Snapshots vangen het toeval en de tijd. Christian Skrein verzamelde een miljoen mislukte, komische en ontroerende amateurkiekjes.

Ze staat tegen een ballustrade bij zee, een hand op de reling, een vest om de schouders geslagen, handtasje, rok met druk motief, witte sandalen. Twee meter rechts van haar kijken we een man op de rug, in donker pak. Haar echtgenoot? Een toevallige passant die niet in beeld had gemoeten? Waar zijn ze? En wanneer? Aan de hand van haar vlinderbril, haardracht en kleding waarschijnlijk ergens aan het begin van de jaren zestig.

We hebben de foto nog nooit gezien, en toch kennen we hem, want het zou ook tante Anna uit Duitsland in het fotoalbum van onze ouders kunnen zijn, of oma in een doos met afgeschreven kiekjes op zolder. We herkennen de personages, de vorm, de pose, de onhandigheid, de lichte mislukking. We herkennen, om het maar eens groot te zeggen, een splinter van de tijd in de onvolkomen esthetiek van de amateurfotograaf.

'Snapshots, the eye of the century' is een eindeloos intrigerend kijkboek. Het bevat ruim 500 bladzijden met amateurfoto's uit de verzameling van de Oostenrijker Christian Skrein, die vanaf vandaag ook te zien zijn in een gelijknamige tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Elke foto nodigt uit tot bestuderen, steeds weer opnieuw, want met vrijwel elk kiekje is iets aan de hand: scheef, onscherp, raar afgesneden, een vinger voor de lens, chemisch beschadigd. Of het is vreemd, ontroerend of komisch wat het gefotografeerde onderwerp betreft, tegen het surrealistische aan: een naakte jonge vrouw op een boerenerf, een vis op een modelvliegtuig, een geslachtsdeel in een kamerplant, acht mannen voor een lange waslijn, alsof ze zich eraan hebben opgehangen.

Ruim een miljoen amateurfoto's verzamelde de voormalige fotograaf Christian Skrein gedurende 35 jaar bij elkaar op rommelmarkten en veilingen van nalatenschappen, hij sleepte ze mee naar huis in schoenendozen en sigarenkisten. Pas sinds enkele jaren brengt hij zijn collectie naar buiten. Dat hij als gewezen professioneel fotograaf juist een passie voor de amateurfotografie ontwikkelde, heeft te maken met dat wat de professionele fotografie nou net niet lukt: het spontane, het toevallige. En juist het mislukte karakter van de foto's, het feit dat ze als afval werden beschouwd en behandeld spoorde hem aan ze mee te nemen.

De meeste foto's zijn van voor 1960 en van na 1900: de jaren waarin grofweg de zwartwit-amateurfotografie zijn hoogtijdagen vierde: de camera's werden steeds kleiner, goedkoper en makkelijker te bedienen en de concurrentie van kleur en video was er nog niet. In kleur is Skrein eigenlijk niet geïnteresseerd, of er moet iets bijzonders mee aan de hand zijn. Bij een aantal foto's is duidelijk te zien hoe groot de invloed van toonaangevende fotografen in de diverse tijdsgewrichten is geweest. Hoezeer de amateurs naar de grote namen keken, maar ook andersom: hoe de professionals zich door de amateurfotografie hebben laten beïnvloeden. ,,Een kwart van de foto's noem ik 'look-a-likes''', zegt Skrein aan de telefoon vanuit Oostenrijk. ,,Ze doen, bewust of onbewust, aan foto's van grote fotografen als Cartier-Bresson, Robert Frank of Man Ray denken. Er zit bijvoorbeeld een portret tussen van vier boeren dat sterk doet denken aan een beroemd portret van drie boeren van August Sander. Natuurlijk niet zo goed, maar in plaats daarvan wel weer spontaan.''

'Het oog van de eeuw' klinkt groot. Maar het 'extract', zoals Skrein het zelf noemt, van niet meer dan enkele honderden foto's dat hij uit een collectie van een miljoen destileerde, laat zich wel degelijk als een tijdskroniek lezen. Zijn mooiste foto's, zo schrijft Skrein in zijn voorwoord van 'Snapshots', zijn ,,een uitdrukking van toevallige scheppingskracht als het bewijs van natuurlijke, gevoelige ogenblikken, en daarmee tekenen van de tijd.'' Hij noemt ze zijn 'kinderen', maar in feite zijn het weeskinderen, die hij een nieuw thuis geeft. Skrein ordende de foto's niet chronologisch maar juist in thematische categorieën als 'vrouwen', 'mannen', 'naakten', 'natuur', 'oorlog', 'geposeerd'. De foto's blijven anoniem en zonder context, meer dan een jaartal, afmeting en plaatsaanduiding komen we niet te weten, maar in de samenhang met elkaar krijgen ze een nieuwe betekenis. Zo zit in het hoofdstuk 'momenten' een aantal foto's met een handenmotief: de gefotografeerde personen zwaaien maar houden per ongeluk net hun hand voor hun gezicht. Of proberen omgekeerd juist door de hand voor het gezicht te houden de camera van zich af te houden: zelfde vorm, motief, andere betekenis.

Uiteindelijk is het vooral de onnadrukkelijkheid van de amateurfoto's die ze tot zulke waardevolle, authentieke tijdsdocumenten maken van alledaags leven. In de categorie 'oorlog' bevindt zich een bladzijde van een familiealbum uit 1942: een foto van Gisela, een foto van Werner, een foto van Gisela en Werner samen, eentje van Werner, Gisela en tante Meta, zo staat eronder geschreven. Dat Werner een uniform draagt was voor de maker van de foto's bijzaak, net als het Hitlerportret op een andere foto dat bij twee dames op kantoor waarschijnlijk toevallig tegen de achtergrond hangt. En dan is er nog die slanke gestalte in een sportief rokje op wandelschoenen in de sneeuw met een vederhoedje, op de rug gefotografeerd in 1940. Alleen door een blik achter in het boek weten we dat het Eva Braun is, gefotografeerd in Berchtesgaden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden