Sol LeWitt 1928-2007

Minimalist Sol Lewitt nam graag opdrachten aan, maar hij maakte zijn schilderingen nooit zelf. Dat deden ingehuurde werkkrachten.

Met de dood van Sol LeWitt op Eerste Paasdag heeft de beweging van de minimal art in de beeldende kunst een van zijn trouwste grondleggers verloren.

LeWitt werd in 1928 in Hartford in de Amerikaanse staat Connecticut geboren in een familie van Russische joden. Hij werd opgevoed door zijn moeder en een tante; zijn vader overleed toen Sol zes was.

Dat hij kunst ging studeren – die opleiding, aan Syracuse University, voltooide hij in 1949 – was „omdat ik niet wist wat ik anders moest”, zoals hij jaren later in een interview zei. Zijn militaire dienst volbracht hij ten tijde van de Korea-oorlog, maar hij heeft nooit hoeven vechten.

Sol Lewitt, grondlegger van de minimal art, was in veel opzichten de belichaming van deze vroeg-postmodernistische stroming die hij in zijn werk gedurende meer dan veertig jaar bleef vernieuwen.

Met zijn geboortejaar 1928 was Sol LeWitt de oudste nog levende deelnemer (Don Judd, die ook in 1928 was geboren, stierf in 1994) die zich in de jaren zestig plotseling temidden van een grote groep dertigers in het toen zo vibrerende New York bevond. Dertigers die overeenkomsten met zijn werk vertoonden, waren halverwege die roemruchte periode onder meer Carl Andre (1935), Dan Flavin (1933-1996) en Robert Morris (1931) naast collega’s als Robert Ryman, Robert Mangold en Frank Stella. Ze waren allemaal doordrongen van de opvatting dat de heftigheid van het schilderen sinds de jaren twintig het expressionisme en het naoorlogse abstract-expressionisme van De Kooning, Kline en Pollock) teniet moest worden gedaan door een volstrekt objectieve kijk op de vorm.

De vorm, teruggebracht tot de meest essentiële gegevens als lijn, vlak en kleur, was onderworpen aan de wetten van de esthetica en niet aan die van een persoonlijke en dus hoogst individuele uitdrukking. In feite gingen de minimalisten (de stroming vond ook weerklank bij componisten als Philip Glass, die van huis uit wiskundige was en Steve Reich) voort op de weg die al door Mondriaan, het Bauhaus en de Russische constructivisten met Malewitsj voor de Tweede Wereldoorlog was ingeslagen. Om die reden wordt het minimalisme dan ook tot het post-modernisme gerekend. In ieder geval hadden de beeldende vertegenwoordigers van de stroming gemeen dat ze blanke dertigers waren, uitsluitend werkzaam in New York, dat wil zeggen aan de Amerikaanse oostkust en verzot op de puurste vorm van esthetica. Opvallend aan deze beweging was het feit dat vrouwen er een zeer geringe rol in speelden, al deden met name Eva Hesse, Lucy Lippard en Barbara Reise wel van zich horen.

Het werk dat LeWitt in de eerste jaren van de minimal beweging maakte, was aanvankelijk monochroom, dat wil zeggen uitsluitend wit van kleur. Op de tekeningen na meed hij het platte vlak. Een korte periode dat hij als grafisch vormgever werkzaam was op het kantoor van de architect I.M. Pei (die bekend zou worden van de met een piramide afgedekte entree van het Louvre, een vorm die bij LeWitt is terug te vinden) is er waarschijnlijk de reden van dat veel werk van LeWitt zich in een architectonische context afspeelt. Zo is in Nederland zijn belangrijkste werk aan de buitenmuren van de nieuwbouw van het Gemeentemuseum in Den Haag te vinden. Daar had hij ooit in het trappenhuis van de oudbouw een indrukwekkende muurschildering laten aanbrengen, die echter bij een restauratie is verdwenen.

LeWitt maakte op basis van een modulaire vorm (meestal een witte kubus die geen enkel volume kende) sculpturen die net als de lichtsculpturen van Dan Flavin op kousenvoetjes de ruimte in beslag namen. Verder dan een aantal variaties op de kubusvorm is LeWitt vanuit een ruimtelijk perspectief nooit gekomen. De introductie van de kleur in zijn muurschilderingen is daardoor een veel grotere omslag in zijn werk geworden. Maar ook daar overheerste het element van koele rationaliteit, in die zin dat alles bedacht leek op grond van het werken met behulp van liniaal en rekenmachine.

LeWitt nam dankbaar opdrachten voor zijn werk in ontvangst, maar maakte ze zelf nooit ter plaatse. In plaats van zelf de schilderskwast te hanteren, legde hij daartoe ingehuurde werkkrachten zijn nauwkeurig omschreven plannen voor die vervolgens secuur werden uitgewerkt. Op die wijze werd elke vorm van persoonlijke emotionaliteit uitgesloten, elke persoonlijke ’toets’ vermeden en werd het individualisme dat later in het ik-tijdperk zo zou triomferen, bij voorbaat in de kiem gesmoord. Op zijn manier vertegenwoordigde LeWitt hiermee ook het conceptualisme dat eveneens is gebaseerd op rationele overwegingen.

Het heeft LeWitt nooit aan erkenning ontbroken. Hij is ook massaal gekopieerd (wat bij het ontbreken van een signatuur schaamteloos werd gedaan) en daardoor eigenlijk ook niet echt herkenbaar meer. Van zijn tentoonstellingen, waarvoor hij zijn werk net als zijn opdrachten op afstand liet uitvoeren, resteert nauwelijks meer iets, omdat hij vaak het beding opnam dat het werk na afloop van de expositietermijn met de witkwast moest verdwijnen. Afgezien van kleinere, vroege tentoonstellingen had LeWitt in 1978-’79 in het Museum of Modern Art (’MoMa’) in New York zijn eerste grote retrospectieve, in 1984 gevolgd door een niet minder belangrijk overzicht van zijn muurtekeningen (’Wall drawings’ en ’Structures’) uit de jaren 1968-1984 in zowel het Van Abbemuseum in Eindhoven als het Stedelijk in Amsterdam. Daarbovenop kwam het overzicht van de tekeningen uit de periode 1958-1992 die in 1992 in het Haags Gemeentemuseum werd gehouden.

Al die tentoonstellingen maakten duidelijk welke invloed LeWitt op het Nederlandse kunstklimaat van die tijd had. Met name waren Ad Dekkers, Jan Schoonhoven, Peter Struycken en Carel Visser betrokken bij het uitwerken van een aan LeWitt verwante abstract-geometrische taal.

Weerklank vond LeWitt ook bij de jongste generatie uit de jaren 90, de neo-geo’s wier gedachtengoed haaks stond op dat van de nieuwe wilden in de jaren 80. Zij het op enige afstand, bewees LeWitt daarmee gedurende een lange periode een factor van niet te onderschatten belang in de Nederlandse kunstscene te zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden