Snelheid is geen kwestie van wit of zwart

Dafne Schippers won op 22 mei van dit jaar de 200 meter sprint tijdens de FBK Games in Hengelo. Beeld anp

Het zullen hardlooptalenten uit Jamaica en Afrikaanse landen als Kenia en Ethiopië zijn die vanaf vandaag het olympische atletiekprogramma van sprint tot marathon domineren. En Dafne Schippers zal, als ze op de sprint de hooggespannen verwachtingen inlost, gelden als de uitzondering die de regel bevestigt.

Kijk de wereldranglijsten erop na en de mythe lijkt werkelijkheid: dat zwarte atleten een genetische voorsprong hebben. Ironisch genoeg begon Yannis Pitsiladis, professor in sport- en bewegingswetenschappen aan de universiteit van Brighton, vijftien jaar geleden vanuit diezelfde overtuiging met het aanleggen van een database met DNA van topsporters, om onderweg tot een radicaal andere conclusie te komen. "Ik ging er destijds vanuit dat ik de genen zou vinden die Afrikaanse lopers superieur maken. Maar snelheid is niet gerelateerd aan huidskleur of ras."

Pitsiladis stond aanvankelijk te boek als provocateur, en bevechter van windmolens. En iemand die heel ver ging in zijn bevlogenheid door, ondanks zijn vliegangst, de wereld te doorkruisen en driemaal zijn hypotheek te verhogen om zijn onderzoek te bekostigen. Daarmee joeg hij vrouw en kinderen het huis uit.

Erkenning
Inmiddels werkt hij samen met zijn vrouw en heeft hij erkenning gekregen tot in het Internationaal Olympisch Comité (IOC), waar hij lid is van de medische en wetenschappelijke commissie. "Aanvankelijk ben je de idioot; met steun van de beste wetenschappers is mijn utopische project naar de realiteit verschoven."

Welke Nederlanders komen er vandaag in actie? Kijk op Wie is wie in Rio en lees meer over onze sporters.

Pitsiladis trok met wattenstaafjes en plastic zakjes de wereld over om wangslijm af te nemen. In Addis Abeba werd hij bij het gebied waar grootheid Haile Gebrselassie trainde tegengehouden door soldaten met Aka-74-geweren. "Er was veel publiciteit in de media geweest: wetenschappers komen naar Ethiopië om ons DNA te stelen. Maar ik kwam niets stelen, integendeel. Inmiddels is het tot de Ethiopiërs doorgedrongen dat de wetenschap kan bijdragen aan hun successen."

Pitsiladis heeft DNA-gegevens van meer dan 1000 topsporters, inclusief die van de grootste olympische ster, sprinter Usain Bolt. Zijn conclusie: ja, de juiste mix van genen maakt de beste atleten. Maar het genetisch materiaal van Kenianen, Ethiopiërs en Jamaicanen geeft hen op geen enkele wijze een aangeboren voorsprong op blanke of Aziatische atleten. Sterker, Afrikanen verschillen genetisch onderling meer dan Europeanen.

Overeenkomstige voorouders
De Keniaan Paul Tergat (1.82 meter) verbeterde in 2003 het wereldrecord op de marathon. Vier jaar later werd hij op hetzelfde parcours in Berlijn overtroffen door de Ethiopiër Gebrselassie (1.65 meter). "Zet ze naast elkaar, en je ziet dat ze zo ver uit elkaar liggen als maar mogelijk is. Hun enige overeenkomst is een donkere huid."

Twijfels op tien kilometer
De Ethiopische Almaz Ayana werd vrijdag olympisch kampioen op de tien kilometer. Ze liep veertien seconden sneller dan het oude wereldrecord. Dat was zo snel, dat er gefronste wenkbrauwen volgden. Zo was Susan Kuijken, die zelfs veertiende werd, sceptisch: “Ze hebben in landen als Ethiopië en Kenia nu eenmaal niet de infrastructuur bij de dopingcontroles, waardoor je ervan uit kunt gaan dat de atleten schoon zijn'', aldus Kuijken tegen de NOS. “Daarom zegt zo'n record me ook niets.'' (Red.)

Yannis Pitsiladis, sportfysioloog en geneticus. Beeld RV

Eigenlijk is dat wel logisch, zegt Pitsiladis. "De voorouders van alle wereldbewoners stammen uit Oost-Afrika. Vandaar hebben ze zich verspreid over de wereld. Als we allemaal overeenkomstige voorouders hebben, is het niet logisch dat één bevolkingsgroep genetisch superieur zou zijn aan een andere groep. De genen zijn vrijwel hetzelfde gebleven, onze leefomstandigheden zijn veranderd. Het Afrikaanse hardloopfenomeen heeft niets met genetische aanleg te maken, maar met die verschillen in sociale en economische ontwikkeling."

Wanverhouding
"Mijn theorie is dat overal op de wereld mensen van sprint tot marathon op topniveau kunnen lopen, maar die is niet algemeen geaccepteerd. Dat op de wereldranglijsten bovenaan vooral Afrikanen en Jamaicanen staan, is makkelijk te verklaren. Dat komt omdat er in de ontwikkelde wereld een wanverhouding is ontstaan tussen ons ontwerp als mens en de wereld die we hebben gecreëerd. (...) Een kind dat in Londen wordt geboren staat op de eerste dag op hetzelfde niveau als het kind dat in Eldoret (centrum van looptalent in Kenia, red.) wordt geboren. Maar als tiener steekt de Keniaan lichamelijk ver boven de westerling uit. Dat is die wereld van verschil waarvan velen denken dat het aan de genen ligt."

"Kinderen in het Westen zijn niet actief meer. Ze zijn passief in de periode waarin ze hun spier- en botstructuur ontwikkelen. Daardoor blijven ze achter bij Afrikaanse kinderen, die buiten spelen en kilometers ver naar school lopen. Ze ontwikkelen zich niet tot waarvoor ze oorspronkelijk zijn ontworpen: op pad gaan voor je voedsel. Daar hoef je niet fit meer voor te zijn, het voedsel komt naar je toe. Ze zijn ziek, in die zin dat ze niet fit genoeg zijn om een goede atleet te zijn."

Lichaamsbeweging
"We zijn gebouwd om te bewegen. Jij, ik, Haile. Maar we zitten. In die wereld kun je niet ineens met hardlopen beginnen en winnen, zoals je Afrikanen ziet doen. Geloof me, in Nederland valt het op het gebied van lichaamsbeweging nog mee, het is een van de actiefste landen in Europa. In de rest van de wereld leeft in 2050 90 procent van de bevolking in steden en lijdt twee derde aan obesitas. Is dat de wereld waarin we willen leven? Is dat de wereld die we willen voor de kinderen van onze kinderen?"

Ook Kenia en Ethiopië ontkomen niet aan die ontwikkeling. Pitsiladis keerde onlangs na vijftien jaar in het Ethiopische Bekoji terug, naar de school die tien olympische medailles voortbracht, onder anderen dankzij Kenenisa Bekele, die net zoals Gebrselassie wordt beschouwd als een van de beste langeafstandslopers uit de historie. "Ik was teleurgesteld. Alle kinderen droegen schoenen, ze hadden veel meer vlees op de botten. De dikste kinderen woonden het dichtst bij school, of reisden met de bus."

"Voor de families is dat goed nieuws, ook als je kijkt naar de hoeveelheid kinderen die vroeger werden aangereden. Maar bekijk je het vanuit de ontwikkeling van atleten van de toekomst, dan hebben zij geen enkele kans. Ze zijn als de kinderen die ik ook in Nederland kan testen. Het gevolg is dat de successen zullen verschuiven naar gebieden in bijvoorbeeld Eritrea, of afgelegen delen van Kenia en Ethiopië. Gebieden op hoogte waar geen schoolbussen rijden, nooit eerder talent is ontdekt, en ze amper weet hebben van de Olympische Spelen. Daar zullen wij de kampioenen voor de toekomst moeten zoeken."

Mobiel lab
Talenten in Afrika werden geselecteerd op basis van resultaten bij regionale wedstrijden. Pitsiladis doet dat in Kenia en Ethiopië sinds kort met mobiele laboratoria, uitgerust met de modernste apparatuur om het loopvermogen te testen.

Die aanpak is onderdeel van zijn project 'sub2hrs', waarmee hij wil bewijzen dat een marathon onder de twee uur kan worden afgelegd. Niet alleen door een Afrikaan, maar ook door atleten van Europese en Aziatische afkomst. Met het zusterproject 'Athlome' onderzoekt hij binnen een consortium van 300 wetenschappers welk genenpakket een atleet uitzonderlijk kan maken.

"De bijdrage die ik aan de wetenschap wil leveren is drieledig. Ik wil de mythe weerleggen dat alleen zwarten kunnen hardlopen. De mythe weerleggen dat je alleen hard kunt lopen met doping. En een erfenis nalaten voor de volksgezondheid door lichamelijke activiteit te promoten."

Wereldrecord
Pitsiladis hoopt dat het huidige wereldrecord van de Keniaan Dennis Kimetto van 2:02.57 over drie jaar, dus in 2019, met de ongelooflijke marge van drie minuten is teruggebracht. Zijn logica: dat wereldrecord is tot stand gekomen zonder wetenschappelijke begeleiding, een aanpak die in de sport in de kinderschoenen staat. Daar valt veel te winnen.

Verder probeert de drukbezette wetenschapper Nederland warm te krijgen voor zijn 'Speed Gene Project', een onderzoek naar sprinten in schaatsen en atletiek (zie kader). Ook de specifieke snelle spiervezels zijn immers niet voorbehouden aan Afrikanen en Jamaicanen.

De Keniaan Dennis Kimetto na zijn winst van de marathon in Berlijn in 2014. Beeld epa

Ideale mix
Zonder de juiste genen geen kampioenen, dat is duidelijk. Maar welke mix is de juiste om succes na te kunnen streven?

"Met het Athlome-project wil ik bewijzen dat als je de juiste genen hebt, je ouders zorgvuldig hebt uitgekozen, je uitzonderlijke dingen kunt doen. Of je nu Afrikaan of Europeaan bent. Maar we weten nog niet welke selectie van genen iemand daarvoor ideaal maakt, welke genen uniek zijn voor die specifieke persoon. Want er zijn algemene en specifieke genen. Ik kan voorspellen wie níet een marathon zal lopen van 2.13 uur. Ik kan helaas nog niet voorspellen wie 'm binnen 2.05 kan lopen."

"Kampioenen worden geboren uit ouders met de goede genen. Maar goede genen alleen bepalen niet wie kampioen wordt. Daarbij is het verlangen, de honger naar succes doorslaggevend. Het gaat erom hoe die honger, de leefomgeving en de genen op elkaar inwerken."

"Het kind van de uitzonderlijke atleten Sileshi Sihine en Tirunesh Dibaba moet genetisch gezien het talentrijkste kind op aarde zijn dat we kennen. Maar het woont, net als het kind van Getaneh Tessema en Gete Wami en de kinderen van Gebrselassie, in een paleis. Ze worden met de auto naar school gebracht. Er is geen enkele kans dat ze ooit op wereldniveau zullen hardlopen."

Schaatsers-DNA in lab
Vol vuur en ongeduld heeft Yannis Pitsiladis het over zijn Speed Gene Project, waarover hij al drie jaar in gesprek is met NOC-NSF. Met Kamiel Maase, coördinator wetenschappelijke ondersteuning en, vrijblijvender, met Jos de Koning van de Vrije Universiteit. "Maar alles gaat hier zo langzaam."

"Nederland is het Jamaica van het schaatsen. Jamaica noemen we de sprintfabriek, jullie hebben de succesvolste schaatsers van de Winterspelen. Daarom wil ik hier, net als in Jamaica, DNA verzamelen van alle olympische medaillewinnaars in het schaatsen, en van de sprinters in de atletiek. Zodat we het succes kunnen begrijpen en nieuwe sprinters kunnen opleiden."

"Het succes van Dafne Schippers is voor mij geen verrassing. Ze is altijd actief geweest en haar ouders komen uit de sport voort. Nederlanders zijn lang en sterk, ideaal voor sprinten. Het idee is dat de atletiek- en schaatsfederatie in het onderzoek samenwerken. Gebruik daarvoor nu het succes van Dafne Schippers, anders gebeurt hetzelfde als na de successen van Fanny Blankers-Koen. Dan is er weer heel lang niets."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden