Snel en ongezien huilen

Deze zomer hebben we de loop der dingen omgedraaid: eerst de foto's, dan de tekst. Vormgever Erik Terlouw maakte foto's, twee aan twee, en de redactie vroeg acht auteurs een tekst te schrijven bij een van deze zomerduetten. Vandaag de Belgische schrijver Erwin Mortier: ,,Bij ons heet een kapper 'coiffeur'. Het is een wat minder houthakkerig woord. Als je het uitspreekt heb je niet eens spelden nodig om je haar te voelen krullen. Het slingert zich in arabesken van verdoezelend lijnwaad om het uiterst traumatische gebeuren dat op het punt staat zich te voltrekken wanneer het offerlam verzocht wordt plaats te nemen in die stoel.''

Wat je niet ziet op die foto met die kinderkappersstoel, die nu naar het raam is gedraaid maar er normaal gesproken met zijn rug naartoe staat: een grote spiegel met daarin een raam, en achter dat raam een hoge fabrieksgevel in aluminium, bloeiende acacia's, en een vrouw met een kinderwagen. Er is ook een man, de kapper. Hij draagt een blauwe nylon schort en gooit in een bal gepropte handdoeken in de lucht, waarna ze twee keer, één keer in het echt en één keer in de spiegel, neerdalen als vleugels zonder duiven om de kinderen minder bang te maken van de schaar. In zo'n stoel ga je namelijk alleen maar zitten als je nog de leeftijd hebt waarop je meent dat je lokken zullen bloeden wanneer ze worden gekapt. Zie je de handdoek op de leuning? Die dient vast om de spatten op te vangen. Die andere handdoeken, veel groter en zachter, die zijn voor later.

Bij ons heet een kapper coiffeur. Het is een wat minder houthakkerig woord. Als je het uitspreekt heb je niet eens spelden nodig om je haar te voelen krullen. Het slingert zich in arabesken van verdoezelend lijnwaad om het uiterst traumatische gebeuren dat op punt staat zich te voltrekken wanneer het offerlam verzocht wordt plaats te nemen in die stoel.

Wie op de idee van die paardenkop is gekomen, misschien om de beproeving wat te verzachten, onderschat de nuchterheid van een kindergeest. Volgens mij heeft er nooit zo'n stoel in de kapsalon van mijn oom gestaan, maar ik kan me vergissen. Het is mogelijk dat mijn geheugen ouder is dan mijn herinneringen, maar ik dacht dat die stoel veel chiquer was, met glanzend zwart leder en veel chroom op de armleuningen en hendels, een stoel als een zetel in een antieke koets of een van de eerste auto's, met onder aan de voet een breed, geribbeld pedaal waarmee oom-kapper een hydraulische pomp in werking zette, zodat alles de hoogte in ging, min of meer statig, dat wel, maar toch niet helemaal te vertrouwen. Je kreeg eerst een schort om de nek geknoopt, met een hals van katoen, die oom bestoof met talkpoeder uit een peervormige flacon in caoutchouc. Volgens hem droop die caoutchouc zomaar uit de takken van bomen in oerwouden in Zuid-Amerika en stuiterden de druppels, in hun val gestold, als gummiballen vrolijk in het rond tussen de Indianen die ze in korven poogden te vangen.

Oom deed de kinderen van de familie meestal op zaterdag, in bulk als het ware. Je had nichtjes die zich met de onthechtheid van boeddhabeeldjes in die stoel naar boven lieten hijsen, anderen die het al met een op een krijsen zetten, en omdat jij de oudste bent moet je wijs zijn en het goede voorbeeld geven.

Je bijt op je tanden, ook wanneer oom je lokken nat sproeit, er de kam in zet en dan de schaar bovenhaalt, wiens spitse snavel onmachtig in de lucht lijkt te happen. Oom begint eerst met de anesthesie, door de tijd rond je oren vinnig open te knippen en de draadjes los te pulken, tot je hoofd precies in een vacuüm van verveling past en je ogen dreigen dicht te vallen.

Achter je rug hoor je met elke pluk nat haar die op het linoleum neervalt toenemende ontreddering onder de neefjes en nichtjes die op de stoelen bij het raam zitten te wachten, maar zelf ben je betoverd. Je drijft half verdoofd weg, ergens naar een stratosfeer van engelenhaar dat in je hals prikt, overgeleverd aan de vingers van oom die je hoofd naar links of naar rechts laat kantelen, of je met een ruk aan een van die hendels lam als een ledenpop met leuning en al achterover doet hellen.

Ooms gezicht is nu vlak bij het jouwe, zijn ogen nauw als die van een kat die recht in de zon kijkt en tegen je voorhoofd voel je het kille metaal van de schaar die spriet voor spriet je haarlijn recht knipt. Je voelt de haartjes kietelen in je wimpers terwijl je om geen tranen in je ogen te krijgen naar buiten kijkt, via de spiegel naar de straat, de gevel in aluminium, de bloeiende acacia's, de vrouw met de kinderwagen en vlak onder de vensterbank de onrustige, nog ongeschoren kruinen van de neefjes die op hun stoelen zitten te schuiven en denken dat je onthoofd wordt wanneer oom weer overeind komt, en je met een tik tegen je schouders voorover laat vallen om je nekhaar bij te werken.

Even onverwacht komt dan de verlossing. Plotseling omspelen nieuwe wolken van talkpoeder je gezicht en een onwezenlijk zachte borstel veegt alle gekietel uit je nek. Fluks trekt oom de strik van de schort los en zwiept haar onder algemene opluchting en een welgemeend applaus op de tribune als een tafellaken onder je oren vandaan. Aan het gewapper voel je hoe de tijd de verdoving wegblaast en het vacuüm van verveling in onzichtbare korstjes boven je haarplukken neerdwarrelt op de grond, en hoe bloot je niet bent, wel bijna naakt onder je korte dos.

Dan, wanneer oom je schavot, je troon weer op de begane grond heeft laten landen en je snoep hebt gekregen, mag je je gezicht laten vergaan in die grote witte handdoeken, aan haakjes tegen de deur naar het achterhuis. Dezelfde handdoeken die oma elke winter uit de sneeuw knipt en ze in het washuis aan de lijn laat drogen tussen de kaas, die ze op dezelfde manier, met een magische vloeistof uit een fles met een stop uit sneeuwwitte melk tevoorschijn tovert. Ze zijn zacht en ruiken naar klaver, die handdoeken, naar room, naar verre alpenweiden, maar als je heel vaak oefent, 's middags wanneer oom op de bank ligt te slapen, kun je er snel en ongezien in huilen.

Erwin Mortier debuteerde in 1999 met de roman 'Marcel', die werd bekroond met de Gerard Walschapprijs, de Van der Hoogtprijs, het Gouden Ezelsoor en de Fortis Debuutprijs. Vorig jaar verscheen zijn roman 'Mijn tweede huid', die werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs. In juni verscheen zijn dichtbundel 'Vergeten licht'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden