SOCIAAL KAPITAAL

Mensen brengen tegenwoordig meer tijd voor de buis door dan bij hun sportclub of zangvereniging. Volgens politicoloog Robert Putnam kalft daardoor het vertrouwen af dat mensen in elkaar hebben. In het kielzog van die ontwikkeling verdwijnt ook het vertrouwen in de politiek. Dat is te simpel geredeneerd, stellen zijn critici. Pubers zoeken elkaar juist op om samen naar Goede Tijden, Slechte Tijden te kijken. Putnan houdt vol: de helpende hand is er niet meer bij.

In de ogen van 'TV-free America' is tv-kijken niet alleen een weinig creatieve bezigheid, maar tast het tevens de gemeenschapszin en het maatschappelijk engagement aan. De actievoerders weten zich hierbij gesteund door het werk van de politicoloog Robert Putnam - als hoogleraar verbonden aan de Harvard Universiteit. In een aantal opzienbarende artikelen uit 1995 betoogt hij dat de opmars van de televisie een bedreiging vormt voor het sociaal kapitaal van Amerika. Dankzij het werk van Putnam duikt het begrip sociaal kapitaal opeens op in allerlei sociaal-wetenschappelijke studies. “Sociaal kapitaal heeft zich inderdaad in korte tijd tot een juichbegrip ontwikkeld”, zegt Paul Dekker, die bij het Sociaal en Cultureel Planbureau onderzoek doet naar de maatschappelijke betrokkenheid van burgers. “Putnam is niet de eerste die het begrip gebruikt. In de sociologie past men het al zo'n jaar of twintig toe. Daar verwijst sociaal kapitaal naar de relaties die iemand met anderen onderhoudt en bekijkt men hoe mensen deze relaties gebruiken bij het vinden van een baan of een huwelijkspartner.”

Putnam gebruikt sociaal kapitaal op een ietwat andere manier, zo vervolgt Dekker. “In Putnams theorie staat het vertrouwen dat mensen in elkaar hebben centraal. Hij onderzoekt de mechanismen die dat vertrouwen genereren en in stand houden. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de vrijwillige relaties die mensen met elkaar onderhouden. Hoe sterker mensen met elkaar verbonden zijn, hoe meer ze elkaar vertrouwen en vice versa.” In een wereld waarin mensen elkaar vertrouwen, is men sneller geneigd om elkaar de helpende hand te bieden. Op die manier vormt sociaal kapitaal een belangrijk smeermiddel voor de maatschappij. Het klassieke voorbeeld van de werking van sociaal kapitaal is dat van boeren die elkaar helpen bij het binnenhalen van de oogst. De ene boer helpt de andere boer in de wetenschap dat hij op zijn beurt geholpen zal worden als het koren op zijn land geoogst moet worden. Beiden zijn op deze manier beter af.

Sociaal kapitaal is voor het functioneren van een samenleving eigenlijk net zo belangrijk als fysiek kapitaal (geld en grondstoffen) en menselijk kapitaal (het opleidingsniveau van de bevolking). Net als die twee andere vormen van kapitaal ontstaat sociaal kapitaal niet vanzelf, maar moet men erin investeren om het te creëren en in stand te houden. Daarom is het belangrijk om te weten waar het vandaan komt.

Putnam ontdekte het belang van sociaal kapitaal toen hij onderzoek deed naar het functioneren van verschillende regio's in Italië. De Italiaanse overheid hevelde begin jaren zeventig een groot aantal bevoegdheden over naar nieuw ingestelde regionale regeringen. Deze maatregel vormde een unieke kans om te kijken hoe de nieuwe regio's het eraf zouden brengen in de verschillende delen van Italië. Putnam onderzocht het effect van deze hervormingen over een periode van zo'n twintig jaar. Hij interviewde burgers en politici en hield de politieke ontwikkelingen in de gaten. Tot zijn verrassing ontdekte hij dat de regeringen in de noordelijke regio's tot veel betere prestaties kwamen dan de regeringen in het zuiden - bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur, woningbouw en volksgezondheid.

Uit zijn enquêtes bleek dat in de noordelijke regio's de burgers een veel groter vertrouwen in elkaar hadden dan in het zuiden. Dit wederzijdse vertrouwen weerspiegelde zich in een groter vertrouwen in het politieke systeem. Beide zaken vormden volgens Putnam een belangrijke verklaring voor het goed functioneren van de politiek in het noorden.

Het noorden had het hoge niveau van wederzijds vertrouwen volgens Putnam te danken aan het daar zo goed ontwikkelde verenigingsleven. “In Italië is een goede overheid een bijproduct van zangverenigingen en voetbalclubs”, concludeerde hij in zijn in 1993 verschenen boek Making democracy work.

Verenigingen zijn volgens Putnam zo belangrijk omdat het belangrijke ontmoetingsplaatsen voor mensen zijn. Sociologen spreken in dit verband over meeting en mating, elkaar ontmoeten en maatjes worden. Verenigingen fungeren zo als een belangrijke kweekvijver voor sociaal kapitaal. Henk Flap, verbonden aan de vakgroep sociologie van de Universiteit Utrecht, vindt dat Putnam teveel positieve effecten toedicht aan sociaal kapitaal. “Neem bijvoorbeeld sekten en terroristische groeperingen. Die kenmerken zich door enorm sterke vertrouwensbanden tussen de leden. In dat opzicht is er sprake van een grote hoeveelheid sociaal kapitaal. Maar als zulke groeperingen het slecht met de wereld voor hebben, dan kunnen zij het politieke systeem behoorlijk in de wielen rijden.”

Na zijn Italiaanse studie nam Putnam in 1995 het Amerikaanse verenigingsleven onder de loep. Hij ontdekte dat de betrokkenheid van Amerikanen bij hun verenigingen gekelderd is. In de afgelopen twintig jaar is het aantal lidmaatschappen met zo'n 25 tot 50 procent gedaald - of het nu gaat om veteranenorganisaties, vakbonden, studentendisputen of sportverenigingen. Met de resultaten van zijn Italiaanse studie in het achterhoofd luidde hij dan ook de noodklok.

Putnam ontdekte enkele trends die parallel lopen met het afnemend aantal verenigingslidmaatschappen. In de periode van 1960 tot 1993 daalde het percentage Amerikanen dat zegt dat 'je de meeste mensen kunt vertrouwen' van 58 tot 37 procent. In diezelfde periode steeg het percentage Amerikanen dat zegt dat ze de regering in Washington 'soms' of 'bijna nooit' vertrouwen van 30 naar 75 procent.

Tegelijkertijd heeft het tv-kijken zich in rap tempo tot de belangrijkste vrijetijdsbesteding ontwikkeld. Door de opmars van de televisie hebben Amerikanen steeds minder tijd om elkaar te ontmoeten en wederzijds vertrouwen op te bouwen. Daarom stelt Putnam de televisie verantwoordelijk voor 'de wonderlijke verdwijning van Amerika's sociaal kapitaal'.

Dekker's collega Joep de Hart geeft zich niet zomaar gewonnen voor deze verklaring: “Putnam zet voornamelijk verschillende trends naast elkaar - zoals het ontstaan van een televisiegeneratie en het teruglopen van allerlei vormen van maatschappelijk engagement.” Volgens De Hart kun je op basis daarvan nog niet concluderen dat de televisie de daadwerkelijke oorzaak is van het teruglopend aantal lidmaatschappen. “Er zijn in de jaren vijftig studies geweest in Engeland en Australië naar aanleiding van de opkomst van de tv. Men concludeerde toen dat er aanvankelijk een terugval in maatschappelijk engagement was, maar dat het sociale leven zich later herstelde.”

Bij het Sociaal en Cultureel Planbureau doen Dekker en De Hart nu voorzichtige pogingen om Putnams beweringen te toetsen voor Nederland. Anders dan Putnam kijken zij niet naar het aantal verenigingslidmaatschappen, maar naar de manier waarop mensen hun vrije tijd besteden.

De analyses van Dekker en De Hart laten zien dat er weliswaar belangrijke verschuivingen in de tijdsbesteding hebben plaatsgevonden, maar dat de kweekvijvers van sociaal kapitaal nog lang niet zijn opgedroogd. De Hart: “Activiteiten die wat dat betreft belangrijk zijn, zoals onbetaald vrijwilligerswerk en het opzoeken van vrienden, hebben veel minder last gehad van de opkomst van de televisie dan bijvoorbeeld het lezen. Je kunt je afvragen of lezen wel zo belangrijk is voor het instandhouden van sociaal kapitaal. Het is een buitengewoon solistische activiteit, vooral als het om moeilijke boeken gaat.”

Dekker en De Hart vinden dat de televisie te snel de zwartepiet toegespeeld krijgt. “De effecten van televisie zijn tamelijk dubbelzinnig”, zegt De Hart. “Onze gegevens laten zien dat interacties binnen de gezinssfeer inderdaad te lijden hebben gehad onder de televisie en dat huisgenoten minder met elkaar praten. Maar van de andere kant blijkt televisie een prikkel te zijn om het over allerlei dingen te hebben. De pubers bij mij in de straat zoeken elkaar iedere avond op om samen naar 'Goede Tijden, Slechte Tijden' te kijken. Op die manier blijkt uitgerekend de televisie het medium te zijn dat mensen bij elkaar brengt en wederzijds vertrouwen genereert.” Dekker vult aan: “Grote collectieve televisie-acties als 'Eén voor Afrika' zijn wellicht belangrijker voor het creëren van maatschappelijk engagement dan de wekelijkse gang naar de biljartavond.”

Beide onderzoekers vinden de Amerikaanse actie wel komisch. De Hart: “Dat vier miljoen mensen hun televisie uitzetten is peanuts in een land met 250 miljoen inwoners. Er is natuurlijk niets op tegen om een week lang je vrije tijd op een andere manier in te vullen, maar het moge duidelijk zijn dat er nog lang geen wetenschappelijk fundament is voor een dergelijke actie. Putnam zelf is trouwens de eerste die zal toegeven dat het definitieve bewijs voor zijn stelling nog niet geleverd is.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden