Sociale ontwikkeling / In democratie gedijt armoede slechter

Het vertrouwen in de politiek en de democratie is tanende. Dat bedreigt de sociale en economische veiligheid, schrijft de VN-organisatie UNDP. Arme landen betalen het gelag.

DEN HAAG - De jaren negentig brachten grote sprongen in technologie, globalisering en politiek, maar een groot deel van de wereldbevolking profiteert daar nauwelijks van. De kloof tussen rijk en arm en tussen machtigen en machtelozen is gegroeid, constateert de UNDP, de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties, in haar jaarlijkse rapport, dat de mondiale sociale ontwikkeling meet.

Aan het begin van de nieuwe eeuw waren vijftig landen armer dan tien jaar eerder. Daar zijn landen bij in Oost-Europa, het Midden-Oosten en een groot deel van Afrika. ,,Het is geen tijdelijk verschijnsel, maar structureel'', stelt hoofdauteur Sakiko Fukuda Parr van het rapport. Tenzij er iets ingrijpends gebeurt zullen 33 landen, met meer dan een kwart van de wereldbevolking, de belangrijkste doelstellingen van de zogeheten Millenniumverklaring -waaronder de halvering van de armoede in 2015- niet halen. Het deel van de wereldbevolking dat moet rondkomen van een dollar per dag is na tien jaar nog altijd 47 procent.

Voor echte armoedebestrijding moeten volgens de UNDP economisch groei en markthervormingen worden gekoppeld aan uitbreiding van de politieke macht van ontwikkelingslanden en vooral van hun burgers. ,,Dat is voor de succesvolle ontwikkeling net zo belangrijk als de economie'', zegt UNDP-topman Mark Malloch Brown.

Voor dit jaarrapport deed de organisatie een speciale studie naar democratie. De wereld lijkt democratischer dan ooit, maar slechts 82 landen kwalificeren zich als democratie. Slechts 47 landen hebben een volledig functionerende democratie. Maar ook op hen is iets aan te merken, bijvoorbeeld dat maar 14 procent van de parlementariërs in de wereld vrouw is.

Hoewel de UNDP de eerste is om de tekortkomingen te beamen -in de voormalige SovjetUnie nam de maatschappelijke ongelijkheid toe tijdens het democratiseringsproces- is democratie volgens de UNDP veruit te prefereren. ,,We hebben geen enkel wetenschappelijk bewijs dat autoritaire regimes zorgen voor meer stabiliteit en betere economische prestaties'', zegt ze. ,,De slechtst functionerende autoritaire regimes deden het heel wat slechter dan de slechtst presterende democratieën. De Baby Docs en Idi Amins negeerden de noden van hun volk volledig.''

Parr wijst op de 117 miljoen mensen die door hun eigen regeringen de dood zijn ingejaagd in het laatste decennium van de vorige eeuw. Bovendien blijkt de democratie ,,meer oor'' te hebben voor de sociale en economische behoeften van de burgers. Parr noemt als voorbeeld India dat ondanks het steeds terugkerende voedseltekort de afgelopen vijftig jaar geen honger kende, terwijl China en Noord-Korea wel kampten met hongersnood.

Regeringen moeten echter verder gaan in de democratisering en een bredere betekenis geven aan het begrip good governance in de zin van eerlijk en rechtvaardig bestuur. ,,Democratie is meer dan verkiezingen en een meerpartijenstelsel, het gaat erom dat mensen echt invloed kunnen uitoefenen op besluiten die hun leven aangaan'', zegt Parr. Donoren zoals Nederland moeten good governance echter niet als maatstaf nemen voor ontwikkelingshulp. ,,Dan zou je juist degenen mislopen die het meest behoefte hebben aan hun hulp.''

Parr signaleert dat veel landen blijven hangen in een 'halfbakken democratie' en terugvallen naar een militair bewind als in Burma en Pakistan. ,,Democratische instellingen moeten in leven worden gehouden en vernieuwd, zelfs in de ontwikkelde landen waar de opkomsten bij de verkiezingen steeds lager worden. Gebruik het of verlies het.'' India en Brazilië bewijzen dat een grotere betrokkenheid van de bevolking leidt tot significante vooruitgang in bijvoorbeeld de alfabetisering, de toegang tot sanitaire voorzieningen en de strijd tegen corruptie.

Internationale instellingen als de VN, Wereldbank, IMF en de wereldhandelsorganisatie WTO krijgen ervan langs. Een handjevol rijke landen maakt er de dienst uit. Zo gaat bijna de helft van de stemmen in de Wereldbank en IMF naar zeven landen. Hoopvol is de onderzoekster echter gestemd over de burgerorganisaties en niet-gouvernementele organisaties (ngo's) die ook internationaal steeds meer aan de weg timmeren. Vaak onder leiding van vrouwen bewandelen ze de wegen om het politieke establishment heen en oefenen ze effectief druk uit. Parr vindt dat zij meer stem verdienen bij internationale instellingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden