zijn rechterarm raakte hij kwijt, aan flarden geschoten.

Shidane vertrekt voor een paar jaar naar Zuid-Afrika. Eenmaal terug in Mogadishu pakt hij de draad weer op. Het is 2007 en Somalië is het strijdtoneel van regeringstroepen gesteund door het Ethiopische leger, dat op zijn beurt wordt gesteund door de Verenigde Staten, tegen islamitische extremisten. In deze zeer woelige tijd wordt Shidane opnieuw doelwit van aanslagen. Ditmaal zijn het geen warlords maar de radicale islamisten van Al-Shabaab, die ook niet bekend staan om hun voorliefde voor kritische berichtgeving.

Hij wordt gearresteerd en zit drieënhalve maand in de gevangenis. Onder druk van zijn familie besluit hij eindelijk zijn land te verlaten. Hij blijft schrijven. Vanuit zijn nieuwe verblijfplaats, het grote vluchtelingenkamp Dadaab in Kenia, publiceert Shidane in een krant over de steniging van een dertienjarig meisje, een morbide wapenfeit van Al-Shabaab dat de wereld overgaat: onder toeziend oog van honderden mensen werd Aïsha Ibrahim Duhulow in een stadion in de Somalische havenstad Kismayo op gruwelijke wijze ter dood gebracht. Nog voordat het verhaal in de krant staat ontvangt Shidane bedreigingen van Al-Shabaab, naar hij aanneemt. Nota bene in het vluchtelingenkamp zelf. Hij krijgt extra bescherming vanwege het gevaar dat hij loopt. Er volgt een gesprek over hervestiging. „Wie weet in de VS”, zegt hij.

In het desolate Kakuma, waar Shidane nu verblijft met vrouw en kinderen, mijdt hij zoveel mogelijk contact met de buitenwereld. Hij wil liever niet herkend worden uit vrees voor nieuwe dreigingen of zelfs aanslagen. „Na zonsondergang schuil ik het liefst”, zegt hij.

Shidane is een bijzonder geval en tegelijkertijd een van de zeer velen die met smart wachten op hervestiging: een nieuwe toekomst in een nieuw land. Iemand die geen persoonlijk gevaar loopt, niet gehandicapt is of spoedeisende medische hulp nodig heeft, maakt echter vrijwel geen kans. Daarbij komt de stroperige vluchtelingenbureaucratie, die dossiers doorploegt. Individuele gevallen uit 1991 en 1992 zijn vrijwel allemaal behandeld. „Wij zijn nu bij 1993”, zegt een medewerker van de VN Vluchtelingenorganisatie (UNHCR). Eindeloos velen wachten in de troosteloze kampen, niemand weet hoe lang nog.

Kenia biedt momenteel onderdak aan ongeveer 300.000 Somalische vluchtelingen. Megakamp Dadaab, vlak bij de grens met Somalië, barst met ruim 280.000 inwoners bijna uit z’n voegen. Kakuma, in een andere Keniaanse uithoek, dient als ventiel voor Dadaab. Sinds een nieuwe golf van islamitisch extremisme Somalië teistert, zijn sinds begin mei meer dan honderdduizend mensen Mogadishu ontvlucht. Die hernieuwde stroom komt deels bovenop diegenen die al gevlucht of ontheemd waren. Dagelijks zien Keniaanse grenswachten nieuwelingen die een veiliger heenkomen zoeken. Het islamitische land in de Hoorn van Afrika met de ontzaglijk lange kustlijn is als een open wond die langzaam leegbloedt.

In gastland Kenia, dat in zijn maag zit met de groeiende Somalische vluchtelingenpopulatie, wacht een moeizaam en vaak ledig bestaan. Sommigen wagen de sprong van het kamp naar Nairobi. Maar zij belanden vrijwel zeker in de illegaliteit, in de propvolle Somalische wijk Eastleigh, ook wel klein Mogadishu genoemd; de regering van president Mwai Kibaki voert geen actief integratiebeleid.

Vrijwel iedereen hoopt daarom op hervestiging maar slechts een viertal landen – de Verenigde Staten, Canada, Nederland en Australië – is bereid vluchtelingen uit Somalië op te nemen en hun een nieuwe toekomst te bieden. De rijen voor de ambassades in Nairobi zijn iedere dag lang maar de ’quota’ zijn laag. Fraude van de kant van vluchtelingen zorgt voor irritatie en vooral voor veel onnodig oponthoud.

Somalië verkeert al achttien jaar in een toestand van anarchie. „Mede door de langdurigheid van de oorlog zien we vermoeidheid bij donoren. Ons budget is het afgelopen jaar drastisch geslonken”, zegt dezelfde medewerker van de UNHCR. Van de benodigde 73 miljoen euro was eind april nog maar 13 miljoen binnen.

In hetzelfde kamp 2, fase 2, komt Ifrah (17) met een lachend gezicht aangelopen. Ze blijkt ’voorzitter’ van de nieuwelingen in het kamp. „Dit is beter dan oorlog”, zegt ze in goed Engels met zwaar Amerikaans accent, „maar het is hier vreselijk, ik haat het.” Rondom de jonge, spontane meid drommen meteen een paar families samen. Sofia Mohamed Ali is de oudste dochter van een gezin van zeven kinderen. Haar vader, ook aanwezig, raakte sinds een mortiergranaat zijn huis in Mogadishu verwoestte zijn twee oudste zoons en praktisch zijn gehele gezichtsvermogen kwijt. Medische hulp kreeg de voormalig onderwijzer nog niet in Kakuma. Want, zegt Sofia: „Je bent vluchteling, en dit is Afrika.”

Bij de buren is het nog drukker, daar staat Mohamed Ahmed Iyaye (35) aan het hoofd van een gezin van negen kinderen. Ook Mohamed toont de wonden die de burgeroorlog op zijn lichaam aanrichtte. In zijn buik, vol brede littekens, moet sinds die ene mortieraanval een buisje gedeeltelijk de functie van maag vervullen. Hoe jammerlijk hun situatie ook is, deze families maken vrijwel geen enkele kans op hervestiging, noch op integratie in de Keniaanse samenleving. Na de lagere en middelbare school gaapt er voor de jongeren in een vluchtelingenkamp vooral leegte.

Op vrijdagochtend treffen we Shidane aan in niet al te beste toestand. Hij heeft ’s nachts weer eens geen oog dicht gedaan en hij heeft last van maagkrampen. Het voedsel kan hij steeds slechter verdragen, iets wat soms voorkomt bij mensen die te weinig eten. „Ik wil weg uit dit klotegebied”, zegt de voormalige journalist. „Als die kans me ontglipt weet ik niet meer wat ik moet doen.”

(Trouw) Beeld
(Trouw)
kinderen maken bakstenen van klei (FOTO'S JAN-JOSEPH STOK) Beeld
kinderen maken bakstenen van klei (FOTO'S JAN-JOSEPH STOK)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden