Sociale verzekeringen per 1 januari 1992

De sociale verzekeringen per 1 januari 1992

Per 1 januari 1992 zijn de uitkeringen verhoogd als gevolg van de verhoging van het minimumloon en van de wijzigingen in belastingen en sociale premies. De uitkeringen zijn aan het minimumloon gekoppeld.

Minimumlonen

De bruto bedragen van de wettelijke minimumlonen zijn op 1 januari 1992 verhoogd met 1,48 procent, inclusief de wettelijk verplichte afronding.

Voor een werknemer van 23 jaar of ouder wordt het bruto minimumloon per 1 januari 1992:

per maand:

per week:

per dag:

De bruto minimumjeugdlonen bedragen per 1 januari 1992:

Leeftijdpercentage per maandper week

22 85 1.813,30 418,50

21 72,5 1.546,60 356,90

20 61,5 1.312,00 302,80

19 52,5 1.120,00 258,50

18 45,5 970,70 224,00

17 39,5 842,70 194,50

16 34,5 736,00 169,80

15 30 640,00 147,70

De netto bedragen kunnen per bedrijfstak of bedrijf verschillen. Dit komt door verschillen in inhoudingen op het loon.

Voor werknemers van 23 jaar en ouder zijn de netto minimumloonbedragen per 1 januari 1992 globaal afgerond als volgt:

Belastinggroep per maand per week

1 1391 321

2 1578 364

3 1745 403

4 1712 395

5 1765 407

Voor alleenstaande werknemers van 22 jaar en jonger, ingedeeld in tariefgroep 2, bedraagt het netto minimumloon globaal:

171991 111992

Leeftijd per maand per week

22 jaar 1366 315

21 jaar 1190 275

20 jaar 1036 239

19 jaar 909 210

18 jaar 810 187

17 jaar 725 167

16 jaar 654 151

15 jaar 591 136

Op 1 juni 1992 worden deze bedragen opnieuw verhoogd met 1,4 procent.

AOW

De netto AOW-uitkering van een gehuwde met een partner die ook 65 jaar of ouder is, gaat met bijna 22 per maand omhoog en komt daarmee op 837,23.

Het AOW-pensioen voor gehuwden is netto gelijk aan 50 procent van het netto minimumloon als beide partners 65 jaar of ouder zijn. Het netto pensioen van een gehuwde met een partner jonger dan 65 jaar en van een ongehuwde is gelijk aan 70 procent van het netto minimumloon.

Een-oudergezinnen ontvangen een pensioen dat netto gelijk is aan 90 procent van het netto minimumloon. Het gaat om ongehuwde bejaarden met een kind dat jonger is dan 18 jaar voor wie zij kinderbijslag ontvangen. De gehuwde gepensioneerde met een partner jonger dan 65 jaar kan een toeslag op het ouderdomspensioen ontvangen, die afhankelijk is van het inkomen van die jongere partner. Van dit inkomen wordt eerst een deel buiten beschouwing gelaten, namelijk 15 procent van het bruto minimumloon met inbegrip van de overhevelingstoeslag ( 356,92) en een derde deel van het meerdere aan bruto inkomsten. Bij een bruto inkomen van de jongere partner van meer dan 1 166,68 (met inbegrip van de overhevelingstoeslag) per maand bestaat geen recht meer op toeslag.

AOW per maand Bruto Vak. uitk.

Gehuwden, partner ouder dan 65 968,34 58,94

Gehuwden met maximale toeslag 1 936,68 117,87

Gehuwden zonder toeslag (partner jonger dan 65) en ongehuwden 1 396,84 82,52

Ongehuwden met kind tot 18 jr. 1 741,78 106,09

Maximale toeslag 539,84

AWW

Het pensioen voor een weduwe/weduwnaar met een kind jonger dan 18 jaar is netto gelijk aan het minimumloon. Voor een weduwe/weduwnaar zonder kind jonger dan 18 jaar is het pensioen of de uitkering netto gelijk aan 70 procent van het minimumloon.

AWW per maandBruto Vak. uitk.

Weduwen met kind tot 18 jaar 2 400,92 152,88

Weduwen zonder kind tot 18 jr. 1 744,62 107,02

Wezen tot 10 jaar 588,28 34,25

Wezen van 10 tot 16 jaar 837,42 51,37

Wezen van 16 tot 27 jaar 1 116,56 68,49

Kinderbijslag

De kinderbijslagbedragen zijn per 1 januari met 2,65 procent verhoogd.

Kinderbijslagbedragen naar leeftijd per kind bij verschillende gezinsgrootten met ingang van 1 januari 1992 (in guldens, per kwartaal):

6 t/m 11 jaar

0 t/m 5 jaar 18 t/m 24 jaar12 t/m 17 jaar

70 %100 %130 %

Gezinnen met:

1 kind 268,67 383,81 498,95

2 kinderen 322,00 460,00 598,00

3 kinderen 339,77 485,39 631,01

4 kinderen 372,18 531,69 691,20

5 kinderen 391,62 559,46 727,30

6 kinderen 404,56 577,94 751,32

7 kinderen 413,84 591,20 768,56

8 kinderen 430,20 614,57 798,94

Het gezinskinderbijslagbedrag wordt voor gezinnen met kinderen verhoogd met een opslag voor de premies ZFW en AWBZ. Hoogte opslag in de AKW met ingang van 1 januari 1992 (guldens per kwartaal)

Hoogte per kind ZFW AWBZ totaal

1e kind 12,19 10,42 22,61

2e kind12,19 10,42 22,61

3e e.v. kinderen 10,42 10,42

Kopjes op de uitkeringen

Teneinde te voorkomen dat de loondervingsuitkeringen op minimumniveau van alleenstaanden van 21 jaar of ouder bij werkloosheid of volledige arbeidsongeschiktheid beneden het relevante sociale minimum dalen, voorziet de wet in zogeheten kopjes op de uitkeringen. Deze bedragen:

In guldens: AAW/WAO WW WWV

Alleenstaanden:

Vanaf 23 jaar 72,00 72,00 77,82

Van 22 jaar 59,45 59,45 64,26

Van 21 jaar 50,30 50,30 54,25

excl. vakantietoeslag

Vereveningsbijdrage

Op WWV-en AAW-uitkeringen wordt een bedrag ingehouden dat overeenkomt met de premies voor de Ziektewet en de Werkloosheidswet. Deze vereveningsbijdrage is 2,55 procent. Over Ziektewet-, WW- en WAOuitkeringen worden premies werknemersverzekeringen geheven. Daarbij wordt voor de heffing van de wachtgeldpremie en Ziektewetpremie uitgegaan van een gemiddeld percentage. Dat bedraagt voor de wachtgeldpremie 0,50 procent voor zowel de uitkeringsgerechtigde als voor de bedrijfsvereniging. De gemiddelde Ziektewetpremie bedraagt 1,20 procent voor de uitkeringsgerechtigde en 7,25 procent voor de bedrijfsvereniging.

AWBZ

De regeling voor de eigen bijdrage verandert per 1 januari 1992 niet. Het zogenoemde zakgeld voor mensen in een inrichting wijzigt evenmin. Dit is voor ongehuwden 4.031,98 en voor gehuwden 6.716,25.

Premiepercentages

werkgevers werknemers totaal max. inkomen

AOW 1) -14,35 14,35 42.966 p.j.

AWW 1) - 1,15 1,15 idem

AAW 1) - 2,75 2,75 idem

AWBZ 1) - 7,30 7,30 idem

WAO 2) -13,00 13,00 282,00 p.d.

Wachtgeldverz. 3) 0,35 0,35 0,70 idem

Werkloosheidsverz. 4) 0,85 0,85 1,70 idem

ZW 5) 4,00 1,20 5,20 idem

ZFW 4) 6) 5,15 1,20 6,35 178,00 p.d.

Vorstverlet 3) 0,30 - 0,30

VUT 3) 0,85 0,45 1,45

De overhevelingstoeslag die door werkgevers bovenop het brutoloon wordt betaald - ter compensatie van de AAW- en AWBZ-premie die voor rekening van de werknemer komt - bedraagt 11,50 procent van het loon waarover premie wordt geheven. De toeslag wordt berekend over maximaal 71.500,00.

1) Voor de volksverzekeringen geldt een premievrije voet van 5.225,00 per jaar. Bovendien wordt per 1 januari 1992 een nominale premie AWBZ ingevoerd. De hoogte van deze premie wordt door de ziekenfondsen en andere uitvoeringsorganen zelfstandig vastgesteld. Ervan uitgegaan wordt, dat de gemiddelde nominale premie AWBZ 125,00 per jaar per volwassene bedraagt. Voor personen tot 18 jaar wordt 1/3 van de premie voor een volwassene gerekend.

2) De franchise of premievrije voet bedraagt 98,00 per dag.

3) Geraamd gemiddelde voor bedrijven.

4) Over de verdeling van de premie moet de Raad van State nog adviseren.

5) Gemiddelde premie.

6) Voor AOW-ers die verzekerd zijn volgens de verplichte ziekenfondsverzekering geldt een premie van 0,75 procent over de AOW-uitkering. De loongrens bedraagt 54.400,00 . Verder is een nominale premie ZFW verschuldigd. De hoogte hiervan wordt door de ziekenfondsen zelfstandig vastgesteld. Ervan uitgegaan wordt, dat de gemiddelde nominale premie ZFW 175,00 per jaar per volwassene bedraagt. Voor meeverzekerde kinderen geldt de helft van de premie voor een volwassene. Er is voor maximaal twee kinderen premie verschuldigd.

IOAW en IOAZuitkeringen

Met ingang van 1 januari 1992 zijn de bijstandsuitkeringen en de bedragen voor de berekening van de IOAW- en IOAZ-uitkeringen verhoogd. De bijstand voor een echtpaar of twee samenwonende partners is verhoogd met 53,78 tot 1 714,28 per maand.

De IOAW is bestemd voor oudere langdurig werklozen die 50 jaar of ouder waren op het moment dat zij werkloos werden en voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen, ongeacht hun leeftijd. De IOAW geldt, nadat de uitkeringsperiode voor de nieuwe werkloosheidswet inclusief de vervolguitkering is verstreken. Voor de IOAZ komen mensen van 55 jaar of ouder en gedeeltelijk arbeidsongeschikte (ongeacht hun leeftijd) ex-zelfstandigen in aanmerking die noodgedwongen hun bedrijf of beroep moeten beeindigen.

Grondslag per maand Bruto Vak. uitk.

gehuwde en ongehuwde partners 2 323,70 185,90

eenoudergezinnen 2 117,07 169,37

alleenstaanden vanaf 23 jaar 1 747,65 139,81

Op deze bedragen worden inkomsten uit of in verband met arbeid van de werkloze of zelfstandige en zijn of haar partner in mindering gebracht. Er wordt geen rekening gehouden met andere inkomsten en met vermogen.

Bijstand

(netto bedragen) voor echtparen zonder en met kinderen is het normbedrag:

per week per maand

395,60 1.714,28

Hieronder vallen ook twee ongehuwden die een gezamenlijke huishouding voeren. Dus ook mensen van hetzelfde geslacht. Samenwonende familieleden in de eerste of tweede graad zijn hiervan uitgesloten.

Voor eenoudergezinnen per week per maand

is het normbedrag 356,04 1 542,85

Bij gezinnen die met anderen een woning bewonen, vindt een vaste aftrek plaats van 180,83 per maand. Het vakantiegeld bedraagt bij echtparen 93,95 per maand en bij eenoudergezinnen 84,56 per maand.

Voor thuisinwonende werkloze kinderenper weekper maand

bij 20 jaar 112,62 488,02

bij 19 jaar 91,33 395,78

bij 18 jaar 90,84 393,64

Voor alleenstaande nietwoningdelersper weekper maand

bij 23 jaar en ouder 276,92 1 200,00

bij 22 jaar 232.45 1 007,30

bij 21 jaar 202,89 879,21

bij 18-19-20 jaar 193,45 838,30

Voor alleenstaande woningdelersper weekper maand

bij 23 jaar en ouder 235,19 1 019,17

bij 22 jaar 196,96 853,48

bij 18 t/m 21 jaar 193,45 838,30

Het vakantiegeld voor alleenstaanden en thuisinwonende kinderen bedraagt per maand:

bij 23 jaar en ouderbij 22 jaar bij 21 jaar bij 20 jaar bij 19 jaar bij 18 jaar

Bijstandsontvangers met een eigen huis waarvan de woonkosten tussen 289,17 en 820,00 per maand liggen, kunnen een toeslag krijgen die gelijk is aan de huursubsidie. Bij woonkosten boven 820,00 per maand is er hooguit tijdelijk een toeslag.

Van het geld dat een bijstandsontvanger verdient, wordt 25 procent niet van de uitkering afgetrokken. Voor eenoudergezinnen wordt de eerste 85,71 per maand niet afgetrokken.

Op de uitkering van ouders met inwonende kinderen met eigen inkomsten wordt - ongeacht het aantal kinderen - een bedrag van 41,73 per week of 180,83 per maand in mindering gebracht. Dit blijft achterwege als er uitsluitend kinderen zijn die studiefinanciering hebben, of (beneden 21 jaar) een inkomen dat ongeveer zo hoog is als de RWW-uitkering voor een thuisinwonende. Dezelfde aftrek geldt voor bijstandsgerechtigden met een onderhuurder. Voor mensen met een kostganger geldt een aftrek van 63,61 per week of 274,36 per maand.

Van inkomsten uit arbeid mag niet meer worden behouden dan: 257,14 per maand voor het hoofd van een eenoudergezin en voor een echtpaar met of zonder kinderen; 180,00 per maand voor een alleenstaande van 23 jaar of ouder, 73,20 per maand voor een thuisinwonende van 20 jaar.

Niet al het spaargeld behoeft te worden aangesproken, voordat men voor bijstand in aanmerking komt. Het vrij te laten vermogen is: 17 200 voor gezinnen; 8 600 voor alleenstaanden.

Voor mensen jonger dan 65 jaar die een bijstandsuitkering ontvangen en een eigen huis bewonen, geldt een extra vrijlating van het vermogen in het huis, namelijk 15 000 volledig en van het meerdere de helft. De totale vermogensvrijlating is begrensd tot 77 000 voor gezinnen en 68 400 voor alleenstaanden.

Wie verplicht verzekerd is bij een ziekenfonds moet van zijn/haar uitkering de zogeheten nominale premie aan het ziekenfonds betalen. Ook de per 1 januari 1992 ingevoerde nominale premie AWBZ moet uit de bijstandsuitkering worden betaald. Niet verplicht verzekerden ontvangen bij het normbedrag een vergoeding voor de betaling van een particuliere verzekering, die dezelfde risico's dekt als de verplichte ziekenfondsverzekering. De vergoeding wordt verminderd met het bedrag dat een verplicht verzekerde in dezelfde omstandigheden als nominale premie aan het ziekenfonds betaalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden