Snellere bocht met rechterprothese

Biomechanicus ontdekt dat para-atleten met een linkerkunstbeen vier procent langzamer zijn op de 200 meter

Geen alledaagse vraag misschien, maar zou het in de paralympische sport uitmaken: een prothese aan het linker- of rechteronderbeen? Jazeker, op de 200 meter op een indoorbaan is de para-atleet die de prothese aan het buitenste been heeft zitten vier procent sneller dan degene die het kunstbeen links heeft zitten. Dat blijkt uit onderzoek van biomechanicus Paolo Taboga aan de Universiteit van Colorado in Boulder.

Taboga vroeg zich met zijn twee medeonderzoekers af of para-atleten ook ¿ net als tweebenige atleten ¿ langzamer lopen wanneer een bocht onderdeel is van de race. "Dit soort sporters is veel langer in contact met de grond door hun prothese dan tweebenige atleten. Daardoor kunnen zij niet de kracht generen die nodig is om op maximale snelheid te lopen", legt hij uit.

De biomechanicus onderzocht zeven mannelijke en vier vrouwelijke paralympiërs in de binnenbocht van een indoorbaan. Zes misten hun linker- en vijf hun rechteronderbeen. "De ongelijke verdeling van het geslacht heeft geen enkele invloed op dit onderzoek. Het verschil van vier procent geldt voor zowel mannen als vrouwen", zegt Taboga.

Waarom verrichtte hij het onderzoek op een indoorbaan en niet in de buitenlucht? "Het is moeilijker om op hoge snelheid een kleinere bocht te nemen", verklaart Taboga. De bochten van een outdoorbaan zijn groter dan die van een indoorbaan. "Een kleinere straal van de bocht betekent een groter effect op de sprinter. Zou er geen invloed zijn op de tijd op een indoorbaan, dan is het effect ook niet in de buitenlucht meetbaar."

Taboga schat dat atleten met de prothese aan het binnenste been op een buitenbaan twee tiende van een seconde langzamer zijn dan degenen die een prothese hebben aan het rechteronderbeen. "Maar of dat daadwerkelijk zo is, moeten we nog onderzoeken."

Atlete Marlène van Gansewinkel, die haar linkeronderbeen mist, legt uit waardoor het voor haar lastig is om in de binnenbaan te starten. "Mijn prothese is afgesteld om op topsnelheid mijn heupen recht te hebben. Daardoor kan ik in een bocht mijn prothese niet zo ver indrukken om met mijn linkerheup lager te zitten. Mijn linkerbeen strekt hierdoor niet volledig en dat betekent dat mijn topsnelheid lager ligt."

Om een race eerlijk te laten verlopen, pleit Taboga ervoor dat atleten met een linkerbeenprothese in de buitenste vier banen starten, in baan vijf tot en met acht. "Doordat de bocht groter is, kunnen de atleten meer snelheid genereren en hebben ze minder tijdverlies."

Paralympiërs Iris Pruysen en Van Gansewinkel zien niets in het idee van Taboga. "Voor de onderlinge strijd is het huidige systeem prima. De snellere atleten starten in het midden en de langzamere in de binnenbocht of buitenste bocht. Vind je het moeilijk om in een krappe bocht te lopen, dan moet je maar wat harder trainen", stelt Pruysen, die een prothese aan haar rechteronderbeen heeft.

"Het is het eerlijkst als je de atleten willekeurig indeelt", vindt Van Gansewinkel. "Wanneer ik in de binnenbocht loop, moet ik maar laten zien dat ik de snelste ben. "Dan kunnen ook andere factoren meespelen, zoals ervaring en lengte bijvoorbeeld. Dat voorstel is in mijn ogen echt onnodig moeite doen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden