Socialisten krijgen leider, maar de strijd gaat door

Wie de Franse socialisten ook gaat leiden, de partij gaat de toekomst gespleten tegemoet.

Martine Aubry of Ségolène Royal, dat was de keus die 230.000 leden van de socialistische partij, de PS, gisteravond hadden. Zij moesten de knoop doorhakken omdat een congres vorige week het niet eens werd over een programma en een persoon.

De strijd ging uiteindelijk tussen twee vrouwen en werd daarmee historisch, want nooit eerder was een vrouw secretaris-generaal.

Beide kandidates stelden ’diepgaande vernieuwing’ in het vooruitzicht, maar het is nog onduidelijk wat dit inhoudt, en of het genoeg is om van de PS een geloofwaardige oppositiemachine te maken tegen president Nicolas Sarkozy. Die klimt de laatste tijd weer in de peilingen door een overtuigend optreden op diverse internationale podia.

Aubry (58) , die vooral bekend werd als de minister die eind jaren negentig de immer omstreden 35-urige werkweek introduceerde, wil in ieder geval dat de partij geen allianties sluit met de middenpartij MoDem. Bij haar zal de PS een herkenbare linkse koers varen. Dat is misschien duidelijk, maar niet nieuw.

Royal (55) is juist voor samenwerking met de MoDem, maar paart die gang naar het midden met veel linkse retoriek, vooral na het uitbreken van de kredietcrisis. Zij is ideologisch bewust diffuus, laat zich leiden door wat ’de mensen willen’. Maar haar stijl, die is onmiskenbaar anders, flamboyanter. Het is een stijl die past bij haar aanval op het partij-establishment, dat haar niet meer wil. Maanden geleden deed zij inspiratie op in de VS, waar zij Barack Obama volgde. Thuis in Parijs gaf zij een politieke show waarbij zij zich liet coachen door een actrice.

Wat, ongeacht de uitslag, niet zal veranderen, is de interne competitie tussen prominenten die het in 2012 bij de presidentsverkiezingen hopen op te nemen tegen Sarkozy.

Een secretaris-generaal is een voor de hand liggende presidentskandidaat, maar het kan heel goed ook een ander worden. Aan présidentiables geen gebrek. Vanuit Washington loert de chef van het Internationaal Monetair Fonds Dominique Strauss-Kahn op een kans.

Het kamp van Royal telt twee mogelijke kandidaten, Vincent Peillon en Manuel Valls, beiden veertigers. Valls, zoon van Spaanse immigranten, is al eens de linkse Sarkozy genoemd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden