Sociale woningbouw / De laatste arbeiders in het paradijs

Ingebed tussen het Sarphatipark en het Amstelkanaal ligt een van de mooiste wooncomplexen van Amsterdam, de P.L. Takbuurt. Dit juweel van de Amsterdamse School, bedoeld om de arbeiders fatsoenlijk te huisvesten, dreigt te veryuppen door het beleid van woningbouwvereniging De Dageraad. Dat bracht kunstenares en bewoonster Frederieke Jochems op het idee de laatste arbeiders in het 'arbeiderspaleis' van weleer op foto's vast te leggen.

Als je op weg naar de Amsterdamse School-woningen van de P.L. Takbuurt vanaf het Sarphatipark stadsdeel De Pijp inloopt, kom je in de 2de Van der Helststraat vanzelf langs de galerie van kunstenares Frederieke Jochems (1961). De Franjo Studio Raamgalerie is geen gewone galerie waar je naar binnen kunt om highbrow kunstwerkjes tegen smetteloos witte muren te bewonderen. Nee, kunstenaars exposeren in het raam, dat Jochems met houten vakjes verdeeld heeft in kleine kijkkastjes.

Van de binnenkant is Franjo een foto- en videostudio, de werkplaats voor Jochems en haar partner Andras Hamelberg. Oorspronkelijk afkomstig uit de experimentele film, studeerde Jochems aanvankelijk in New York, om bij terugkomst in Nederland haar opleiding af te ronden aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten. Daarna legde ze zich als autodidact toe op de fotografie.

Het idee van de raamgalerie kwam volgens Jochems in eerste instantie voort uit praktische overwegingen: in een werkruimte op de begane grond is het immers een mooie buffer tegen binnenkijkers. Maar het verlaagt ook de normale drempel naar de kunst: ,,De afstand tussen kunst en het publiek wordt in zo'n raamgalerie duidelijk doorbroken. Het doet me goed om op het terras aan de overkant te zitten en te kijken naar de mensen die voor mijn raam blijven staan. Sommigen zouden de stap in een normale galerie nooit durven zetten. Ik vind het overigens steeds leuker om activiteiten te ontwikkelen met de buurt en in de wijk. Bezig zijn met mijn omgeving interesseert me. Ik wil direct kunnen communiceren.''

Dat blijkt ook uit 'Paleis voor de laatste arbeiders' waar Jochems recent mee is gestart, een groot fotoproject in ontwikkeling dat de bewoners van het even verderop gelegen P.L. Tak-complex als onderwerp heeft. Een titel die vrij is naar 'paleis voor de arbeiders', zoals het unieke voorbeeld van de hoogtijdagen van de Amsterdamse School wel werd genoemd. Maar waar nu de 'arbeiders' langzaam uit dreigen te verdwijnen. Architecten Pieter Lodewijk Kramer en Michel de Klerk bouwden de woningen in een expressionistische stijl, met uitbundige decoraties in baksteen, siersmeedwerk en glas-in-lood. Het symmetrische tweelinggebouw rond de P.L. Takstraat werd in de jaren twintig voor arbeiders gebouwd, in opdracht van de socialistische bouwvereniging De Dageraad. Een paradijs voor de lagere klasse.

De behoefte aan mooie woningen kwam voort uit het feit dat steden als Amsterdam aan het einde van de 19de eeuw gestaag uit hun voegen groeiden. De voortschrijdende industrialisatie zorgde er voor veel werkgelegenheid en trok arbeiders van heinde en ver aan. Die gezinnen moesten natuurlijk worden gehuisvest, maar goede woningen waren schaars en bovendien niet altijd betaalbaar.

De nieuwe stadsbewoners waren voor een groot deel aangewezen op speculatiebouwers. Kleine zelfstandigen die met geleend geld in korte tijd slechte huizen neerpootten, vaak met niet meer dan één of twee kamers. In een geïllustreerd boekje uit 1901 maakte de schrijver L.M. Hermans een tocht langs de Amsterdamse kelderwoningen en krotten. Zo beschreef hij bijvoorbeeld de erbarmelijke omstandigheden waarin een oude kleermaker zijn dagen op een zolder sleet. De ruimte was in vieren gedeeld, zodat de huisbaas maximale winst haalde: een weekbedrag dat boven het inkomen lag dat de kleermaker van de bedeling ontving.

Ook de politiek had inmiddels lucht gekregen van de wildgroei op woningbouwgebied. Met de woningwet uit 1901 ontwikkelden de Amsterdamse woningbouwverenigingen en de gemeente een nieuw beleid. Voortaan moest het anders. De nieuwe buurt in Zuid moest een monumentaal karakter krijgen, met brede lanen en mooie nieuwbouw. ,,De arbeider heeft al genoeg lelijks gezien'', zei Michel de Klerk, boegbeeld voor het nieuwe socialistische bouwen.

De laatste jaren is er echter een kentering in het beleid van De Dageraad. Het P.L. Takcomplex staat inmiddels op de monumentenlijst. Door het vele onderhoud en door slechte organisatie als gevolg van fusies, krijgt de woningbouwvereniging de begroting voor het complex niet dekkend. Daarom verkoopt De Dageraad wellicht niet alleen enkele woningen, maar drijft het ook de huren op tot hoogtes die de hedendaagse arbeider niet meer kan betalen. Wat ooit was bedoeld voor de maatschappelijk zwakkeren (en nota bene enkele jaren geleden nog een prijs won in de wedstrijd '100 jaar woningwet') dreigt nu te veryuppen. Vóórdat dat gebeurt, wil Jochems de bewoners en hun interieur op foto's vastleggen.

Jochems: ,,Ik weet niet of ik politiek geëngageerd ben. Ik leg alleen iets vast wat aan het verdwijnen is en waarvan ik niet weet of dat erg is. Ik ben tenslotte ook geen arbeider, maar woon wel in het complex. Het is meer een sentiment: zo'n mooie gebouw dat een prijs krijgt voor sociale woningbouw en dat vervolgens de arbeiders weer wordt afgepakt. Maar in fotografisch opzicht doet het er niet toe. Ik had ook de nieuwe bewoners kunnen fotograferen, of dames in de Beethovenstraat.''

Moet je dat geloven van een raamgaleriehoudster die haar drempel verlaagt voor de gewone voorbijganger? ,,Misschien heb ik daar inderdaad meer compassie mee. Het grappige van dit project is, dat ik niet alleen als kunstenaar maar ook als bewoner betrokken ben. Het is raar om met al die mensen uit het complex intensief contact te moeten maken. Dat is spannend met al die verschillende culturen. Ik werk niet met briefjes, maar ik vraag mensen persoonlijk of ze geportretteerd willen worden. Ik wil laten zien hoe er in die huizen wordt geleefd. Met mijn fotoproject laat ik de binnenkant achter de façades zien.''

Jochems legt uit dat ze niet onzichtbaar wil zijn als fotografe. Ze wil juist dagelijkse dingen vastleggen en die verhevigen. ,,Spontane momenten hoeven voor mij niet'', aldus Jochems. ,,Ik gebruik juist een logge camera, kunstmatige belichting en een theatrale setting. Daardoor wringen de dagelijkse handelingen, zoals het uitschelden van de hond of het over het balkon hangen, met de enscenering die ik op de foto's gebruik.''

Jochems wijst verduidelijkend op een van de foto's, waarop een man en een vrouw aan een tafel in een ronde erker staan. De houding van het tweetal (de vrouw commandeert haar hond staand, terwijl de zittende man het beest lijkt te voeren) zou een spontane momentopname kunnen zijn. Maar als je langer kijkt, klopt er iets niet. De oranje muur met het kabouterraampje erin, het schilderachtige licht, de houdingen die toch niet helemaal natuurlijk zijn: het lijkt wel alsof je naar een toneelscène kijkt.

Of neem die foto van de vrouw die over haar balkonrand naar beneden kijkt, glas wijn en sigaret in de hand. Onderwijl tuurt haar kat in de opening van het raam juist schuin naar boven en zit haar zoon met een zonnebril op in de hangmat achter het raam. Een surrealistisch familieportret. Jochems: ,,Het zou gebeurd kunnen zijn dat de vrouw op een dag over de balkonrand hing en hij met een zonnebril op in zijn kamer zat. Het is echt, maar toch weer niet.''

Jochems verkeert met 'Paleis voor de laatste arbeiders' nog in een voorbereidend stadium. Maar als het project gefinancierd wordt en de foto's klaar zijn, wil ze met andere kunstenaars een grote manifestatie in de binnentuin van het complex organiseren. ,,Iedere bewoner krijgt uiteindelijk zijn foto op een dekbedhoes afgedrukt: een uniek kunstwerk dat tegelijk gebruiksvoorwerp is. Dat idee komt voort uit de zedelijke gedachten die de elite destijds liet meespelen bij het bouwen voor arbeiders. Zo beginnen de ramen en balkons in het complex vrij hoog, opdat de vrouwen niet met hun was over de balkonrand met elkaar zouden kunnen kletsen. Daar reageer ik op met mijn foto's. Als de bewoners tijdens die manifestatie hun fotodekbedden over het balkon heen laten hangen, hang je letterlijk de vuile was buiten en zie je wat er bij iedereen binnen gebeurt. De binnentuin transformeert dan tijdelijk tot openluchtfotomuseum en er 'hangt' dan een aanleiding voor de bewoners om met elkaar te communiceren. Ik zie mezelf niet als een soort maatschappelijk werkster, maar als kunstenaar zou die manifestatie mijn utopische en ludieke einddoel zijn. Mijn manier om iets met die laatste arbeiders te doen.''

Meer informatie over het werk van Frederieke Jochems op 'www.franjo.nl'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden