Sociale zekerheid / Europa moet op de schop

Welk kabinet ook gevormd wordt na de verkiezingen van gisteren, het zal de economie volgens deskundigen grondig moeten hervormen. De Deense ’flexicurity’ is momenteel het grote voorbeeld.

door Wilma van Meteren

Europa heeft een droom. Het droomt van een Europees Sociaal Model dat een voorbeeld moet zijn voor anderen. Het lijkt nauwelijks te verzoenen met dat andere ideaal, om de meeste concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld te worden.

Droom lekker voort, leek de Duitse topeconoom Hans-Werner Sinn te zeggen. „Willen we dat de welvaartsstaat overleeft, dan zullen we offers moeten brengen”, hield hij onlangs een Europees gezelschap van politici, economen, werkgevers, bonden en andere deskundigen in Dublin voor. In de Ierse hoofdstad had de denktank ’Eurofound’, die de sociale ontwikkelingen in Europa op de voet volgt, een forum georganiseerd onder het motto ’Concurrerend Europa-Sociaal Europa, partners of rivalen?’.

Sinn, die put uit zijn ervaring als taxichauffeur, houdt van klare taal: „De Europese welvaartsstaat stort binnen 50 jaar in als de huidige structuur niet wordt veranderd. We zijn niet sterk genoeg om de globalisering te doorstaan.”

Volgens de econoom bevindt Europa zich midden in een revolutie. Met de ontmanteling van de socialistische politiek in India en China is nu de halve wereldbevolking bezig om zich aan te sluiten bij de markteconomie. En dat geeft de rijke landen veel kopzorg. „De wereldeconomie zal een nieuw evenwicht vinden, maar tegen die tijd zijn we dood”, voorspelt hij. Volgens Sinn moet Europa af van het principe van een volledig ’inclusief’ systeem dat zorgt voor iedere burger. „Het is economisch onhaalbaar.”

Ook Jeremy Rifkind, gezaghebbend econoom in Washington, spreekt over een revolutie, de derde industriële revolutie, die in aantocht is. In zijn ogen kan Europa nog het tij keren, mits het zijn heil zoekt in nieuwe energiebronnen als waterstofcellen. „Hoe laat je de economie groeien? Het gaat niet om arbeidskosten, maar om energiekosten. Als we uit onze traditionele energiebronnen blijven putten, zal onze economie snel krimpen.”

Revolutie of niet, de Europese Unie en haar 25 lidstaten bevinden zich in een turbulente periode van globalisering en snelle technologische veranderingen. Grote problemen – uitdagingen, noemen politici het liever – staan voor de deur: de vergrijzing, felle concurrentie met opkomende landen als China, India en Brazilië, en hardnekkige werkloosheid.

Dat maakt het moeilijk de welvaartsstaat overeind te houden. Aanpassingen, sociale hervormingen, en meer flexibiliteit zijn nodig, daar is iedereen het over eens. Maar hoe doe je dat zonder al te grote (politieke) schade? En doe je dat met of zonder sociale partners?

Het loopt nu al mis met de ambitieuze doelen die de EU zichzelf in 2000 bij de top in Lissabon had gesteld. Europa zou als kenniseconomie de Verenigde Staten in 2010 definitief achter zich laten, en dat zonder de Amerikaanse extremiteiten van armoede en rijkdom. Het economisch herstel gaat echter veel te traag, de werkloosheid is onverminderd hoog en de omschakeling naar een kenniseconomie verloopt moeizaam. Na het mislukken van het Europese grondwet lijkt een tweede gevoelige nederlaag in zicht.

De Europese Commissie loopt op eieren. „Alsjeblieft geen nieuwe Europese regels”, vat Klaus van der Pas, directeur-generaal werkgelegenheid, de smeekbedes van diverse Europese regeringen samen. En werkgevers hebben plannen van de Commissie om de economische ambitie te koppelen aan sociale zekerheid – om meer burgers voor Lissabon te winnen – in de kiem gesmoord.

Dus houdt Brussel zich in. In het nieuwe beleid, dat de Commissie eind deze maand wil presenteren, beperkt ze zich tot de bijrol van adviseur en verzamelaar van de beste praktijkvoorbeelden.

De druk om te moderniseren is echter groot.

In de analyse van de Europese werkgevers, verenigd in Unice, liggen de zwakke groei en hoge werkloosheid in de EU niet aan onvoldoende wetgeving of gebrek aan fondsen, maar aan het vastklampen aan een sociaal model dat nodig op de schop moet om mee te kunnen in de 21ste eeuw. „We hebben niet veel tijd als we onze Europese doelen willen halen”, waarschuwt directeur sociale Zaken Thérese de Liedekerke.

De vakbeweging voelt zich van haar stem in de Europese politiek beroofd. Ze is teleurgesteld in de Commissie-Barroso, die in haar streven naar meer economische groei blind zou zijn voor sociale kwesties. Veel minder dan voorheen raadpleegt de Commissie de sociale partners, klaagt Sinead Tiernan, de Ierse vice-voorzitter van de Europese koepel van vakbonden ETUC. Dat Europa economisch langzamer groeit dan andere landen, baart ook haar zorgen. „De EU-landen zijn onderling meer in een concurrentiestrijd verwikkeld dan dat ze zoeken naar sociale dialoog en versterking van de economie”, meent Tiernan.

De bonden waarschuwen dat het draagvlak bij de werknemers voor veranderingen dreigt te bezwijken. Europese wensen voor open grenzen en meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt stuiten op weerstand. Ze wijzen op de rellen in Frankrijk tegen de speciale jongerencontracten en de demonstraties tegen de Europese dienstenrichtlijn. Bij de achterban heerst het gevoel dat het alleen maar een kwestie van inleveren is. „Niet alleen de behoeften van bedrijven tellen, maar ook die van werknemers”, onderstreept de vakbondsvrouw.

Ondertussen kijken de Europese regeringen naar elkaar hoe ze hun ambities van Lissabon alsnog waar kunnen maken. Zelfs het Nederlandse poldermodel, een tijdje uit de gratie toen het economisch slecht ging, is Europees weer in beeld. Ierland met zijn Angelsaksische aanpak ook, het land floreert meer dan ooit. Dublin gelooft sterk in een partnerschap van economisch en sociaal beleid, zoals premier Bertie Ahern het verwoordt. Tegelijkertijd zijn er aanhangers onder de nieuwe lidstaten van de Russische econoom Constantin Gurdgiev – werkzaam in Dublin – die vindt dat economieën veel beter af zijn zonder sociale partnerschappen. „Lonen en productiviteit liggen aanzienlijk hoger in landen waar vakbonden en andere sociale partners geen rol van betekenis spelen. Sociale partnerschappen zijn alleen geïnteresseerd in handhaving van de status quo, bevorderen intellectuele luiheid en hun waarde is niet te meten, aldus Gurdgiev.

Maar vooral Denemarken geldt als lichtend voorbeeld. Daar heeft de politiek de burgers kunnen winnen voor een model dat heel soepel ontslag – een smsje van de werkgever is genoeg – koppelt aan een hoge werkloosheidsuitkering en een aanpak om de werkloze weer zo snel mogelijk aan een andere baan te helpen. Dit model van ’flexicurity’ wordt als het aan de Europese Commissie ligt de nieuwe leidraad. Maar wel in allerlei variaties, passend in de cultuur en traditie van de 25 EU-landen. Een groep experts moet hiervoor de paden effenen.

Ook Denemarken, dat sinds de jaren negentig al met flexicurity aan slag is, heeft het roer niet plotseling om kunnen gooien. Daar was veel massagewerk voor nodig, beschrijven zowel voormalig premier Poul Nyrup Rasmussen, een sociaal-democraat, als minister van werkgelegenheid Claus Hjort Frederiksen in de huidige coalitie van liberalen en conservatieven.

Rasmussen, nu leider van de socialisten in het Europees parlement, pleit voor een meer verlichte en pragmatische ’marketing’ van de noodzakelijke hervormingen. „Velen associëren hervormingen met verlies. We moeten de burgers duidelijk maken dat we hun ook veel teruggeven. Het moet een deal worden die ze niet kunnen weigeren.” Daar staat een politieke verantwoordelijkheid tegenover: Europa is gehouden aan een economische groei die ook banen oplevert. De huidige groei van 1,5 procent moet verdubbelen. Als Europese landen hun spaargeld, dat ze nu beleggen in de groei van de Amerikaanse economie, investeren in zichzelf, dan kunnen er binnen vijf jaar vier tot vijf miljoen banen bijkomen, aldus Rasmussen. Niet alle regeringen zullen voor dit idee te porren zijn.

„Als het Denemarken lukt om weer op het spoor van Lissabon te belanden, kunnen andere landen dat ook”, redeneert minister Frederiksen. „Echter, dan moet niet iedereen over het weer praten, maar er ook iets aan doen.” Meer investeringen in onderzoek en ontwikkeling en een flexibele arbeidsmarkt zijn nodig. Werkgelegenheidsbeleid moet zich richten op iedereen, ook op jonge ouders en mensen met een beperkte capaciteit om te werken. Pensioensystemen moeten op de schop om werknemers langer aan het werk te houden, somt hij op.

Maar de eerste stap van de huidige regering in Kopenhagen was het opzetten van een onafhankelijk ’welvaartscommissie’. Een slimme zet, volgens Frederiksen, omdat deze experts van buiten het publieke debat stimuleerden en hielpen de doelen van de hervormingen duidelijk te maken. „De kiezers aanvaardden daardoor uiteindelijk dat het verhogen van de pensioenleeftijd nodig was en dat banen niet langer kunnen worden beschermd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden