Klein verslag

Sneeuw wordt puin. Wat rest is vuil en ongemak

Beeld Wim Boevin000

Aan de sneeuw van maandag zou ik graag nog een naschrift willen wijden, hoewel van haar slechts resten resten. 

Zij viel in diverse gedaanten, nu eens dwarrelend, dan weer jachtig en hield de mensen in haar ban. Sneeuw wekt in volwassenen het kleine kind, met onrustige verwachting en verrukking.

Maar laat ik actueel beginnen, bij de dag van gisteren, de dag erna. Al in de ochtend droop en drupte het al flink van goten en randen, de koude was weggetrokken met het wegtrekkende sneeuwfront.

De hemel klaarde op, en dat licht worden boven die witte wereld, dat was een zaak van grote troost, van weldaad na ontwrichting. Die ontwrichting zelf was al een weldaad in feite, zolang die ontwrichting collectief werd genoten; de sneeuwfoto's vlogen bij duizenden door de netten, als spartelende vis op een trawlerdek.

In de ochtend kon je zwalkend en zwikkend door de sneeuwresten naar je werk of je school, door witte sneeuw, of grijze, door krakend zachte, of spiegelend harde. Drukkere kruispunten waren modderakkers met bandensporen en profielzolen, geschilderd door Jaring Lokhorst (met dank aan Nausicaa Marbe voor de verwijzing) of Anselm Kiefer.

De zon die die ochtend scheen, was een alpenzon, hij warmde de winterwereld. En de treinen reden met fris enthousiasme door hun nieuwe spoorboekje, de wissels wisselden weer.

Die stralende ochtend bekroonde de voorafgaande avond. Uren achtereen was de sneeuw gevallen uit een grijze koepel en bij bokkige wind. Je had overdag de mensen wit zien worden op hun fietsen, toen er nog gefietst kon worden; auto's en stadsbussen trokken zwarte voren door de straten.

Maar in de avond heerste de sneeuw, treinen kwamen tot stilstand, bussen reden niet meer uit, fietsers stapten af.

Dodenmaskers

Thuis keken we aflevering 3 van 'The Crown', Philip werd een vreugdeloze prins, en daarna trokken we stevige schoenen aan, met geregen veters, en stapten de witte pracht in met geen ander doel dan die pracht te ondergaan. De dochter had nog tegengestribbeld, haar wereld is goeddeels virtueel, maar eenmaal buiten deden het gedempte geluid, het witte licht en de frisse wind hun werk.

Haar ouders, altijd bereid werelden te verzoenen, knielden tot haar hilariteit neer bij een stoeprand om hun gezichten in de maagdelijke sneeuw te drukken en daarna hun eigen dodenmaskers te fotograferen, geheel volgens de uitdagingen in apps en chats.

Hoe aangenaam, die sneeuw op je huid, knerpend om je wangen. Uit een bovenhuis sloegen bewoners ons geamuseerd gade.

We stapten voort, enkeldiep verdwenen onze schoenen, bomen en hagen vol suiker en room. Andere avondwandelaars kwamen ons tegemoet, onder een verbroederend groeten. Nog joegen sneeuwvlokken als felle naaldjes door het lantaarnlicht om hun magisch werk te voltooien en die deken te leggen over straat, stad en land, alsof niets anders meer telde dan alleen die omhulling, dat zachter en stiller maken van de wereld.

Intussen, ik schrijf het eind van de middag, regent het. De betovering is verbroken. Sneeuw wordt puin. Wat rest is vuil en ongemak.

Lees hier meer columns van Wim Boevink

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden