Sociaal drama op industrieel kerkhof Wallonië

TUBIZE - “Ach, wat is geweld...” De Waalse vakbondsman Roberto D'Orazio ligt er niet wakker van dat 'zijn' mensen een curator van de met sluiting bedreigde staalfabriek Forges de Clabecq flink hebben toegetakeld. “Het échte geweld is dat mensen zomaar op straat worden gezet.”

THEO KOELE

D'Orazio is in korte tijd een Bekende Belg geworden. Met zijn gebalde vuisten en opruiende taal is hij niet van het tv-scherm weg te slaan. Hij is een zeer omstreden figuur. 'Een volksmenner oude stijl, die terreur en intimidatie gebruikt', oordeelde een Vlaamse krant deze week.

Omstreden is de vakbondsman ook in Tubize, een naargeestig stadje met ruim 20 000 inwoners, niet ver van Brussel. Hier staat het bedrijf Forges de Clabecq, dat het symbool is geworden van de economische malaise in Wallonië. D'Orazio is dé pleitbezorger van de fabriek, al dan niet tegen beter weten in.

“Hij maakt de mensen de kop zot”, zegt een jongeman aan de toog van café La Renaissance nabij het station. Maar een andere gast ziet in de uiterst linkse vakbondsman de enige die Forges de Clabecq misschien nog weet te redden. Juist omdat D'Orazio zo'n grote bek opzet, dat de autoriteiten en de media wel aandacht móeten hebben voor het lot van de 1800 werknemers van het al failliet verklaarde bedrijf.

Begin deze maand wist D'Orazio in Tubize (Tubeke op z'n Vlaams) ruim 30 000 mensen op de been te brengen, tijdens een Mars voor Werk. Voor vandaag heeft hij een nieuwe manifestatie op het programma staan: alle werknemers moeten mét hun kinderen naar het bedrijfsterrein komen. “De arbeidersbeweging heeft de kinderen uit de mijnen gehaald. Laten we ze beschermen tegen werkloosheid en alle vormen van uitbuiting”, is het motto van D'Orazio.

Zelfs curator Alain Zenner, die sinds een week met twee blauwe ogen rondloopt, kan wel respect opbrengen voor de vakbondsman. “Een slimme man, met grote kwaliteiten”, zegt Zenner over D'Orazio, wiens aanhangers hem een paar harde klappen toebrachten. Of, zoals een van die aanhangers grijnzend zegt: “Eén klap, maar wel goed gericht.”

Zenner en D'Orazio hebben elkaar deze week zelfs weer de hand geschud. Maar D'Orazio heeft bij justitie wel een klacht ingediend tegen de curator, omdat die beweerde dat D'Orazio dreigementen had geuit aan het adres van zijn kinderen.

Zenner op zijn beurt overwoog na het geweld een klacht in te dienen tegen D'Orazio, maar zag daar van af. “We moeten verder met elkaar”, zegt de curator uit Brussel nu mild. “Ik heb wel begrip voor de radeloosheid van de mensen bij Forges. Hier vindt een sociaal drama plaats op een industrieel kerkhof.”

De heren mogen het dan persoonlijk nog wel met elkaar kunnen vinden, getuige de handdruk van deze week, hun visie op de toekomst van het bedrijf én hun politieke achtergrond lopen sterk uiteen. D'Orazio beschouwt Zenner als exponent van de verderfelijke société bourgeoise, die eropuit is Forges de Clabecq de nek om te draaien.

In D'Orazio's kantoortje op het fabrieksterrein, waar volgens affiches Marx níet dood is en Cuba door de Amerikanen economisch gewurgd wordt, zegt de vakbondsman: “Monsieur Zenner is een liberaal. En het zijn de Waalse liberalen die al lang roepen dat het bedrijf dicht moet.” Curator Zenner ('ik ben links-liberaal') bestrijdt fel dat hij politieke motieven heeft. Nee, dan D'Orazio. Die dweept met Marx, maar roept met zijn verbaal geweld 'rechtse terreur-praktijken op'.

De curator acht de kans 'nihil' dat het nog goed komt met Forges de Clabecq. Hooguit voor een deel van het bedrijf, de walserij, zou een overname-kandidaat te vinden zijn. D'Orazio en de zijnen geven de strijd echter niet op. Drie ingenieurs van het bedrijf zijn, op hun instigatie, deze week bij de Waalse deelregering en de banken om geld gaan vragen. De socialistische premier Collignon liet weten wel over de brug te willen komen, mits de banken dat ook doen. De banken gaven nul op het rekest. Curator Zenner: “Het is een pingpongspel.”

Niemand durft echt z'n nek uit te steken voor het bedrijf. De Europese Commissie liet weten dat er geen overheidsgeld in het bedrijf mag worden gepompt, met het oog op concurrentievervalsing. Zelfs de socialistische vakbond FGTB houdt zich muisstil. Dat alles zou FGTB'er D'Orazio moeten beseffen, zegt Zenner: “Hij wekt valse hoop.”

Op het bedrijfsterrein zijn nog zo'n kleine 200 mensen in de weer, vooral ter wille van de veiligheid. De staalproductie ligt al wekenlang stil. Ook D'Orazio behoort tot de werkloze metallos. Maar hij heeft het razend druk, in het vakbondsvertrek van waaruit de reddingspogingen worden gecoördineerd. Dat de moedervakbond amper steun biedt, verbaast D'Orazio en de zijnen niets: “De chefs zitten te ver van de basis.”

Inwoners van Tubize, dat vrijwel het geografisch hart van België is, voelen zich afgesloten van de buitenwereld, zowel van 'Brussel' als van de Waalse deelregering in Namen. De in Wallonië oppermachtige Parti Socialiste is vooral bezig met zichzelf, geteisterd als zij is door smeergeldschandalen. Van de PS valt niet veel te verwachten, is de opvatting die D'Orazio met veel inwoners van Tubize deelt. “De regio is dood. C'est fini”, zegt een van hen.

Vorig jaar ging Tubize Plastics, een bedrijf met een kleine tweehonderd werknemers, dicht. De huidige uitbater van café La Renaissance werkte er. De optimistisch gekozen naam van zijn etablissement weerspiegelt nog altijd zijn gevoelens: “Ik heb hoop.” Maar die vestigt hij - ooit zelf actief in de vakbond - niet op D'Orazio. Die man doet met zijn onbehouwen optreden eerder kwaad dan goed. Als men geweld niet schuwt, waarschuwt de uitbater, wordt er na de Witte Mars voor vermoorde kinderen in Brussel en de Mars voor Werk in Tubize straks een Zwarte Mars gehouden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden