Sociale neurowetenschap / Vooroordelen kosten denkkracht

Als een blanke een kleurling tegenkomt, of een Nederlander een Marokkaan of Turk, kan hij niet meer zo goed nadenken. En dat is in het brein te zien ook.

Bij gebrek aan enig gevoel voor subtiliteit zou je die bizarre conclusie kunnen trekken uit onderzoek dat het vakblad Nature neuroscience gisteren online publiceerde. Daarin laten Amerikaanse psychologen zien dat blanke proefpersonen vaak minder goed scoren op een psychologische vaardigheidstest die wordt afgenomen door een zwarte experimentator, dan onder blanke leiding.

Hier staat dus ordinair: een blank brein oog in oog met een kleurling begint te haperen. De verklaring ervoor zou zijn dat mensen met heimelijke anti-gevoelens tegenover anders gekleurden hun beste cerebrale beentje moeten voorzetten om niets van hun vooroordelen te laten blijken. En die moeite gaat ten koste van andere cognitieve vaardigheden.

Voor wie nu al rood aanloopt: commentatoren en de redactie van Nature neuroscience zelf putten zich uit in kanttekeningen en allerhande relativeringen. Maar ze wijzen geenszins met de vinger naar hun voorhoofd, het lijkt een keurige studie met harde uitkomsten. Die komen erop neer dat wij soms verborgen vooroordelen of gevoelens koesteren en dat we, geplaagd door die stille tendensen, zo druk doende zijn om correct over te komen, dat we ons hoofd op dat moment niet goed meer bij andere zaken kunnen houden.

In genoemde studie moesten proefpersonen de Stroop-test afleggen, een lastige kleurbenoemingstaak waar je heel gauw fouten bij maakt. Je krijgt woorden te zien en moet zo snel mogelijk de kleur benoemen waarin ze zijn weergegeven. Een makkie, lijkt het, maar zodra een van die woorden zelf een kleurwoord is -bijvoorbeeld het woord groen in rode letters- aarzelt het brein. Het moet 'rood' roepen, maar neigt naar 'groen'. Het kost dan meer tijd om juist te antwoorden. En wat bleek: sommige proefpersonen brachten het er onder leiding van een zwarte experimentator duidelijk minder van af dan onder een blanke.

Dat gold dan vooral voor proefpersonen die een zekere vooringenomenheid tegenover andere huidskleuren leken te hebben. Zulke vooroordelen trachten psychologen op te sporen met een ingenieuze verklikkermethode, de impliciete associatietest. Die maakt gebruik van het feit dat ons brein gemakkelijker -dus sneller- twee begrippen aan elkaar knoopt als die begrippen in ons geheugen qua lading al met elkaar verbonden zijn. Een voorbeeld: wij associëren bloemen met iets liefelijks en insecten met iets akeligs. De associatie blijkt uit de snelle reactietijden als we op een toetsenbord bij het horen van bloemennamen of positieve begrippen op één en dezelfde toets (zeg Q) moeten drukken en bij alles wat insect of negatief is op een andere toets (P).

Daar zijn de hersenen goed in, maar ze beginnen te aarzelen als ze de opdracht krijgen om bij elke bloemennaam of elk negatief begrip op de Q te drukken, en bij elk insect of positief begrip op de P. Die opdracht vloekt met onze associaties, dus verzet het brein zich daartegen en neemt het meer tijd om de juiste toets te vinden. Op dezelfde wijze toonden psychologen aan dat sommige mensen moeite hebben om positieve begrippen aan 'bepaalde lieden' -lees: allochtonen of zwarten - te koppelen. Zonder dat ze het zelf echt in de gaten hebben.

En juist degenen die in de impliciete associatietest zo'n vooroordeel jegens zwarten verrieden, begonnen te hakkelen bij de kleurentest van Stroop als de experimentator zwart was. En niet bij een blanke. De psychologen zoeken de verklaring in de beperkte denkkracht van ons brein. In beslag genomen door opdringerige gevoelens en vooroordelen, en in een poging om die uit morele overwegingen te onderdrukken, zijn onze hersenen bij andere taken minder goed bij de les.

We brengen onszelf dus in verwarring. En dat zou ook in het brein van de proefpersonen te zien zijn. Twee weken na de test keerden zij terug in het laboratorium waarbij tijdens het bekijken van foto's van zwarten en blanken de activiteit in hun hersenen werd gemeten. Bij het zien van zwarten lichtten gebieden in de hersenschors op die normaal controletaken uitvoeren tijdens cognitieve bezigheden. En die controleurs kunnen niet alles tegelijk: dus de proefpersonen bij wie foto's van zwarten de meeste cerebrale actie in die cognitieve hersengebieden opriepen, kwamen bij de Stroop-test onder leiding van een zwarte in de knoei.

Gaan etnische vooroordelen dan ten koste van het denken, of mag je dat niet concluderen? Dat is hier niet bewezen, stellen commentatoren in Nature neuroscience, zij betwijfelen of de onderzoekers echt racistische tendensen in hun proefpersonen hebben gemeten. De impliciete associatietest, die zogenaamd laat zien dat sommige blanken onbewust moeite hebben om gekleurde mensen positief te waarderen, ligt binnen de psychologie zwaar onder vuur. Blanken zijn meer vertrouwd met blanken, geen wonder dat ze in een reactiespelletje wat langer aarzelen in hun oordeel over zwarten. En misschien aarzelen ze juist vanwege hun angst betrapt te worden op vooroordelen. In de paktijk kan iemand die bedenkelijk scoort op deze test een bijzonder tolerante persoon blijken.

En zo zagen de commentatoren de poten onder het onderzoek vandaan. Maar niet helemaal: ze erkennen dat racistische vooroordelen in het geniep wel degelijk meespelen, en dat dit een methode zou kúnnen zijn om dat aan te tonen.

De sociale neurowetenschap staat nog in de kinderschoenen, waarschuwt de redactie van het vakblad zelf. Concludeer bijvoorbeeld niet dat de hersenmetingen in deze studie laten zien waar het 'racisme-centrum' in het brein zit. Zo simpel is het niet. Toch verwacht men dat het 'sociale brein' op den duur in beeld zal komen. Een treffend voorbeeld zijn scans van mensen gemaakt tijdens een spel als ze zich door een willekeurige spelgenoot zwaar benadeeld voelden: dan begint een hersengebied te flikkeren dat gewoonlijk ook oplicht als we een smerige geur ruiken of vieze smaak proeven. Dan walgt het brein.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden