Review

Snel componeren en improviseren is voor Thom Willems nooit een probleem geweest.

Was de Amsterdamse poptempel Paradiso zo’n dertig jaar geleden de bakermat voor aanstormende ensembles voor nieuwe muziek, zo lijken die tijden tegenwoordig weer terug te keren. Terwijl de grote jongens van de hedendaagse muziek op het pluche van het nieuwe Muziekgebouw aan ’t IJ zijn neergestreken, opende het kersverse strijkseptet EnsembleCaméléon de afgelopen maand samen met het Nieuw Trombone Collectief de nieuwe lente voor de nieuwe muziek in een serie van drie concerten.

Als je dan al opnieuw begint, moet je het goed doen: naast muziek van Purcell en Bach klinken bekende en onbekende namen uit de hedendaagse muziek. En vond EnsembleCaméléon in Thom Willems (1955) de huiscomponist en curator die ’De Nieuwe Lenteconcerten’ in Paradiso vormgeeft.

Dinsdag vindt alweer het laatste concert van het drieluik plaats, getiteld ’No Sturm No Drang’, dat dit keer helemaal draait om Willems’ eigen muziek en die van geestverwanten zoals Henry Purcell en Fred Frith. Behalve EnsembleCaméléon en het Nieuw Trombone Collectief speelt bijvoorbeeld ook de band Jeff met Corrie van Binsbergen en doet Joel Ryan de elektronica.

Voor balletliefhebbers is Willems geen onbekende, al zal zijn naam bij concertgangers niet meteen een belletje doen rinkelen. Na zijn opleiding aan het Haags conservatorium componeerde Willems voornamelijk balletmuziek. ,,Ik ben bij toeval in de balletwereld beland’’, aldus Willems. ,,Toen ik nog studeerde in Den Haag, vroeg Krisztina de Châtel aan mijn leraar Louis Andriessen een stuk te maken. Maar Andriessen had toen geen tijd en zei bel Thom eens. Rond die tijd maakte Forsythe zijn eerste stukken voor het Nederlands Danstheater. Die vond ik erg goed. Ik heb contact met Forsythe gezocht en sindsdien zit ik bij het ballet. Dat heb ik eigenlijk aan Andriessen te danken.’’

Dat hij werd ’ontdekt’ voor de lenteconcerten, was min of meer toeval. De twee jonge ensembles met hun eigenzinnige bezetting zochten naar een huiscomponist die niet zou worden geassocieerd met de gevestigde ensembles. Via via werden ze getipt over de muziek van Willems, die een schot in de roos bleek. ,,Na een telefoontje borrelde het meteen aan alle kanten’’, zegt Willems.

Wie Willems’ cd’s beluistert (uitgebracht door Universal), hoort een componist met veel verschillende gezichten. Willems verklaart dat uit de praktijk van de balletmuziek: ,,Als je zo lang met een choreograaf werkt, moet je steeds wat nieuws verzinnen. Anders raak je op elkaar uitgekeken. Elk ballet moet een ander thema en concept hebben. Dat is zeer interessant. Je leert daar heel flexibel van te zijn. Je bent constant ideeën aan het ontwikkelen. Werkt iets de ene avond niet, dan vervang je het de volgende avond door iets anders. Ballet is work in progress bij Forsythe.’’ Snel componeren is voor Willems nooit een probleem geweest: soms moest hij vijf minuten voor de première nog even iets nieuws bedenken. Andere werken, zoals ’The Loss of Small Detail’, liet hij meerdere jaren rijpen.

Onderscheid tussen muziek voor ballet of voor de concertzaal maakt Willems niet (,,een première is een première’’). Maar toch is er verschil. Dat zit hem vooral in de uitvoeringspraktijk. ,,In de balletwereld ga je bijna als een dj te werk: je produceert veel, je kijkt wat niet werkt en vervangt dat door wat nieuws. Ik merkte dat de ensemblecultuur heel anders is. Waar ik normaal op de vloer beslissingen neem, moest ik nu een maand van tevoren mijn partituur klaar hebben. Dingen ter plekke veranderen kan niet. Daar moest ik even aan wennen.’’

Maar tijdens ’No Sturm No Drang’ mag Willems toch weer ter plekke beslissingen nemen, in het stuk dat hij voor de trombones schreef. Joel Ryan vangt het geïmproviseerde geluid van de trombones op, stuurt het door de computers en geeft het zwaar vervormd terug door de luidsprekers. Intussen geeft Willems met een microfoon en headsets aanwijzingen aan de trombonisten over welk onderdeel van zijn noten ze ter plekke moeten improviseren. ,,Dat is erg leuk werken, omdat je nooit weet waar je uitkomt. Dat vind ik bij mijn balletmuziek ook prachtig om te doen. Ik heb wereldpremières gehad met bomvolle zalen, waar ik van tevoren geen afspraken had gemaakt met mijn musici. En het werkte geweldig, want iedereen was zó alert.’’

De band Jeff kent kent Willems uit de tijd dat hij muziek bij een modeshow in Milaan maakte, waarvoor hij de muziek ook weer vlak daarvoor in elkaar zette met minimale aanwijzingen voor de band. ,,Het aardige van dit concert is dat de strijkers, de trombones en de band dicht bij elkaar komen, omdat ze alle drie hetzelfde notenmateriaal hebben. De gedachte achter al mijn muziek van dinsdagavond is: hoe dichter de muziek wordt, hoe langzamer het tempo. Ik ben daarbij uitgegaan van natuurkundige eigenschappen van licht door dichte en open atoomstructuren. De uitwerking gaat bij de trombones op een improvisatorische manier, met veel elektronica eroverheen. Het klankresultaat is dus heel anders dan bij de strijkers, die een strijkseptet spelen. En de band is met dezelfde noten gewoon zichzelf.’’

Het zal in de muziekgeschiedenis niet vaak voorgekomen zijn dat een band, een groep trombones samen met een groep strijkers samenspeelden. Voor de trombones en de strijkers is het dichtstbijzijnde voorbeeld misschien de muziek die Gabrieli voor de San Marco in Venetië schreef. Die klinkt dinsdag naast werk van Willems, Frith en Purcell (,,een van mijn grote helden’’). Van een Venetiaanse basiliek naar een Amsterdamse poptempel: het lijkt net ’No Sturm No Drang’ zo’n kleine stap. Nieuwe Lenteconcerten, nieuw geluid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden