Socrates begon ook op straat

Filosofie is ook een maatschappelijke activiteit, vindt de Rotterdamse filosoof Henk Oosterling. Hij brengt zijn opvatting in praktijk op een Rotterdamse basisschool.

In de Rotterdamse havenwijk Bloemhof loopt een groep kinderen in judopakjes de gelijknamige openbare basisschool binnen. Ze hebben net judoles gehad van Nederlands judokata-kampioene Daisy Smit.

Die judoles hebben de kinderen te danken aan filosoof Henk Oosterling. Onder de naam ’Rotterdam Vakmanstad/Skillcity’ (RVS) bedacht hij een paar jaar geleden een programma om in Rotterdam burgerschap, ondernemerschap en duurzaamheid te stimuleren. Dat moest met het onderwijs beginnen, vond hij. Oosterling vindt dat een school meer moet zijn dan een plek waar taal en rekenen wordt geleerd. Hij wil ’een school die alles opvangt dat vroeger in het maatschappelijke middenveld zat’.

Het idee voor Vakmanstad ontstond in 2004, toen de Erasmus Universiteit Rotterdam Oosterling vroeg een stadslezing te houden en een analyse te maken van de stad. De filosoof merkte toen op dat Rotterdam zich uitzonderlijk snel van arbeidsstad tot cultuurstad had ontwikkeld. Hij zag de keerzijde daarvan: arbeidsmigranten die geen baan vinden. Oosterling: „Daar liggen grote problemen, omdat deze mensen geen cent te makken hebben en hun doelen zijn afgenomen.”

In 2006 ging Vakmanschap van start, als samenwerking tussen de filosoof en het Rotterdamse herstructureringsproject Pact op Zuid. Oosterling schreef er het boek ’Woorden als daden’ over. „De crux is: hoe kun je verantwoordelijkheid terugkrijgen in een samenleving die alleen nog maar denkt in termen van aansprakelijkheid en grenzeloze consumptie?”

In het bijzonder richtte Oosterling zich op de wijk Bloemhof en de gelijknamige basisschool. De kinderen krijgen daar sinds 2008 ook les in judo, tuinieren, koken en filosofie. Filosofie is voor de geest, zegt de filosoof, en sport voor het lichaam. En omdat lichaam en geest in balans moeten zijn, eten de kinderen elke middag gezamenlijk een warme maaltijd. Veel van hen dachten dat al het eten van de supermarkt komt, daarom krijgen ze les in koken en tuinieren.

Oosterling spreekt van een ’ecosociale cirkel’: tuinieren, koken, eten en bewegen. Vervolgens wordt er gereflecteerd door middel van filosofie. Die combinatie noemt hij ’fysieke integriteit’.

Oosterling zette het onderwijsprogramma op de Bloemhof op vanuit zijn achtergrond als filosoof. Hij vindt dat we individuen tegenwoordig te veel zien als losstaande eenheden, terwijl zij volgens hem juist knopen zijn in sociale netwerken, zoals een gezin of een school. „Dat betekent dat mijn uitgangspunt niet een filosofie van identiteiten is, maar een relationele filosofie.”

Oosterling wil kinderen leren dat ze voor hun onderlinge relaties verantwoording moeten nemen. Hij vroeg zich af tot welk punt ze dat kunnen. Het antwoord ligt in ’vakmanschap’: het aanleren van vaardigheden zoals koken. „Doordat de kinderen die vaardigheden aanleren, ontdekken ze de grenzen van wat ze kunnen. Binnen die grenzen moeten ze ook leren hun verantwoordelijkheid te nemen.”

Intussen leren de kinderen ook culturele, sociale en intellectuele vaardigheden. In het aanleren en uitoefenen daarvan leren ze zich te verhouden tot de wereld en tot elkaar, zegt Oosterling. „Vaardigheden als judo en tuinieren zijn concrete uitdrukkingen van die verhouding. Judo kun je bijvoorbeeld niet in je eentje doen. Je ontwikkelt een gevoel van proportionaliteit: dat je tot een bepaald punt kunt gaan en niet verder, want dan maak je kapot wat je gemaakt hebt.”

Oosterlings relationele filosofie is vooral geïnspireerd door filosofen als Michel Foucault en Jacques Derrida, Franse denkers uit de jaren zestig. „Zij laten zien dat de spanningen en verschillen tussen mensen hun identiteit creëren. Eerst komt het verschil, dan de identiteit. Dat heb ik vertaald naar een relationele filosofie. Ik heb me gericht op wat er tussen mensen gebeurt.”

Ook weet Oosterling zich geïnspireerd door de Franse filosoof Gilles Deleuze. „Deleuze leert ons drie simpele vragen te stellen: Wat wil je? Wat kun je? En met wie ga je dat doen?” Die vragen stelt Oosterling bijvoorbeeld aan de moeders van kinderen. „Dan zie je dat sommige moeders zich bijvoorbeeld tot koks ontpoppen.”

Of de leerlingen van de Bloemhof filosofen in de dop zijn, is nog maar de vraag. „Dit is een school met veel godsdienstige kinderen”, zegt Oosterling. „Op alle vragen heeft Allah het antwoord. Je moet deze kinderen dus openmaken, zodat ze plezier krijgen in het debatteren, zonder zich gebruuskeerd te voelen in hun geloofsbeleving.”

Slechts enkele kinderen vinden filosofie echt leuk, merkt Oosterling. „De meeste kinderen vinden het heel moeilijk. Ze balen vooral van het idee dat je nooit een antwoord krijgt. Dat is lastig, want filosofie is verplicht, net als het eten. We willen zien wat voor attitudeverandering de filosofie tot gevolg kan hebben, juist bij degenen die er de minste affiniteit mee hebben.”

Toch lijken de filosofielessen hun vruchten af te werpen. Onlangs vertelden oud-leerlingen dat ze zich onderscheiden op het vmbo door hun manier van praten. Oosterling: „Deze kinderen hebben een kleine ambitie geformuleerd en dat is misschien precies wat ervoor zorgt dat ze op cruciale momenten niet afhaken. Daardoor halen ze hopelijk hun startkwalificaties. Dat is niet te kwantificeren, niet te onderzoeken.”

Veel andere effecten zijn wél te onderzoeken. Zo werd deze maand bekend dat de kinderen van de Bloemhof in hun sociaal-emotionele ontwikkeling significant voorlopen op kinderen op controlescholen. Een fysiek verschil is er ook: de kinderen van de Bloemhofschool zijn zwaarder dan stadgenootjes. „Door spierweefsel”, hoopt Oosterling. Een effect van Oosterlings Vakmanstad-methode op de cognitieve vaardigheden van de leerlingen is nog onduidelijk.

Voor zijn activiteiten in de wijk heeft Oosterling de helft van zijn baan op de universiteit opgezegd. Toch werkt hij alsnog zeven dagen in de week, twaalf uur per dag. „Doe ik nog wat anders dan dit? Nee, dit is mijn leven, een filosofenbestaan. Filosofie is geen werk. Houdt het om vijf uur op? Filosofeer je niet in het weekend? Ik kan niet ophouden met reflecteren.”

Voor zijn inzet voor de stad Rotterdam ontving Oosterling in 2008 de Laurenspenning van de stad. Het ministerie van landbouw en innovatie heeft inmiddels interesse getoond om de ’vakmanschap’-methode landelijk in te voeren.

Oosterling is niet bang voor kritiek van collega-filosofen op zijn praktische toepassing van filosofie. „Er zijn vast diehard filosofen die zeggen ’Waar gaat dit over?’, maar Socrates is ook op straat begonnen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden