Soep van slappe patat: slim koken en minder verspillen valt nog niet mee

Beeld COLOURBOX

Dana Ploeger probeert de jongste voedselhypes uit. Ze haakt deze keer aan bij de kliekjesgoeroes. Want we gooien veel te veel eten weg, terwijl je van ouwe patat ook soep schijnt te kunnen te maken.

Zo, hier is de sla”, zegt mijn oudste, terwijl hij een zakje rucola op het aanrecht legt. Hij - overtuigd minimalist en aankomend student - kocht het voor vijftig cent bij de supermarkt. ‘Weggooien is zonde’ staat erop. “Je wilde toch sla? Nou, deze kan nog prima.” Ik kijk ernaar en zie een kluitje donkergroene, natte rucola tegen het plastic plakken. Ik scheur de zak open, ruik eraan, trek een vies gezicht en kieper het meteen weg. “Dat kan dus niet met rucola, dat gaat stinken en rotten.” Beteuterd druipt hij af, mij achterlatend met een dubbel schuldgevoel. Eén: was die onaardige, betweterige toon nu nodig? En twee: zo kan het niet langer. Eten weggooien dat nog eetbaar was!

In deze tijden van heftige voedselverspilling moet ik toch eens wat kritischer naar mijn consumentisme kijken: we gooien per jaar gemiddeld 41 kilo voedsel per huishouden weg. En ik ben benieuwd hoe hoog ik scoor op de weggooitest van Milieu Centraal. Op hun site staat dat we zo’n 14 procent van ons eten jaarlijks ongebruikt in de afvalbak kieperen; dat zijn bijna honderdduizend vuilniswagens vol goed voedsel. De uitkomst is klip-en-klaar: ‘Oei! Op basis van deze test gooi jij meer voedsel weg dan we gemiddeld doen in Nederland! Meer dan je denkt.’ Dat geloof ik direct.

Tijd voor nog wat diepgaander onderzoek: ik houd een week lang bij wat er zoal bij ons thuis in de vuilnisbak verdwijnt. Dit is de ‘oogst’: drie avocado’s (te veel gekocht in de aanbieding), stapels boterhammen (brood en banket staat op nummer 1 van de weggooi-top-5), een paar zachte peren, een halve pot pesto, restjes rijst en pasta en een halve fles wijn die was blijven staan. Op weggooitest.nl lees ik dat ik op basis van deze week 42 kilo voedsel per jaar in de vuilnisbak gooi; dat kost zo’n 77 euro en staat voor 64 warme maaltijden. Nog meer dan een gemiddeld huishouden. Ai!

Meteen maar op zoek naar inspiratie voor een verspiller zoals ik. Op internet floreren sites en initiatieven om voedselverspilling tegen te gaan. Zoals ‘Kliekjeskoningin’ Daisy Scholte in haar boek ‘Lekker koken met restjes’. Zij biedt een handzaam stappenplan.

Stap 1: Koop niet te veel

Het is belangrijk om niet te veel in te slaan. Dat klinkt logisch. Ik reken exact uit hoeveel ik nodig heb voor de gezinsmaaltijden en koop niet meer dan nodig; ik maak sinds jaren weer eens een boodschappenlijstje. Ook koop ik niet alle verse producten in een keer, maar vaker per week om bederf te voorkomen. En ik moet me inhouden met koken: niet meer voor de hele straat, maar afgepast op de hoeveelheid eters - wat nog lastig blijkt met al die aanwaaiende pubers.

Stap 2: Wees niet bang voor bederf

Mijn oma liet gerust een laagje schimmel op de jam ontstaan, die mijn opa er dan kloek afschepte en zei: “Deze jam kan nog prima”. Ik griezelde er altijd van - bij mij thuis geen schimmellaagjes. Nu blijkt dat ik daar best wat nonchalanter mee mag omgaan. ‘Wees niet te bang voor eten’ schrijft Daisy. Als de datum ‘tenminste houdbaar tot’ (THT) aanbreekt, hoef je het nog niet weg te gooien. Dat doe je pas als de datum van ‘te gebruiken tot’ (TGT) is bereikt. Dat blijkt voor meer mensen verwarrend te zijn. Nog een tip: verschillende supermarkten verkopen groenten die er niet perfect uitzien, maar wel prima smaken. Check!

Stap 3: Wat bewaar je waar?

Kennelijk weten we niet meer goed hoe we vers voedsel het beste kunnen bewaren. Ik leer veel: aardbeien, appels en eieren wel in de koelkast en courgette, tomaten en wortels juist niet. Wortels en prei kun je beter in een bak met zand bewaren, dan gaan ze weken mee. Dat gaat me te ver - zo’n knisper-groentela is toch niet voor niets uitgevonden? En bananen mogen absoluut niet bij ander fruit: dan rijpen ze sneller. Oké, dat is eenvoudig. Verder moet ik eten meer zien als iets levends. Dus koop ik sinds kort geen gemakszakken sla meer, maar kroppen. En die staan in een bakje met water in de koelkast: blijven ze weken goed.

Stap 4: Denk niet meer in kliekjes

‘Kliekjes zijn geen restjes, maar nieuwe ingrediënten’, schrijft Daisy Scholte. Broodkruimels over? Maak er paneermeel van. En dat restje chocopasta in de pot wordt met wat hete melk erbij een lekker glas chocolademelk. Van oud brood kun je broodsalade of pannekoeken bakken. En wat te denken van restjes patat. Daar weet Daisy wel raad mee. Die tovert ze om in patatsoep: waarom wel gekookte aardappelen gebruiken en niet koud geworden frites? Die patatsoep, daar is het niet van gekomen - te vies en zout lijkt me. Maar ik maak wel een quiche van oud brood. De bodem van zes oude boterhammen met als vulling eieren, room, kaas en wat overgebleven courgette, slappe paprika en uien. Eetbaar? Zeker. Smakelijk? Mwah. Ook handig blijkt de Slim-koken-app van het Voedingscentrum: daar toets je overgebleven groenten of andere restjes in (kwart potje pesto of blokje feta) en er rolt een recept uit. Wellicht handig voor basale koks; ik word wat mismoedig van de wel erg eenvoudige gerechten.

Na enkele weken hyperalert te zijn op heel precies inkopen, op maat koken en vers voedsel zo lang mogelijk levend te houden, ben ik het ineens zat. Het is een heel georganiseer en overal staan bakjes met restjes - ik vind het gewoon niet fris. Ik ben kennelijk niet het type mens dat zin heeft in het laten uitdrogen van brokken brood om die dan weer te verwerken tot paneermeel. Ik kieper het liever op het schuurdak voor de vogels. Zoals een buurvrouw zei: “Op een gegeven moment had ik vier bussen paneermeel. Hoeveel heeft een mens nodig?” Aan de andere kant geeft dit bewustzijn wel een goed gevoel als milieubewuste nowaster. Ik houd inderdaad minder eten over, koop bewuster in, geef minder uit. En een heerlijke bijkomstigheid vind ik het regelmatiger in elkaar flansen van een maaltijd voor het goede doel - van restjes. Ik stel minder hoge eisen aan de gezinsmaaltijd. Niemand klaagt erover en het kost minder tijd: een mooie bijvangst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden