Smoorverliefd op zijn stad

Gerrit Krol 1934-2013

De laatste roman van Gerrit Krol, 'Duivelskermis' uit 2007, gaat over de parkinson, waaraan hij de laatste jaren leed. Het tekent hem, hij was een van de meest persoonlijke, openhartige schrijvers uit de naoorlogse literatuur. Niet dat hij zijn hart uitstortte of op het gemoed van de lezer probeert in te werken, maar hij onderzocht zichzelf op een analytische wijze en vol zelfreflectie en deed daarvan verslag in romans, essays, columns en gedichten.

Nieuwsgierig naar het mysterie van de mens en van de wereld om hem heen, benaderde hij beide met een hoofd vol logica en wiskunde, het vak dat hij had gestudeerd. Vandaar ook titels als 'Hoe ziet ons wezen eruit', een ultrakort stuk over de structuur van de wereld, of 'De mechanica van het liegen', waarin hij een van de prominentste menselijke eigenschappen tegen het licht houdt. Ook op kleinere schaal demonstreerde hij zijn mathematische inslag, bijvoorbeeld in het gedicht 'Over het uittrekken van een broek' met de slotregel: 'Tot elkaar ingaan, / ook al is men van een verschillend geslacht, / met een broek aan is niet mogelijk'. Onweerstaanbare humor is vaak een automatische bijwerking van zijn droge, ontledende verteltrant.

Als wiskundige is Krol geïnteresseerd in modellen, formules en grafieken, waarmee hij zijn werk dan ook uitgebreid illustreert. Misschien wel zijn hoofdwerk (in dubbele betekenis). Het gemillimeterde hoofd stikt er zelfs van - het schrok met zijn schijnbaar abstracte en theoretische benadering heel wat ouderwetse lezers af, maar wist ook juist weer lezers te trekken die achter de emotionele rimram van veel literatuur, anekdotisch of maatschappijbetrokken, op zoek waren naar tijdloze helderheid. Met dit en andere boeken positioneerde Krol zich onmiskenbaar in de buurt van het nuchtere literaire tijdschrift dat ook juist in de jaren zeventig opkwam, De Revisor.

Niettemin, altijd zijn zijn onderzoeken naar de eigenschappen en gedragingen van de mens geworteld in de werkelijkheid, de alledaagse realiteit die ook zo banaal kan zijn. Niet voor niks krijgt het kunstbrein in 'De man achter het raam' (1982) een lichaam, zodat het niet alleen meer hoeft te denken, maar ook kan gaan voelen en handelen. En zo kom je naast die abstract-wiskundige passages in Krols boeken evengoed plaatjes uit damestijdschriften of pornoblaadjes tegen.

Want ook dat is de mens, iemand met verlangens, aandrang en lustgevoelens, die je op dezelfde wijze kunt onderzoeken als zijn hogere gevoelens. In dat opzicht is Krol dan ook een typisch product van de jaren zestig, het verschil tussen hoog en laag telt voor hem niet.

In zijn debuutroman, 'De rokken van Joy Scheepmaker' uit 1962, nog voor de Beatles en de hippies, getuigt hij op originele wijze van zijn liefde voor het leven: 'Wat is het, die innige tevredenheid in de volle trein als je na de vakantie je eigen station weer binnenrijdt, door de bekende binnenstad loopt met een weekendtas naar je huis, met je eigen spiegelbeeld in alle glazen, een prachtcontrole dat je bestaat en rechtop loopt in de stad die je liefde is, ja wat is het dat je smoorverliefd kunt zijn op een stad.'

Die stad is Groningen waar hij in 1934 werd geboren. Later zou hij als computerdeskundige bij Shell en systeemontwerper bij de Nam over de gehele aarde zwerven, maar er is toch steeds dat ene ijkpunt dat zijn werk typeert, de sobere en puntige, soms ietwat stugge, noordelijke geest die de wereld onderzoekt. Trouwens ook dat karakteriseert hem, hij leidde een maatschappelijk geïntegreerd bestaan.

In 'De chauffeur verveelt zich' (1972) buigt hij zich over het kunstenaarschap als aanvulling op dat bestaan. Het schrijverschap, ook dat van hemzelf, was eigenlijk voortdurend onderwerp in zijn boeken, het leek soms wel of hij zich verwonderde over de tegenstrijdigheden die het meebracht, zo heel anders dan in zijn eigen vak, de wiskunde, gebruikelijk. Zie hier, het begin van 'De schrijver, zijn schaamte en zijn spiegels', dat in zekere zin zijn poëtica bevat: 'Natuurlijk, wie een boek schrijft, is een ijdeltuit en wie een literair werk publiceert, een boek dat over hemzelf gaat, is een ijdeltuit in het kwadraat. De spiegeling van een spiegeling - aldus, in het kort, geformuleerd en bewezen hoe het komt dat onze ijdele schrijver, voor het voetlicht getreden, in het openbaar dus, als het een goede schrijver is, zich schaamt.' Geformuleerd en bewezen, dat is de wiskunde, de rest is psychologie.

Een onderwerp dat ook steeds weer in zijn werk terugkomt, is de verhouding van de man tot zijn vrouw als erotische partner. In 'De ziekte van Middleton' (1969) schrijft Krol aan de hand van zijn obsessie voor de rondborstige pin-up Margaret Middleton, als een van de eersten in Nederland zonder pudeur over seksblaadjes en mentaal vreemdgaan. Jaren later, in 'Middletons dood' (1996) kwam hij erop terug en spiegelde zijn lustgevoelens aan die van zijn wettige vrouw die in correspondentie treedt met een ter dood veroordeelde Amerikaan. Zo zoekt hij, op geheel eigen wijze naar de wortels en de manifestaties van het overspel, zoals hij het eigenlijk met alle menselijke eigenschappen en obsessies deed: erachter komen wat het precies is.

Krol schreef romans en essays die noch aan de literaire traditie, noch aan het pure experiment doen denken, maar die vooral een gevoelige, intelligente geest opvoeren die het geheim van de wereld wil doorgronden. In een van zijn gedichten 'Klassefoto', beschrijft hij onder meer 'de mooie zware Wieke van der Linden / naast de leraar die zij beminde, / de kleine Vink, de dorre Krol, / magere Kossen, Kooiman de hater'. Je ziet het voor je in dit tableau de la troupe, de wiskundige nerd Krol die zich later tot een van de origineelste naoorlogse schrijvers van Nederland zou ontwikkelen.

Voor zijn werk kreeg hij onder meer de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs, de Vrije Universiteit verleende hem in 2005 een eredoctoraat 'wegens zijn bijzondere verdiensten voor de Nederlandse cultuur door een vorm van schrijverschap die uitmuntende literaire kwaliteit paart aan theoretische reflectie en inzichten uit de wetenschappen, in het bijzonder de exacte wetenschappen en de wijsbegeerte'. Gerrit Krol overleed zondag, 79 jaar oud, in de stad waar hij ook geboren werd, Groningen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden