Socrates op de markt in Almere

Na 2500 jaar is de Griekse filosoof Socrates terug. Trouw vroeg hem weer de markt op te gaan. Om daar te leren wat liefde is, respect en, zoals vandaag in Almere-Haven, wat vrijheid is.

Op weg naar de markt in Almere-Haven stond ik een tijdje uit te kijken over de Havensluis. Het was ruig weer, de boten in het haventje lagen te deinen, en daarachter, op het Veluwemeer, stonden koppen op het water. Alleen de zware driemaster ’Restaurant ’t Pannekoek’ lag doodstil voor anker. Ondanks de vakantietijd was het rustig in het haventje. Het duurde even voordat ik de weg kon vragen. „De markt in Almere-Haven, die ligt niet in de haven?”

„Loopt u maar met me mee”, zei de vrouw, „ik ben er net geweest, maar ik ga nog een keer. Groente vergeten te kopen.”

Mevrouw Steensma woonde niet in Almere, zij voer met haar zoon door Nederland.

„Met een motorbootje?”

Verontwaardigd draaide ze zich naar mij om. „Met een motor is niet echt.”

„Hoezo niet echt, varen is toch varen?”

„Met een motor ben je nog steeds niet vrij.”

„En als je aan het zeilen bent wel?”

Ze maakt een weids gebaar. „Moet je die wolken zien, die wind, dat water, die vogels. Zo vrij als die meeuw zullen we nooit worden, maar met zeilen kom je er wel dichtbij. Dan ga je ook met de wind mee, en dat doen die meeuwen ook.”

Ik keek naar de meeuwen. Een clubje van vijf aasde agressief op een paar hompen brood, die ze door een meisje kregen toegeworpen. „Dat begrijp ik niet”, zei ik, „u vindt die vogels vrij. Dat zeggen we graag: zo vrij als een vogeltje. Maar die beesten jagen alsof ze uitgehongerd zijn. Terwijl u rustig naar de markt wandelt om boodschappen te doen.”

„Als u het niet erg vindt”, zei ze enigszins geërgerd, „loop ik wel een beetje door, de markt is alleen vanochtend.”

Ik moest mijn best doen haar bij te benen. Er viel een stilte. Ik legde haar uit dat het niet mijn bedoeling was haar te slim af te zijn. „Vrijheid”, zei ik, „is ontzettend belangrijk, maar wat het precies is, ik weet het niet. Daarom vraag ik u naar die vogels, want die noemt u vrij.”

„Tuurlijk zijn die vrij. En dat ze aanvallen op dat brood is logisch, ze hebben geen tafelmanieren. Als dat brood er niet was geweest, waren ze over een uurtje, als de marktkooplui aan het opruimen zijn, een stukje door gevlogen om de restjes weg te pikken. Dat maakt ze niet uit.”

„Houdt vrijheid dan in dat je niets te maken hebt met tijd?”

„Niet met tijd, niet met plaats. Want ze kunnen ook gaan waarheen ze willen.”

„Als u dat niet kunt, voelt u zich niet vrij?”

„Nee. Tot twee jaar geleden werkte ik op een bank. Zat ik vast van negen tot vijf, elke dag, in een verschrikkelijk gebouw waar geen raam open kon. Dat is wel wat anders dan op een zeilboot zitten.”

Ik begreep dat mevrouw Steensma daar niet meer werkte, ze was met pensioen. „Nu bent u dus vrijer?”

„Ja, dat zou je kunnen zeggen.”

Er klonk twijfel in haar woorden, alsof mijn opmerking wel klopte maar toch niet waar was. „U voelt dat niet zo.”

Ze keek opzij, op haar hoede. „Nee. Hier op de boot wel, maar thuis niet.”

„Toch bent u tegenwoordig niet meer gebonden aan tijd en ruimte.”

Ze knikte. „Dat bedoel ik.”

Ik concludeerde dat vrijheid meer moet zijn dan op elk moment te kunnen gaan en staan waar je maar wilt. Ik vroeg of ze ergens anders door belemmerd werd.

„Belemmerd. Belemmerd. Kun je door een gevoel belemmerd worden?”

Ik haalde mijn schouders op. „Dat probeer ik te weten te komen.”

„Als iedereen naar zijn werk is, en ik loop door Den Haag, dan voel ik me overbodig. Ik kan gaan en staan waar ik wil, niemand heeft me nodig, niemand zal me missen.”

„Daardoor voelt u zich niet vrij?”

„Niet vrij, nee, zo zou je het kunnen noemen, niet vrij, nee, dat gevoel belemmert me.”

„Zo lijkt het alsof vrijheid niet zozeer met tijd en plaats, of met gebondenheid te maken heeft, maar met belemmeringen.”

Mevrouw Steensma wilde weten of daar verschil tussen zat.

„U moet nu naar een bepaalde plaats, de markt, en u moet ook op tijd zijn.”

„Ja, maar dat vind ik helemaal niet erg.”

„Nee, het belemmert u niet.”

„Helemaal niet, ik vind het juist leuk. Maar dat komt ook omdat ik vakantie heb. We zijn er. Dit is de markt. Ik ga nu groente kopen, anders hebben we vanavond niks te eten.”

Ze schoot in de lach.

„En dan moeten we op zoek naar restjes, als die meeuwen. Dat lijkt me maar niks.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden