Snel de oogarts zien, is er niet meer bij

Oogklachten? Zes weken wachten voordat je wordt geholpen, blijkt nog niets. Oogarts Peter Lansink ziet de wachttijden toenemen.

"Rode ogen. Jong iemand. Allergie, of misschien toch iets anders. Deze patiënt wil ik toch wel snel zien." Oogarts Peter Lansink schrijft het op in zijn werkkamer in het Medisch Spectrum Twente: 'Vier totzes weken'. De helft van de ongeveer vijftien verwijsbrieven van huisartsen die hij doorneemt - de dagelijks portie, spoedklachten als een trauma niet meegerekend - krijgt dezelfde aantekening.

Anderhalve maand wachten, dat is nog snel. Twee patiënten verwijst hij naar het spreekuur voor patiënten met mogelijk staar - wachttijd vijftien weken. Een paar anderen wil hij zelf zien, 'grote kans op na-staar'. De gemiddelde leeftijd gaat naar de 65, maar er zit ook een 14-jarige tussen. Die moet snel worden bekeken. Lage leeftijd, onverklaarbare zaken als 'snel verminderde visus': allemaal argumenten waarmee een patiënt sneller bij Lansink of zijn drie collega-oogartsen in het Enschedese ziekenhuis komt.

Regelmatig verzucht Lansink: "In het ideale geval had ik deze patiënt iets eerder gezien. Maar goed, we moeten keuzes maken."

Juist met dit soort keuzes - in vaktaal 'triages' genoemd - probeert Lansink de wachttijd in toom te houden voor in ieder geval mensen die snel hulp nodig hebben. Oogheelkunde behoort tot de disciplines waar de wachttijd het scherpst oploopt. "Niet gek als je bedenkt dat de behoefte aan oogzorg binnen tien jaar tijd zal verdubbelen." Vergrijzing is de grootste oorzaak, maar betere oogzorg ook. "Toen ik hier elf jaar geleden begon, hadden we bijvoorbeeld nog weinig behandeling voor natte maculadegeneratie." Wie deze vorm van netvliesslijtage had, liep grote kans slechtziend te worden. Nu zijn er onder meer injecties, waardoor het zicht behouden blijft. Goed nieuws voor de patiënt, maar voor Lansink en collega's extra werk: de injecties moeten iedere maand herhaald. Deze zorg kost landelijk ruim 30 miljoen euro extra per jaar.

De poli van Lansink zit inmiddels stampvol. Dat komt ook doordat het niet is gelukt om de drie oogartsen die de laatste jaren zijn vertrokken, te vervangen. "Dat zie je op meer plekken buiten de Randstad", verklaart hij. Landelijk zijn er genoeg oogartsen, maar men accepteert liever een deeltijdbaan in Utrecht dan een volle post in de regio.

De laatste jaren doet Lansink er alles aan om de poli te ontlasten. Behalve de triage ofwel voorselectie proberen de oogartsen werk te delegeren. De optometristen - zeg maar de eerste oogbeoordelaars - binnen het ziekenhuis hebben werk overgenomen, zoals de nacontrole bij patiënten die een staaroperatie kregen. Het beroemde 'luie oog' wordt grotendeels bestreden door de orthoptist. En daarnaast werkt het Enschedese ziekenhuis sinds kort samen met huisartsen en optometristen buiten de ziekenhuismuren. "We verwachten dat die een deel van ons werk kunnen overnemen." Ook de optometrist bij de opticien zou dan bijvoorbeeld beginnende staar moeten herkennen. Oogartsenvereniging NOG - Lansink is er voorzitter - stelde voor deze samenwerking een handleiding op.

Ruim 100 procent groei in tien jaar, maar net als de andere specialisten mag de oogarts maar 1 procent per jaar extra behandelen. "Artsen hebben ook de verantwoordelijkheid de zorg betaalbaar te houden. Wij doen er echt alles aan en het zal soms misschien nog efficiënter kunnen, maar uiteindelijk is dit niet houdbaar", zegt Lansink. "De vergrijzing gaat gewoon door en dus krijgen wij steeds meer patiënten. Dan kan het niet anders dan dat de wachttijden op zullen gaan lopen. De uitgaven aan oogzorg beperken én geen wachtlijsten; dat kan niet allebei."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden