Sneeuw en jacht werden mammoet fataal

Tienduizend jaar geleden verdween de wolharige mammoet van de aardbodem. Recent onderzoek aan stuifmeel uit die tijd wijst er op dat het eind van de laatste ijstijd de dieren fataal werd. Daarbovenop konden de mensen in die tijd ook nog eens beter jagen dan hun primitieve voorouders.

Rob Buiter

Het moet gezegd, het was een spectaculair gezicht, op die oktoberdag in 1999 op het Siberische schiereiland Tajmyr. Een Russische legerhelikopter kon het blok ijs, dertien kubieke meter groot en 23 ton zwaar, maar net van de grond krijgen. Het mooiste waren nog de twee enorme slagtanden die uit de zijkant van het blok staken.

Zonder al te veel fantasie konden miljoenen televisiekijkers over de hele wereld het zich voorstellen: in deze klomp ijs zit een mammoet! Zelfs de wetenschap dat de slagtanden er pas na het uithakken van de klomp ijs om esthetische redenen weer waren aangeplakt -of zoals de Nederlandse expeditieleider Dick Mol het liever zegt: uit respect voor de mammoet- kon de magie niet echt bederven.

Bijna vier jaar na de spectaculaire lift is het blok nog steeds maar voor een klein deel onderzocht. In een ondergrondse ijskelder in Khatanga, Siberië, wordt het ijs van boven af stukje bij beetje met föhnen ontdooid. Dat er géén kant en klare mammoet uit zal komen is inmiddels wel duidelijk. Tot nu toe zijn naast de losse slagtanden onder andere enkele wervels en andere beenderen geborgen. Daarnaast zijn stukken huid en vlees bemonsterd voor DNA-onderzoek.

Met behulp van koolstofdatering is de ouderdom van de -vermoedelijk- mannelijke mammoet vastgesteld op twintig duizend en vierhonderd jaar. Het dier zelf is vermoedelijk niet ouder geworden dan 32 jaar. Dick Mol: ,,Die leeftijd is met een relatief nieuwe methode bepaald aan de hand van de jaarringen in de slagtanden. Vroeger gebruikte men de slijtgegevens van de kiezen, zoals die ook bij Afrikaanse olifanten worden gebruikt. 'African elephant years', stond er dan achter de leeftijd in de publicaties. Maar die informatie blijkt helemaal niet te kloppen. De mammoetkiezen sleten veel harder, waardoor hun leeftijd lange tijd is overschat. De verhalen dat deze dieren wel honderd jaar konden worden kunnen dan ook naar het rijk der fabelen verwezen worden.''

De meest waardevolle informatie komt evenwel niet van de tanden of de botten van de mammoet, zelfs niet van zijn DNA. De prut uit zijn vacht, de modder waar hij in werd begraven en in de toekomst hopelijk de plantenresten uit zijn ingewanden, daarin schuilt het echte nieuws, zegt bioloog Bas van Geel van de Universiteit van Amsterdam, als paleobotanicus aan het mammoetproject verbonden.

,,Het gaat ons onder andere om een reconstructie van het landschap van toen. Het is nu vooral het materiaal uit zijn vacht waar onze milieu-reconstructie op gebaseerd is. Daarvan kun je met redelijke zekerheid zeggen dat het stuifmeel bevat uit de tijd waarin het dier heeft rondgelopen. Pak je monsters te ver van het dier, dan loop je altijd kans dat er vervuiling uit andere aardlagen en dus andere tijden is opgetreden. Het mooiste is als straks de maag ontdooid is. Dan weet je zeker wat hij heeft gegeten en wat er toen aan planten heeft gegroeid.''

Uit de stuifmeelkorrels en plantenzaden die tot nu toe zijn geanalyseerd komt een heel duidelijk beeld naar voren van een koude, droge steppe. Van Geel: ,,De planten die daarbij horen zijn specifieke grassen en verschillende Artemisia-soorten. Het zijn pioniersoorten die snel groeien zodra de vorst uit de grond is en de zon de droge, bovenste bodemlaag heeft opgewarmd. Het beeld dat wij vinden komt helemaal overeen met wat collega's uit de sedimenten van meren in die regio hebben gevonden.''

Aan het einde van de laatste ijstijd, tienduizend jaar geleden, verandert het beeld op de mammoetsteppe plotseling, zo blijkt uit stuifmeelonderzoek. De winters worden minder koud maar vooral ook vochtiger. Er komt een dikke laag sneeuw op de voorheen droge steppe te liggen.

Van Geel: ,,Met al dat vocht duurt het veel langer voordat in het voorjaar de vorst uit de grond is. De steppe verandert in een toendra, met zijn eigen bijbehorende vegetatie. Het groeiseizoen wordt korter en 's winters is het kleine beetje groenvoer dat er voor de mammoeten over is veel moeilijker te vinden onder de laag sneeuw. Bovendien zijn veel toendraplanten in tegenstelling tot de steppevegetatie oneetbaar. Daar komt nog eens bij dat de groei van de grassen in de steppe gestimuleerd werd door begrazing, terwijl toendraplanten vaak schade lijden wanneer ze aangevreten worden.''

Een dergelijke overgang van een ijstijd naar een tussenijstijd moeten de mammoeten en de andere grote zoogdieren uit het Pleistoceen vaker hebben meegemaakt. Maar Bas van Geel en Dick Mol hebben wel een idee waarom het juist de laatste keer, tienduizend jaar terug verkeerd afliep voor deze dieren. Want inmiddels liepen er ook Cro-Magnon mensen in Siberië. Die eerste moderne mens werd steeds vaardiger met het maken van vallen en het jagen met speren en andere jachtattributen.

Hun prooien, de mammoeten en andere grote zoogdieren uit die tijd hadden bovendien maar weinig nakomelingen, zeker wanneer het met het groenvoer enkele jaren achtereen niet meezat. In zo'n situatie kan een mens met een goede jachttechniek net de laatste duw geven, zo postuleren Mol en Van Geel. Een extra aanwijzing voor dat 'laatste duwtje door de mens' komt van het feit dat de mammoeten formeel pas vierduizend jaar geleden echt zijn uitgestorven. Op het eiland Wrangel, ten noorden van Siberië hebben de dieren het in afwezigheid van mensen nog een tijd volgehouden. Het hoe en waarom achter het uitsterven van die laatste, geïsoleerde eilandpopulatie is daarbij nog een vraag op zich.

De 'sneeuw-en-jacht-hypothese' voor het massale uitsterven van de mammoeten is onlangs door Dick Mol gepresenteerd op een internationaal mammoet-congres in Canada. ,,Het idee is goed ontvangen'', zegt Mol. ,,Anderen hebben tot nu toe vooral gekeken naar het dier zelf, bijvoorbeeld naar DNA uit de botten om te zien of daar nog sporen van virussen in te vinden zijn. Maar het wordt steeds duidelijker dat we moeten zoeken naar een complex van factoren dat de mammoet de das om heeft gedaan.''

In augustus hoopt Mol opnieuw naar Khatanga af te reizen om weer een klein stukje van de wereldberoemde 'Jarkov-mammoet' te ontdooien. ,,We lopen het risico dat de Russische overheid op enig moment zal zeggen dat het werk niet verder mag. Want het blok ijs met de rug van de mammoet er bovenuit en de slagtanden aan de voorkant is een ware attractie geworden. Als we hem helemaal ontdooien is die magie er waarschijnlijk af. Maar gelukkig zijn er inmiddels ook andere mammoeten uit de permafrost omhoog gehaald.''

Mol hoopt in ieder geval nog op de een of andere manier bij de testikels van de mammoet te komen. ,,Met name Japanse onderzoekers komen steeds weer met het verhaal op de proppen dat we de mammoet zouden moeten klonen. Ik vind dat grote onzin. Als het al zou kunnen, dan ga je een dier dat in een bepaald milieu thuishoort niet ineens in een ander milieu en een andere tijd klonen. Ik hoop dat, mochten we voldoende intact testikelweefsel van dit mannetje kunnen bereiken, de monsters van de geslachtscellen zullen bewijzen dat het hele kloonverhaal onzinnig is. Begrijp mij goed, mijn honger naar kennis over de mammoet is onverminderd groot, maar ik zou het dit dier niet willen aandoen in zo'n vreemd milieu weer tot leven te worden gewekt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden