Opinie

Sober Gilgamesj-epos

Toen de goden de wereld schiepen, gaven ze de dood aan de mensen, het eeuwige leven hielden ze voor zichzelf. Dit is de basso continuo van het helden epos, die als de helden in Homerus' 'Ilias' naar hun sneuvelen op het slagveld begeleidt als de helden Gilgamesj en Enkidu in het van oorsprong Sumerische epos uit het derde millennium voor Christus, dat in de opeenvolgende beschavingen van Mesopotamië de uiteindelijke vorm kreeg.

De bekende vertaling van De Liagre Böhl uit de jaren vijftig heeft een vlottere opvolger gekregen in de vertaling van Theo de Feyter. In een bewerking van Peter Sonneveld en onder zijn regie voert acteur Joop Keesmaat zijn toehoorders door de twaalf zangen van het epos, te beginnen vanaf het moment dat Gilgamesj, koning van Uruk, zo door zijn onderdanen gevreesd wordt omdat hij de jongemannen doodt, de jongedochters verkracht, dat de god Aruru uit klei een evenbeeld voor hem schept, de onoverwinnelijke Enkidu.

Gilgamesj en Enkidu worden vrienden als Achilles en Patroclus; samen verrichten zij heldendaden als het verslaan van de reus Chumbaba in het grote cederbos. De omslag in het epos komt als Enkidu ziek wordt en sterft. Gilgames weende zeven dagen en zeven nachten om zijn vriend, tot de wormen uit diens neus vielen. Toen werd Gilgamesj bang voor de dood en ging op zoek naar het eeuwige leven.

Keesmaat staat in een lang wit gewaad tussen grote scherven van gebakken klei, terwijl tijdens zijn vertelling steeds meer gouden lansen uit de hemel neerdalen. Het is een indrukwekkend gezicht: de verteller rijst op uit de kleitabletten met het Sumerisch en Akkadisch spijkerschrift, en hoe langer de tocht van Gilgamesj duurt, hoe meer goden uit de hemel neerdalen om hem te aanschouwen. Als hij de plant die de eeuwige jeugd verschaft ten slotte van de bodem van de oceaan naar boven heeft gebracht, ontrooft een slang hem het kruid. De goden keren terug naar boven, Gilgamesj weet dat ook hij eens moet sterven.

De voorstelling wordt muzikaal begeleid door slagwerker Wim Konink en de, vele instrumenten bespelende, Willem Brink. Hoe mooi ook, het lijkt me dat de voorstelling ook uitstekend zonder muziek had gekund: Joop Keesmaat is een sobere en imponerende verteller en de zaal hing aan zijn lippen. Om ook de ogen te strelen, laat Sonneveld het eiland der zaligen, waar Utnapishtim, de Oudbabylonische evenknie van Noach, die de zondvloed overleefde en het eeuwige leven had gekregen van de goden, omgeven worden door ranke coulissen-panelen van stof. Het centrale achterdoek in de voorstelling toonde leeuwen en een muur van tichelstenen: wel erg uit het plaatjesboek 'Hoe leefden de Babyloniërs?', maar in z'n naïviteit ook innemend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden