Sociaal mens met een hang naar nostalgie

Ad Mol 1938-2013

Het maatschappelijk werk was zijn professie, de literatuur zijn hobby. De autoriteiten in Het Land van Heusden en Altena vreesden zijn scherpe pen.

Zijn grootste hobby was hem niet met de paplepel ingegoten, want zijn moeder vond boeken maar stofnesten en zijn twee oudere zusters plaagden hem als hij weer eens met z'n neus in een dikke pil zat: 'Dat is onze professor'.

Maar Ad Mol trok zich daar allemaal niks van aan; hij verslond het ene na het andere boek: 'De dolle vaandrig' van A.M. de Jong en 'Het uilennest' van W. Schippers. Strijn Streuvels was zijn grote favoriet, maar ook andere Vlaamse auteurs als Felix Timmermans en Ernest Claes mocht hij graag lezen. En Antoon Coolen natuurlijk, de man van de Brabantse streekroman. Ad ging de plekken langs waar de boeken zich afspeelden, belde als het moest bij mensen aan met de vraag of hij even in de schuur of de tuin mocht kijken, als die in een bepaald boek voorkwamen.

Ad woonde nog thuis bij zijn ouders in Rotterdam-Zuid toen hij zelf zijn eerste schreden op het schrijverspad zette. Panorama publiceerde een kort verhaal van hem, en ook het protestantse weekblad De Spiegel; dat heette 'Hij kan haar niet vergeten'. Een vriend van hem wist dat dit voorjaar nog op te sporen in het archief van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. En toen hij pas achttien was, had Ad z'n eerste boek al geschreven - een verhaal over een postbode die met zijn boot in de Biesbosch vreemde avonturen beleeft.

Inmiddels was hij onder de wapenen geroepen. Een paar maanden voordat zijn diensttijd erop zat, mocht hij aan zijn studie op de gereformeerde sociale academie De Jelburg in Baarn beginnen. Dat had hij te danken aan prins Bernhard aan wie hij een brief had geschreven, nadat langs de officiële weg zijn verzoek was afgewezen. Het was een heel brede opleiding: hij leerde er een koor te dirigeren, paarden te mennen, en omgangsvormen voor elke gelegenheid; via een logopedist kwam hij van zijn Rotterdamse accent af. Ad trouwde, was even jeugdwerker op Katendrecht en daarna groepsleider op Valkenheide bij Maarn, een instelling voor moeilijk opvoedbare jongeren. Zijn vrouw, met wie hij drie dochters kreeg, en hij woonden er ook.

Na een paar jaar kon hij promotie maken: Ad werd maatschappelijk werker in Noord-Brabant. Dat was een prachtige baan: het waren de wilde jaren zestig, Ad reisde de hele provincie door om voor uiteenlopende groepen voorlichting te geven over maatschappelijke problemen en levensvragen. Maar de verhuizing van een vrijstaand huis in de bossen naar een rijtjeshuis in Eindhoven viel niet mee.

Begin jaren zeventig kwam het gezin in Het Land van Heusden en Altena te wonen, Ad werd buurtwerker in het dorp Rijswijk. Hij kreeg vooral met jongeren te maken met wie hij ook op kamp ging, al had hij een broertje dood aan kamperen.

Hij pakte het schrijven weer op. Ad kreeg een wekelijkse column in Het Nieuwsblad voor Het Land van Heusden en Altena. Daarin spaarde hij niemand. Hij had een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel, kwam voor mensen op die in de verdrukking zaten of die in zijn ogen door de overheid onheus waren behandeld. Daarbij verloor hij de nuance weleens uit het oog, ging soms te ver in zijn kritiek, en bood daarvoor dan weer zijn excuses aan.

In zijn column bereed hij de nodige stokpaardjes. Keer op keer, volgens sommigen tot vervelens toe, bepleitte hij de oprichting van een museum in de Biesbosch, voor bijzondere verzamelingen en producten uit de streek. Zijn lobby had succes: in 1984 werd het museum geopend door prins Bernhard. Ad maakte van de gelegenheid gebruik de prins te bedanken voor zijn bemoeienis bij het verkorten van de diensttijd, ruim twintig jaar eerder. Onder meer voor zijn inzet voor het Biesbosch Museum kreeg hij een lintje.

Via zijn column wist Ad ook te bewerkstelligen dat er een poëzieroute in de streek kwam: op 28 plaatsen staan er op panelen gedichten afgedrukt van amateurdichters, via verschillende routes kun je erlangs fietsen of wandelen. Net als bij het museum was het idee van Ad, en liet hij de uitvoering over aan mensen met verstand van zaken die hij enthousiast had weten te maken - hij was een man met een uitgebreid netwerk en grote overtuigingskracht.

Regelmatig vroeg Ad op zijn vaste plek in de krant aandacht voor de verdwijning van Germa van den Boom, nu bijna dertig jaar geleden. Hij beet zich helemaal vast in deze zaak, hij vond het ondraaglijk voor de familie dat ze zomaar van de aardbodem was verdwenen. Hij hekelde het rechercheonderzoek en had regelmatig contact met politie en justitie, én met Peter R. de Vries. Ad kwam er zo vaak op terug dat sommige reaguurders op websites zich hardop begonnen af te vragen of hij er zelf niet iets mee te maken had - dat lokte weer felle reacties van de columnist uit. Vrienden van Ad drongen er met klem op aan het onderwerp te laten rusten, wat hij uiteindelijk mokkend deed.

Ad kwam om in het werk: hij was buurtwerker, schreef elke week een column, hij had zijn hobby (lezen), had een gezin en deed er toch nog een cursus tot gedragstherapeut bij, waarvoor hij elke vrijdag en zaterdag naar België moest. Het huwelijk werd de dupe. Een paar jaar later, in 1987, hertrouwde Ad, met Irene. Ze namen hun intrek in een vrijstaand huis in Wijk en Aalburg, met een grote tuin en een aparte boekenkamer. Dat was Ads favoriete plek, met uitzicht over het vlakke weidelandschap. Zo zat Strijn Streuvels ook in zijn werkkamer, met dit verschil dat die over de heuvels van de Vlaamse Ardennen uitkeek. Groot was het genoegen toen Ad ter gelegenheid van het feit dat hij een kwarteeuw columnist was het huis van Streuvels bezocht en achter diens bureau plaats mocht nemen. Vanzelfsprekend schreef hij daar z'n jubileumcolumn.

In de boeken van Streuvels trok hem de hang naar het verleden, de nostalgie, daar kon hij bijna in wegzwijmelen. Hij mocht graag psalmen zingen, ook dat deed hem aan vroeger denken. Het geloof bleef hem bezighouden. Niet dat hij in het hiernamaals geloofde of wekelijks naar de kerk ging, maar hij was geïnteresseerd in het mysterie: wie of wat is die God? Antwoorden zocht hij in de boeken van Harry Kuitert, Cees den Heyer en Carel ter Linden.

Nadat hij zijn diploma als gedragstherapeut had behaald, kwam hij te werken bij Het bureau voor levens- en gezinsvragen in Den Bosch, de latere Riagg. Hij behandelde mensen die een echtscheiding moesten verwerken, mannen in hun midlifecrisis, adolescenten die waren vastgelopen, en incestdaders. Dat laatste was typerend voor Ad. Hij vond dat iedereen een tweede kans verdiende, ook mensen die zich aan hun kinderen hadden vergrepen. Dat viel niet overal goed, collega's van de jeugdzorg keken hem met de nek aan.

Als columnist was hij eens in de bres gesprongen voor een onderwijzer uit de streek die ervan werd beschuldigd dat hij in de klas seksueel getinte spelletjes liet doen. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Maar volgens Ad was de man zonder gedegen onderzoek aan het kruis genageld.

Een paar jaar geleden werd het Nieuwsblad een gratis huis-aan-huisblad met een jip-en-janneke-toon. Het moest allemaal korter en populairder. Dat beviel Ad niet. Hij hield ermee op, en schreef voortaan alleen nog columns op zijn website, daar kon hij kritisch blijven.

De laatste tijd ging zijn gezondheid hard achteruit, hij kreeg het steeds benauwder. Begin december werd hij opgenomen. Met Kerst zou hij weer thuis zijn, wist hij zeker. Dan wilde hij 'Het Kerstekind' van Streuvels herlezen, hij had het al klaargelegd. Maar het is er niet van gekomen, op de dag voor Kerst stierf Ad in het ziekenhuis.

Ad Mol werd geboren op 7 mei 1938 in Rotterdam. Hij overleed op 24 december in Tilburg.

Hij behandelde ook incestdaders en dat was typerend voor Ad. Hij vond dat iedereen een tweede kans verdiende.

Ad Mol.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden