Sober en harmonisch 2

Stel je voor dat er geen gebouw van Berlage bij de toptien had gezeten! Berlage is waarschijnlijk de bekendste architect die Nederland ooit heeft gehad. Zijn bouwwerken en stedenbouwkundige plannen hebben Nederland aan het begin van de twintigste eeuw met één beweging in de moderne tijd geplaatst.

Sandra Kooke

Hendrik Petrus Berlage (1856-1934) was heel bewust bezig met de tijdgeest. De tijd van de renaissancistische decoratieve bouwkunst was volgens hem voorbij. De rationele tijdgeest vroeg om bouwkunst met ‘klare overzichtelijkheid’. Daarbij waren rationele bouwmaterialen en rationele toepassingen nodig. Een huis moest ‘eenvoudig logisch geconstrueerd, met een duidelijk sprekend streven naar het schone effect ener harmonische massaverdeling,’ zo stelde hij in 1925 in een lezing aan de Sorbonne in Parijs. Functioneel en sober, maar ook harmonisch dus. En wie kijkt naar de verdeling van de raampartijen in een muur van Berlage begrijpt meteen wat hij daarmee heeft bedoeld. Baksteen was het enige juiste materiaal voor de uitwerking van zijn theorieën.

De muur en de ruimte binnen waren voor Berlage van het grootste belang. Met rasterlijnen van 1.10 meter in het vierkant tekende hij zijn ontwerpen. Zo berekende hij hoe ramen, nissen, loggia’s en verspringende geveldelen verdeeld moesten worden om tot symmetrische proporties te komen. Maatvoering was heel belangrijk voor hem, niet alleen letterlijk in de omvang van een gebouw, maar ook in de mate waarin een gebouw in zijn omgeving moest staan. Hij ging altijd uit van de functie van het gebouw en van de plek waar het kwam te staan. Berlage was een vernieuwer, maar had niet het oogmerk per se te vernieuwen. Hij had ook oog voor bouwkundige tradities en was zeer geïnteresseerd in oude bouwstijlen.

Berlage wilde in eerste instantie beeldend kunstenaar worden. Maar hij vond zichzelf niet goed genoeg voor autonome kunst en stapte over op de bouwkunst. Hij studeerde in Zwitserland en trok daarna bijna twee jaar door Duitsland, Oostenrijk en Italië. In 1881 keerde hij terug naar Amsterdam waar hij ging werken als architect.

Deze stad heeft door zijn bouwwerken een heel nieuw aanzien gekregen. De Beurs, het kantoor voor de Diamantbewerkersbond, het gebouw op de hoek van de Herengracht en Rozengracht, de Berlagebrug, talloze woonblokken en woonhuizen, het Mercatorplein, enzovoorts. Zijn belangstelling voor woningbouw kwam voort uit zijn maatschappelijke belangstelling. Hij vond het stuitend dat mensen in lelijkheid moesten wonen. Dat gold voor de rijkere opdrachtgevers, voor wie hij prachtige villa’s ontwierp, zoals voor Carel Henny of Henry Polak, maar zeker ook voor de arbeiders, die vaak in mensonterende omstandigheden moesten leven. Voor hen werden de buitenwijken van Amsterdam opgezet, die Berlage ontwierp. De architectuur daarvan liet hij meestal aan andere architecten over, maar hij bedacht de opzet van de wijk: rechte straten met grote, langwerpige woonblokken.

Toch liggen zijn meest geliefde bouwwerken op andere plekken in Nederland, althans dat blijkt uit deze toptien waarin zijn bekendste gebouw, de Beurs, vreemd genoeg ontbreekt. Om te beginnen het Jachtslot Sint Hubertus, dat Berlage tussen 1915 en 1919 bouwde voor het echtpaar Kröller-Müller. Midden op de Veluwe, tussen Hoenderloo en Otterlo, moest een jachtslot verrijzen dat een eerbetoon was aan Sint Hubertus, de beschermheilige van de jagers. Volgens de legende ontmoette Sint Hubertus (geboren in 665) tijdens een jacht een hert met een gewei waarin het een lichtgevend kruis droeg. Hubertus werd christen en daarna zelfs heilige. Het grondplan van het jachtslot heeft de v-vorm van een gewei. De hoge toren staat symbool voor het kruis. Het torent enorm hoog boven het lage slot uit. De woonlaag is verdeeld over aaneengeschakelde kleine gebouwtjes met verschillende vormen, die bijeengehouden worden door het grijze dak van leisteen. Berlage ontwierp ook de tuin, inclusief de vijver, en de meubels voor het huis.

Het Gemeentemuseum in Den Haag is Berlage’s laatste grote opdracht geweest. Het is pas na zijn dood voltooid onder toezicht van zijn schoonzoon, de Zwitserse architect Emil Strasser. Er zullen weinig musea in de wereld zo’n originele en toch zo eenvoudige entree hebben als dit museum. De bezoeker loop in een gang tussen twee vijvers door naar de ingang, zodat de overgang van de werkelijkheid van stadsrumoer naar de concentratie van het museum enige tijd vergt. Berlage’s eerste plannen dateren van 1919, maar door onenigheid met en tussen opdrachtgevers komt het er pas in 1927 van om het plan voor een museum weer op te nemen. Als het museum in 1935, na Berlage’s dood in 1934, klaar is, blijkt wat een prachtig museaal idee Berlage heeft bedacht. Het museum is gelegen rond een binnenvijver. De kantoorruimtes zijn in een apart gedeelte ondergebracht. De bezoeker kan via de hoofdzalen snel langs alle topattracties of afdwalen in kleinere zaaltjes naar zijn speciale interesse. De verschillende soorten bezoekers lopen elkaar niet in de weg. Typisch Berlage is natuurlijk de bekleding met baksteen, een heel lichtgele soort dit keer. De gevel verspringt steeds, wat het geheel levendig en speels houdt. Maar het meest opvallende van het museum is de lichtinval – het licht komt van boven – waardoor de tentoongestelde schilderijen en andere objecten zo bijzonder uitkomen.

Ook aan het interieur besteedde Berlage zoals altijd veel aandacht. Kleurige tegels, trappenhuizen met zware, glazen deuren, veel primaire kleuren: de werken van Piet Mondriaan lijken er heel vanzelfsprekend te hangen.

Berlage heeft niet alleen de wereld veranderd met zijn eigen gebouwen. Hij heeft ook talloze collega’s beïnvloed. Architecten van de Amsterdamse School en het Nieuwe Bouwen beschouwden hem als hun leermeester. Het Nieuwe Wonen volgt Berlage’s sobere, functionele architectuur. het meest. Architect jan Duiker van onder andere het sanatorium Zonnestraal in Hilversum noemde Berlage ‘de grootste en de beste’. Hij is niet de enige die daar zo over denkt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden