Sobere architectuur kan ook mooi zijn

Ten onrechte klinkt gemopper over ’kille’ architectuur van glas en metaal. Strak bouwen kan ook mooi zijn.

Het verbaast me niet dat het Gasuniegebouw de verkiezing van het ’mooiste gebouw van Nederland’ gewonnen heeft. Organische architectuur heeft altijd iets aantrekkelijks gehad. Het is begrijpelijk en aansprekend. Iedereen kan er van gecharmeerd zijn.

Het commentaar van Trouw van afgelopen zaterdag riep architecten, van wie ik er een ben, op om zich de uitslag aan te trekken. Het verwijt klonk dat architecten bouwen ter meerdere eer en glorie van zichzelf in plaats van voor de mens en zijn omgeving. Toch, om de uitslag te vertalen als kritiek op de moderne architectuur, is te gemakkelijk.

Het is niet dat ik de winnaars de erkenning misgun. Het Gasuniegebouw, en vooral het atrium, is een fascinerend gebouw. Ik ben er ooit als student architectuur danig door beïnvloed en maakte tijdens mijn opleiding ontwerpen die zó uit de koker van Alberts & VanHuut hadden kunnen komen. Toch koos ik in de loop der jaren voor een soberder stijl. Trouw moppert over ’anonieme architectuur van glas en staal’.

Wie bepaalt hoe een gebouw eruit komt te zien? De architect, de opdrachtgever of de samenleving? De architect heeft een dienstbaar beroep. Hij ontwerpt voor opdrachtgevers de gebouwen die ze nodig hebben. De opdrachtgever heeft een grote stem in het geheel. Hij kan zelfs de architect weer ontslaan.

Toch gaat het te ver dat een architect alleen moet tekenen wat er gevraagd wordt. De architect denkt mee, vanuit zijn specifieke kennis, interpreteert, doet voorstellen. Er wordt terecht wel eens gezegd dat de architect de opdrachtgever ’geeft wat deze nooit had kunnen dromen’. Dan moet het geen nachtmerrie worden, natuurlijk.

Al eeuwenlang wordt er in de architectuur gedebatteerd over de vraag of het vak meer is dan stenen stapelen. De meeste architecten vinden dat de architectuur ook een culturele dimensie heeft. Architecten moeten ook ideeën hebben over hoe de mens de wereld inricht, hoe de samenleving zichzelf vormgeeft. Bouwen is een culturele daad.

In een samenleving waarin het geld het voor het zeggen heeft, horen niet alleen financiële argumenten en macht de doorslag te geven, maar moet er ook ruimte zijn voor andere overwegingen. Het is de taak van de architect om deze ruimte te verdedigen. Hij heeft dus een taak in de maatschappij.

De architect neemt een middenpositie in, tussen de opdrachtgever en de samenleving. Om het concreet te maken: de meeste Nederlanders wonen graag vrij, liefst met uitzicht of in de bossen. Als architecten nieuwe wijken zo zouden ontwerpen, zou Nederland binnen de kortste keren zijn unieke landschap hebben volgebouwd. Het algemene belang telt dan zwaarder.

De commentator van Trouw stelt dat architecten wat meer de smaak van het publiek in acht moeten nemen. Want,om gebouwen kun je niet heen, terwijl je schilderijen, als je ze niet mooi vindt, kan ontlopen. Maar uit zowel uit de uitslag van de verkiezing van het ’mooiste gebouw’ als uit de interviews blijkt dat helemaal niet duidelijk is wat ’de smaak van het publiek’ is. Er komt dan wel een organisch gebouw als winnaar uit de bus, maar nipt. Toegegeven, de organische bouwstijl is met ook het ING gebouw goed vertegenwoordigd, maar beide gebouwen kunnen niet los gezien worden van de locatie waar ze staan. Niemand zal blij zijn geweest als het enorme Gasuniegebouw in de binnenstad van Groningen had gestaan.

Een mooi gebouw is een gebouw dat, althans wat mij betreft, ontworpen wordt vanuit zijn context. De architect moet kijken naar de directe omgeving, en ook naar de geschiedenis van de plek. Maar vooral moet hij ontwerpen wat die locatie nodig heeft om tot een plek te worden, zoals hoogleraar Jo Coenen eens zei. Dat kan niet alleen door aan te sluiten bij het bestaande, maar ook door bewust contrasten te zoeken. Niet alleen door het comfortabeler te maken, maar ook door bevreemding op te roepen.

Architectuur is inderdaad niet te omzeilen, zoals andere kunstvormen. Daarom moet de architectuur niet slechts voor dit moment de zinnen bevredigen. Wie nu een gebouw neerzet, maar er over vijf jaar op uitgekeken is, moet er nog wel een jaar of 45 langs blijven fietsen.

Wie stelt dat de architect puur zou moeten ontwerpen wat het grote publiek wil, roept het gevaar over zich af dat de architectuur steeds spectaculairder wordt. Een gebouw moet dan namelijk ’opvallen’. Dat is pas dwingend!

Echte dienstbare en humane architectuur bemiddelt tussen mens en omgeving. Ik denk dat dit alleen zal gebeuren als architecten gebouwen ontwerpen die zich niet opdringen, maar die op een subtiele en genuanceerde manier ’mooi zijn’. Ten dienste van de samenleving. Of is dat ook al te elitair gedacht?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden