Snotapen zijn niet racistisch

Iedereen is tegen racisme. Maar hoe om te gaan met alledaagse beledigingen, bijvoorbeeld door kinderen? Veroordelen lijkt niet zinvol.

Racisme? Komt eigenlijk nauwelijks nog voor. Althans, dat vindt de Britse schrijver Adrian Hart. En toch worden we steeds vaker om de oren geslagen met campagnes tegen racisme, constateert hij in zijn boek 'That's racist'. Hart keert zich tegen die tendens.

Hij geeft een voorbeeld. Op Britse scholen komen jaarlijks zo'n veertigduizend meldingen van racisme binnen. Toen Hart die meldingen eens onder de loep nam, ontdekte hij dat het in de meeste gevallen ging om 'alledaagse beledigingen en ruzies tussen kinderen' die werden opgeblazen tot 'raskwesties'. In een interview met Trouw, afgelopen zaterdag, zegt Hart: "En wat moet de leraar doen? Die moet twee snotapen van zeven, die hun meningsverschil allang zijn vergeten, bij zich roepen om hun raciale verschillen te overpeinzen. Op die manier wordt racisme in stand gehouden door de antiracisten."

Een gewaagde stelling. Helemaal gezien de recente ophef over oplaaiend antisemitisme in Europa en, in Nederland, de verhitte debatten over Zwarte Piet. Legt Hart de vinger op de zere plek, of bagatelliseert hij juist racisme?

Alja Tollefsen, anglicaans priester in Markelo, is het roerend met Hart eens. "Een kind wordt uitgemaakt voor 'chocoladereep' - ja, hoe erg is dat nu eigenlijk? Als een kind 'dikzak' wordt genoemd, gebeurt er niets. Dan halen leraren hun schouders op, het kind moet er maar mee leren omgaan. Door zo overgevoelig te reageren zodra het om racisme lijkt te gaan, wakker je het denken in huidskleuren juist aan. Je máákt ras een probleem, terwijl dat voor die kinderen helemaal geen rol speelde. En je creëert nieuwe mogelijkheden. Elk verbod schept de verleiding dat te overtreden - helemaal bij kinderen."

Wim van Vlastuin, rector van het Hersteld Hervormd Seminarie aan de Vrije Universiteit: "Je werkt er ook een slachtoffercultuur mee in de hand, zegt Hart. Daar heeft hij een punt. Ik heb zes kinderen, die ravotten wat af en dan valt er nog wel eens een onvertogen woord. Dat is niet altijd erg, dat ga ik ook niet bij voorbaat verbieden. Zo leren ze van zich af te bijten. Dat is een sociale oefening. Hart trekt dit inzicht door naar de maatschappij. Vrijheid is een groot goed, zegt hij - ook de vrijheid om af en toe nare dingen te zeggen. Campagnes met slogans als 'geef racisme geen stem' kunnen, hoe goedbedoeld ook, averechts uitpakken. Door elke uiting die mogelijk racistisch is al bij voorbaat te verbieden, ontneem je mensen de mogelijkheid er samen uit te komen. Dat vind ik een stuk wijsheid van hem."

Tollefsen: "Wat antiracismebeleid zo paradoxaal maakt is dat je, om racisme af te keuren, gebruik moet maken van precies die categorieën die je nu net wilt afwijzen - namelijk het indelen van mensen op basis van ras. Door het verbod schep je in zekere zin dat wat je verbiedt. Daarom moeten we, vind ik, erg terughoudend zijn met het etiket 'racistisch'.

Toen ik studeerde, dronk ik eens koffie met een bevriende medestudent. Ik moest iemand bij de uitgang ophalen en dus even bij hem weglopen. 'Zeker omdat ik zwart ben', zei hij. Ik was te verbouwereerd om iets terug te zeggen, ik begreep gewoon niet wat zijn huidskleur ermee te maken had. Ik had hem daarvoor nooit gezien als 'zwart'. Dat speelde voor mij niet, ik was me er niet van bewust.

Ik heb de indruk dat dit mechanisme tegenwoordig een grote rol speelt. Mensen lijken zich sneller racistisch bejegend te voelen dan vroeger. Terwijl het de vraag is of racisme feitelijk gezien toeneemt. Mensen zijn in ieder geval wel eerder gekwetst. Kennelijk zijn ze niet weerbaarder geworden, maar kwetsbaarder. Neem de discussie over Zwarte Piet. Volgens mij is de kwestie helemaal niet dat die zwart is, maar dat hij soms als onnozel wordt neergezet. Dát moet veranderen. Geef hem een bril en maak hem slim. Dan is Sinterklaas de niet zo snuggere oude man. De discussie wordt door de tegenstanders met verkeerde argumenten gevoerd - en daardoor geven ze het feest een lading die het voor niemand had. Er was toch geen hond die aan racisme dacht bij Zwarte Piet? Maar nu móét je je er wel schuldig om voelen, want je wilt niet de verdenking op je laden racisme goed te keuren."

Van Vlastuin: "Ik ben het met je eens dat er bij de Zwarte Pietendiscussie sprake is van overtrokken reacties. Het Sinterklaasfeest heeft niet een diskwalificatie van bepaalde rassen of volkeren op het oog. Dat is ook niet de dynamiek die eruit volgt. Natuurlijk, zwarte kinderen worden soms voor 'zwarte Piet' uitgescholden. Maar anders zouden ze wel voor iets anders worden uitgescholden. Wat dit betreft sluit ik me aan bij Harts analyse

Tegelijkertijd moet je zijn betoog niet verabsoluteren. Dat lijkt me heel gevaarlijk. Het gaat mij veel te ver om uit de constatering dat er soms overtrokken wordt gereageerd te concluderen dat racisme in stand wordt gehouden door antiracisme. Als je bedenkt wat er in de geschiedenis allemaal is gebeurd - van de Endlösung komen nog steeds nieuwe gruwelijkheden aan het licht, net als van de slavernij. Er ís echt racisme, ook nu nog. Mensen laten zich dat niet zomaar aanpraten.

En of racisme afneemt? Ik ben daar niet gerust op. De Tweede Wereldoorlog vond plaats in een moderne westerse cultuur. In potentie zijn wij tot precies hetzelfde in staat. Of neem slavernij, de meesten hadden niet eens door dat het fout was om in medemensen te handelen. Men sprak over hen als 'vee'. Zo'n woord laat zien dat men zwarten als mindere wezens zag. En die terminologie versterkte deze houding ook nog eens. Begrippen en woorden doen ertoe, ze zijn niet onschuldig. Natuurlijk, je moet niet bij één scheldwoord omvallen, dat is de waarheid van Hart. Maar ontken racisme niet."

Tollefsen: "Begrijp me goed, ik pleit er niet voor antiracismebeleid helemaal af te schaffem. Als iemand 'Joden aan het gas' scandeert, dan is een grens overschreden. Punt. Maar ik wil niet dat we doorschieten in dat beleid. En dat zijn we nu wel aan het doen. Iedereen kan je van alles noemen, maar dat wil niet zeggen dat je je alles de hele tijd aan moet trekken, of meteen naar de rechter moet stappen.

Het is notoir moeilijk om de negatieve gevolgen van antiracisme bespreekbaar te maken. Heb ik, behorend bij de geprivilegieerde groep, wel recht van spreken? Bovendien hebben we natuurlijk allemaal geaccepteerd dat racisme een slechte zaak is. Dus niemand durft tegen weer nieuwe regeltjes in te gaan - dan zou het net lijken alsof je de immoraliteit van racisme zelf ter discussie stelt.

Bij meldingen van antisemitisme geldt deze moeilijkheid al helemaal. Er is toch niemand die tegen Joden durft te zeggen: 'hou nou eens op met dat geklaag'. Je zou wel uitkijken. Terwijl je het stiekem misschien wel eens denkt - ik in ieder geval wel. Maar als je weet hoeveel er door hen geleden is, dan laat je het wel uit je hoofd zulke gedachten uit te spreken."

Van Vlastuin: "Wat mij in deze discussie helpt, is het onderscheid tussen normen en waarden. Bij normen gaat het om absolute grenzen, om pure, harde discriminatie. Bij waarden gaat het meer over hoe je met elkaar omgaat. Je spreekt elkaar aan op elkaars gedrag, je moet op een 'waardige' wijze met elkaar omgaan.

"De normen zijn een omheining waarbinnen ruimte is voor verschil en voor botsingen. In die ruimte zit veel meer rek dan antiracisten vaak toelaten. Steeds meer in regels vastleggen of onder het strafrecht brengen, daar gaat wantrouwen van uit. Sommige dingen lossen zichzelf wel op. Je moet durven vertrouwen op de weerbaarheid van elkaar en het debat een kans geven.

We moeten oog hebben voor de zwakkeren in de samenleving. Maar door ze te veel te willen beschermen, maak je ze nog zwakker dan ze al zijn. Daar moeten we voor waken."

theologisch elftal

Smalbrugge

De Korte

Jansen

Kalsky

Leegte

Van Vlastuin

Klapheck Tollefsen

Van der Graaf

Borgman

Nissen

Overgevoelig reageren op ruziënde kinderen houdt het denken in huidskleuren in stand, zegt anglicaans priester Alja Tollefsen. De kinderen op deze foto spelen geen rol in het artikel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden