Snelle routes naar het ministerschap van staat

redactie: Cyntha van Gorp, Teun Lagas en Karen Zandbergen

Terwijl politiek Den Haag zich opwindt over de nieuwe vicepresident van de Raad van State, wacht de huidige vicepresident, Herman Tjeenk Willink, in stilte op zijn volgende koninklijke benoeming. De kans is groot dat de PvdA'er zich binnenkort kan scharen in eenzelfde rijtje als Willem Scholten en Marinus Ruppert. De inmiddels overleden politici werden prompt na hun ontslag als vicepresident van het adviesorgaan van de regering, benoemd als minister van staat.

Deze eretitel voor het leven wordt op voordracht van het kabinet verleend door de koning(in) aan politici en bestuurders met een lange staat van dienst, die zich bovendien verdienstelijk hebben gemaakt op bestuurlijk gebied. Een ervaring als de 'onderkoning' van Nederland, zoals de vicepresident van de RvS wel wordt genoemd, lijkt een aanbeveling voor wie in aanmerking wil komen voor zo'n ministerschap van staat. Van alle negentien vicepresidenten die de Raad sinds 1814 heeft gehad, mochten er veertien het bewuste predikaat voeren.

Die benoeming ging niet altijd via hetzelfde pad. De Amsterdamse orangist Willem van de Poll (1793) was bijna 22 jaar lid van de Raad van State alvorens hij voor een periode van tien jaar waarnemend vicepresident werd. Dat werd blijkbaar zo gewaardeerd, dat hij nog geen twee weken na zijn ontslag benoemd werd als minister van staat.

De katholieke staatsman Louis Beel daarentegen werd het in 1956, enkele maanden nadat hij zijn eerste premierschap erop had zitten. Maar wie denkt dat de toen 54-jarige Beel daarna toe was aan een leven buiten de politiek, heeft het mis. Twee jaar later werd Beel opnieuw minister-president, minister van algemene zaken en ad interim minister van sociale zaken en volksgezondheid. Ook was hij van 1959 tot 1972 vicepresident van de Raad van State. Hoewel de Raad veelal over ingewikkelde zaken gaat, was Beel nooit te beroerd om in 'Henk en Ingrid'-bewoordingen uit te leggen hoe het er bij zittingen van de afdeling Bestuurlijk Administratieve Beschikking aan toe ging. Om te besluiten met de woorden "Hebde gij het allemaal goed begrepen?"

Delicate opdracht
Onder koning Willem I en Willem II werden ministers van staat nog beschouwd als ministers zonder portefeuille. Zij konden meedoen aan de voorloper van de ministerraad: de kabinetsraad, waar ministers onder leiding van de koning vergaderden. Sinds 1842, toen de ministerraad in het leven werd geroepen, is het gedaan met dat privilege. Nu geldt minister van staat enkel als eretitel en is te pas en te onpas de Trêveszaal binnen banjeren er niet meer bij.

Wel worden deze personen door de koning(in) ingezet als bijvoorbeeld adviseur. Soms wordt een minister van staat opgezadeld met een delicate opdracht. Zo zette premier Kok begin 2001 zijn partijgenoot Max van der Stoel in om te helpen bij de moeilijkheden rondom het huwelijk tussen prins Willem Alexander en Máxima Zorreguieta, wier vader werd beticht van de schending van mensenrechten. Van der Stoel moest Zorreguieta in twee gesprekken zwaar onder druk zetten zodat hij verstek zou laten gaan bij het huwelijk. Uiteindelijk zwichtte de Argentijn.

Visitekaartje Balkenende
Een andere, snelle route naar het een ministerschap van staat is via het ambt van minister-president. Zowel PvdA-premier Wim Kok (1994-2002) als CDA'er Ruud Lubbers (1982-1994) werden binnen een jaar na hun aftreden benoemd tot minister van staat. Koks' opvolger, Jan Peter Balkenende, verliet het Binnenhof een jaar geleden, maar op zijn visitekaartje staat enkel nog 'partner bij advies- en accountancybureau Ernst & Young, en hoogleraar Governance, Institutions and Internationalisation aan de Erasmus Universiteit Rotterdam'. Wat mee kan spelen is dat de eretitel alleen nog wordt toegekend aan politici of staatslieden die in de herfst van hun politieke bestaan zijn en geen publieke functie meer vervullen. De kans dat de 55-jarige Balkenende nog denkt over een politieke terugkeer is niet vreemd. Hoe dan ook bevindt Balkenende zich in goed gezelschap. En wel van oud-premier Piet de Jong, die het ook nooit werd.

De huidige ministers van staat:
1. Pieter Kooijmans (2007)

2. Hans van den Broek (2005)

3. Wim Kok (2003)

4. Jos van Kemenade (2002)

5. Frits Korthals Altes (2001)

6. Ruud Lubbers (1995)

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden