Soedan / Twee vrouwen veroordeeld tot steniging

Twee vrouwen in Soedan zijn veroordeeld tot de dood door steniging vanwege overspel. Een tolk Arabisch was bij het proces niet aanwezig.

door Sybilla Claus

Veel is er niet bekend over de rechtsgang in Soedan. De islamistische dictatuur is erg gesloten, zelfs in de lokale pers is niets te lezen over de op handen zijnde steniging in Al-Azazi, een stadje vlakbij de hoofdstad Khartoem, in deelstaat Al-Jazeera.

Uit het archief van Amnesty International is wel een patroon op te maken: bekentenissen in Soedan worden nogal eens afgedwongen door marteling, vaak is er geen advocaat aanwezig, met regelmaat worden mensen geëxecuteerd, ook minderjarigen, en ook het afhakken van hand of voet (of de kruislingse combinatie hiervan) komt voor.

Gevangenen die medische behandeling nodig hebben, kunnen dat wel vergeten. Met name de ’noodtoestandrechtbanken’ die in 1999 zijn opgericht, staan bekend om hun harde vonnissen.

Sadia Idries Fadul (22) en Amouna Abdallah Daldoum (23) hebben zina gepleegd, overspel. Omdat de twee getrouwd zijn, is het vonnis in de sharia, het islamitisch strafrecht, bij voorbaat duidelijk: de dood door steniging. Ongehuwden komen er met 100 zweepslagen vanaf. Mannen worden zelden veroordeeld voor zina, omdat eigenlijk vier getuigen vereist zijn, en zij eenvoudig kunnen ontkennen, zoals de ’man’ van Fadul ook heeft gedaan.

Vrouwen vallen door de mand omdat ze zwanger worden. Fadul zit met haar jongste kind in de vrouwengevangenis van Wad Madani. Het is bijzonder moeizaam om details los te krijgen vanuit Al-Azazi. Het is wel dezelfde rechter geweest die het tweetal veroordeelde, op 13 februari, respectievelijk 6 maart.

Organisatie Soat (Sudan Organisation Against Torture) bracht het nieuws onlangs naar buiten, maar heeft zelf ook grote moeite om met de advocaten van de vrouwen in contact te komen, zegt woordvoerder Faisal el Bagir vanuit Khartoem.

Voor zover bekend zijn er in ieder geval in 2001 en 2003 ook vrouwen ter dood veroordeeld wegens zina. Na internationale ophef werd in Nyala, Darfur, de straf tegen Abok Alfa Akok, een Dinkavrouw, in 2002 omgezet in 75 zweepslagen. Haar advocaat stelde dat ze niet volgens de sharia gestenigd kon worden omdat ze geen moslim is. Eer ze tegen de lijfstraf in beroep kon gaan, werd die uitgevoerd. Overigens stelde Akok dat ze gedwongen was tot seks.

Alakor Lual Deng, eveneens ter dood veroordeeld, in 2003 in de deelstaat West-Kordofan, is het jaar daarop onverwacht vrijgelaten. Deng had noch een advocaat noch een tolk Arabisch-Dinka. Zij zat minstens acht maanden met haar baby in de cel.

„Inmiddels is de advocaat van Fadul in hoger beroep gegaan, de advocaat van Daldoum zou dat ook van plan zijn”, aldus El Bagir van Soat.

Internationale bemoeienis bleek in de eerdere gevallen gunstig te werken, maar omdat in dit geval de beschuldigde vrouwen moslim zijn, is niet duidelijk hoe de Soedanese rechter zal reageren.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden