Sneller in vaste dienst, of sneller ontslagen?

Kabinet vervroegt wet: al na twee jaar recht op vast contract. Werkgevers zien meer in langer lopende tijdelijke contracten.

Drie tijdelijke contracten in drie jaar gehad? Dan heb je recht op een vaste baan. Het kabinet wil flexwerkers helpen door hen al na twee jaar het recht te geven op een vast contract. Onder druk van D66 werd dat plan zelfs een half jaar vervroegd, naar 1 juli aanstaande. Maar leidt die aanpak van flexcontracten tot minder werkloosheid?

Het is zwaar werk, in de bagagekelder van KLM. Zelfs sterke mannen houden het daar geen jaren vol. KLM biedt de laagopgeleide werknemers daarom telkens een jaarcontract aan, en na drie van zulke contracten gaan mensen uit dienst. Hadden zij een vast contract gekregen, dan was KLM verplicht om hen op den duur ander eenvoudig werk aan te bieden en dat is er binnen het bedrijf niet. Geen ideale situatie, vond ook KLM enkele jaren geleden. Het bedrijf stelde de vakbonden daarom voor om een 5- jaarscontract te geven en het bagagepersoneel onderwijl bij te scholen voor ander werk binnen of buiten het bedrijf. "Asociaal", vond FNV Bondgenoten, en wees het aanbod van de hand.

Toch is het de vraag of zo'n 5-jaarscontract zoveel asocialer is dan de 'sociale' oplossing waarvoor vakbonden, kabinet en werkgevers getekend hebben in het sociaal akkoord. Hierin wordt de termijn waarin werkgevers tijdelijke contractanten mogen aanhouden, zelfs ingekort van drie naar twee jaar. Nu mag een flexwerker drie opeenvolgende tijdelijke contracten in drie jaar krijgen, vanaf 1 juli aanstaande zijn dat er drie in twee jaar. Daarna ontstaat het recht op een vast contract.

Bovendien mag de werkgever pas een half jaar nadat de flexwerker uit dienst is gegaan, hem weer een nieuw tijdelijk contract aanbieden. Nu is die termijn nog drie maanden, zeg maar een uitgebreide zomervakantie. Achterliggend idee is dat werkgevers geen half jaar zonder hun werknemer kunnen, en hem na twee jaar toch maar een vast contract aanbieden. Bijkomend voordeel is dat de flexwerker nu na twee jaar zekerheid krijgt over zijn contract, terwijl hij daar anders drie jaar op had moeten wachten. D66, ChristenUnie en SGP hebben bedongen dat de regel een half jaar eerder ingaat dan in het sociaal akkoord was afgesproken.

De discussie of flexwerkers beter gediend zijn bij een langer of een korter tijdelijk contract loopt al jaren, en is nu beslecht in het voordeel van het kortere contract.

In 2011 wilde minister Verhagen van economische zaken tijdelijke contracten van zeven tot tien jaar mogelijk maken. Werkgevers pleitten voor vier tijdelijke contracten om werk op projectbasis mogelijk te maken en de flexibele schil te kunnen verruimen. In crisistijd zou dit meer werkgelegenheid opleveren. Een politieke jongerenorganisatie als G500 ziet liever maximaal drie tijdelijke contracten in 5 jaar, waardoor werkgevers het de moeite waard vinden in personeel te investeren. Maar de vakbonden wilden misbruik van flexwerkers voorkomen en werkgevers dwingen tot vaste contracten door de termijn te bekorten. Zij hebben dat pleit nu gewonnen.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau rapporteerde begin deze maand dat het nog maar de vraag is of het kortere tijdelijke contract echt zal leiden tot meer vaste contracten. Het is namelijk niet zo dat werkgevers hun flexwerkers massaal drie maanden op zomervakantie sturen en ze dan weer (tijdelijk) aannemen, het zogenoemde 'misbruik' (dat door de wet wel is toegestaan). Slechts 3 procent van de flexwerkers is dit volgens het SCP overkomen. Meestal verliezen de flexwerkers hun baan echt, raken ze een tijdje werkloos en vinden ze uiteindelijk weer een andere tijdelijke baan.

Het is niet uitgesloten dat de keten van verschillende tijdelijke banen afgewisseld met werkloosheid nu dankzij het kabinet nog langer wordt, zeker zolang werkgevers personeel door de crisis voor het uitkiezen hebben.

Mocht het korte tijdelijke contract in een sector echt niet werken, dan biedt het sociaal akkoord wel de mogelijkheid aan werkgevers en vakbonden om van de regel af te wijken. Maximaal mogen dan zes contracten in vier jaar worden aangeboden. De KLM-casus toont aan dat zulke afspraken echter niet eenvoudig zijn.

Leidt herfstakkoord tot meer vaste contracten?
'Nee, de onzekerheid wordt alleen maar groter'
Flexwerker Hendrik Gommer, universitair docent staatsrecht, rechtsfilosofie en rechtssociologie uit Zuidhorn

"Ik heb net weer een contract voor drie maanden gekregen aan de Universiteit van Amsterdam." Het is het tiende tijdelijke contract van Gommer in zes jaar tijd. Hij werkte vanuit het Groningse Zuidhorn aan de universiteiten van Groningen, Tilburg en Amsterdam en de Open Universiteit. Iedere keer als het moment kwam om hem een vaste aanstelling te bieden, werd hij ontslagen. Hij belandde herhaaldelijk in een uitkering.

Helpt het Gommer als hij straks maar twee jaar opeenvolgende contracten kan krijgen? "Nee. De onzekerheid wordt daardoor alleen maar groter. De tijdelijke aanstellingen zullen nog korter worden. Het zal ook niet leiden tot meer vaste contracten omdat het aanbod van flexibel personeel zo groot is dat de werkgevers het voor het uitkiezen hebben. Niet alleen werklozen solliciteren namelijk op tijdelijk werk, ook andere tijdelijke contractanten doen dat. Ik ben nu alweer bezig met een baan na januari, als mijn contract bij de UvA afloopt. De universiteit gaat er ook helemaal vanuit dat ik dat doe."

Gommer kreeg bij de Open Universiteit een tijdelijk payrollcontract via Tempo Team. De arbeidsvoorwaarden waren daarin slechter dan die van collega's in vaste dienst. "Daaraan maakt het sociaal akkoord gelukkig wel een eind. De arbeidsvoorwaarden van payrollers en werknemers die onder de cao vallen, moeten worden gelijkgetrokken. Dat is gunstig voor het pensioen, vakantiedagen en bijvoorbeeld de reiskostenvergoeding van flexwerkers."

Het ergste, vindt Gommer, is dat personeel met een tijdelijk contract niets kan opbouwen en er minder in hun kennis en vaardigheden geïnvesteerd wordt dan bij vaste contractanten.

'Ja, een vast contract is het uitgangspunt'
Werkgever Marco Dijkema, groenteman uit Julianadorp:

"Speciaalzaken willen een dáme in de winkel, geen meisje", zegt groenteman Marco Dijkema. De groentespeciaalzaken maken moeilijke tijden door, en moeten zich daarom juist op kwaliteit onderscheiden. "Klanten bouwen een grotere band op met een oudere werknemer dan met kinderen, zoals die bij de supermarkten rondlopen." Voor Dijkema is het uitgangspunt daarom dat hij mensen in vaste dienst neemt. "Ik begin met een jaarcontract. Dan bespreken we: waar liggen je verbeterpunten? Daarna volgt nog een jaarcontract, en kijken we hoe de werknemer omgaat met de klanten en de producten. Na twee jaar weet je echt wel of iemand meerwaarde biedt, en krijgt hij of zij een vast contract." Of de ketenbepaling nu 2 of 3 jaar duurt, maakt voor Dijkema dus niet zoveel uit. "Al moet het ook niet korter worden dan 2 jaar. Als je werkgevers zou willen overtuigen om meer mensen in vaste dienst te nemen, zou je denk ik beter het ontslagrecht wat soepeler kunnen maken dan de ketenbepaling verkorten. Ik hoor in de branche overigens wel dat werkgevers overwegen na twee jaar personeel te gaan afvloeien, terwijl dat anders drie jaar had mogen blijven." Heeft Dijkema dan geen behoefte aan een flexibele schil voor moeilijke tijden? "Ik heb vijf mensen in dienst. Vier zijn vaste krachten, eentje werkt hier nu drie maanden op haar eerste jaarcontract. Het liefst heb ik jongeren of oudere vrouwen die herintreden. Twee medewerkers werken fulltime, en de anderen hebben deeltijdcontracten. Met die uren schuif ik als dat nodig is: met een 10- uurscontract werk je de ene week bijvoorbeeld 8 uur en de andere week misschien 12. Ook mijn vrouw en ik springen bij. Zo kunnen we als klein bedrijf toch flexibel zijn."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden