SMOKKEL

Madrid, de Nederlandse ambassade. Een nieuw gebouw, rood-wit-blauw en gele Europese sterren naast de voordeur aan de Commandant Francolaan. Soms kloppen landgenoten aan, nadat ze berooid de gevangenis verlieten en nu graag naar huis willen.

Maar veel kunnen P. van Doorn en Jan Bak, respectievelijk hoofd en plaatsvervangend hoofd van de consulaire afdeling, niet voor hen betekenen. Soms is er geld uit Den Haag om de Nederlander met een enkeltje op de bus te zetten. In ander gevallen verwijzen ze naar de dichtstbijzijnde verzamelplaats van vrachtwagens. Zorgzame samenleving of niet, ergens loopt een grens. Van Doorn: “Het grootste misverstand is dat wij Nederlanders vrij kunnen krijgen na hun arrestatie in Spanje. Juist wat we vooral niet kunnen doen, is ons mengen in de Spaanse rechtsgang.” Zijn collega Bak: “Dat is de eerste teleurstelling die de gedetineerde te verwerken krijgt. Daardoor wordt ook vaak zijn opstelling jegens ons bepaald. We kunnen die mensen de weg wijzen, hen aan een advocaat helpen, maar dat wordt helemaal overschaduwd door het feit dat wij ze niet uit de gevangenis halen. Het is een strijd die ik al twintig jaar voer.”

Cijfers van de Spaanse justitie zetten 'Nederland' op de vijfde plaats in een tabel over het land van herkomst van Europese drugskoeriers. Het zijn meest Britten, gevolgd door Portugezen, Fransen en Italianen. Het verschil is wel, dat hun aantallen in 1996 terugliepen. In 1995 werden er 99 Nederlanders veroordeeld en vastgezet, in 1996 108, en afgelopen jaar werden er, gemeten tot half september, nog eens zestig aangehouden. De Hollanders vervoerden in 1996 marihuana (in totaal werd 13 000 kilo aangetroffen), hasj (ruim 8 000 kilo), cocaïne (65 kilo) en XTC-pillen (ruim 30 duizend). Een ander cijfer, in een andere tabel: zeventig procent van alle Spaanse gevangenen zit vast wegens drugstransporten. De afgelopen jaren zag Bak die constante groei van de opgepakte koeriers. “Er is kennelijk bij een aantal Nederlanders behoefte aan 'aanvullende middelen'. Mensen die in sociaal zwakke posities terecht zijn gekomen. Voor hen is het verleidelijk een reisje naar Marokko te maken en wat mee te brengen.” Collega Van Doorn: “Steeds vaker horen we hier de verhalen van mensen die dachten in één klap hun financiële problemen op te lossen.”

Met het toenemen van het aantal gevangen Nederlanders dienen andere ontwikkelingen zich aan: de koeriers worden ouder. Bak: “Tien, vijftien jaar geleden ging het eigenlijk uitsluitend over jonge mensen tot 35 jaar. Nu is er een tendens dat meer mensen tussen 45 en 65 jaar vast komen te zitten. Dat kan een effect zijn van scherpere controles, of doordat de netwerken ouderen inzetten; juist omdat als regel de jongeren werden aangehouden.” Een andere tendens is dat ook steeds vaker complete gezinnen worden opgepakt. Een man, vrouw, twee kinderen. Of die invalide mevrouw met een zoon en vier honden. “Dat was vroeger heel sporadisch het geval. Dan stonden de kranten er gelijk vol van. Je ziet ook dat de Spaanse overheid er in een reactie vrij gemakkelijk mee omgaat. Er zijn opvangtehuizen waar de kinderen van koeriers snel terecht kunnen.”

Wie de Spaanse politie aan het werk wil zien, moet naar Algeciras, in het uiterste zuiden van Andalusië, reizen. In de havenplaats is de oever met Marokko verlangend dichtbij, en rijden politiebusjes, patrouillewagens en motoren van de Guardia Civil af en aan. Algeciras geldt als een van de grotere doorvoerhavens waar Marokkaanse hasj Europa bereikt. De smokkel kan uiterst lucratief zijn, aangezien de straatwaarde van de ingevoerde verdovende middelen flink over de kop gaat. In Nederland bijvoorbeeld tien keer. Anders gezegd: wie voor duizend gulden in Marokko inkoopt, kan er hier tienduizend voor terugkrijgen.

“Spanje heeft een geografisch probleem”, zegt politieonderzoeker Antonio Esteban, twee dagen nadat zijn collega's in een grot aan de noordkust vijf ton cocaïne vonden. Het was de grootste hoeveelheid cocaïne ooit in Spanje, maar onderzoeken laten zien dat de drugs van alle kanten het land binnenstromen. Dankbaar maken de handelaren gebruik van de kilometers lange Spaanse kustlijn. Met Nederland speelt nog eens een dubbel probleem. Ons land is een belangrijk eindstation van Marokkaanse hasj. Anderzijds geldt Nederland als het productieland van synthetische drugs als XTC, bestemd voor de Spaanse markt, waar de pillen nog een betrekkelijk nieuw modeverschijnsel zijn. Successen in het aanpakken van deze drugstransporten zijn vooral te danken aan een betere uitwisseling van informatie tussen de West-Europese landen, zegt Esteban. Op zijn onderzoeksbureau werden recent twee Nederlandse justitiële medewerkers permanent gestationeerd. Esteban: “Vijf jaar geleden was er nog amper sprake van uitwisseling van informatie. Nu liggen de gegevens over een verdachte auto die Nederland verlaat binnen een uur hier op het bureau en bij de grensposten.”

Maar ook hij weet dat het dweilen met open kranen is: de handel blijft groeien. “Dat ligt niet aan een falend politie-optreden. Het groeit simpelweg door een stijgend aanbod. De schade die we de handelaren toebrengen bij de arrestatie van een koerier is minimaal.”

Esteban is een man van statistieken en kaartjes. Misschien wel daarom wil hij zich niet uitlaten over de kans om met succes een hoeveelheid hasj door de Spaanse douane te loodsen. De kans dat je gepakt wordt, is belachelijk klein. Minder dan vijf procent, zegt een overheidsmedewerker die niet met naam genoemd wil worden: “Als we bij Algeciras effectief gingen controleren, zou je een week moeten wachten voor je de grens overkwam.” Voor iedere koerier die gepakt wordt, lopen er vijf andere door, weet iemand anders. Esteban: “Het is relatief. Je kunt tien keer de grens overgaan zonder ooit gepakt te worden. Maar het kan je ook bij de eerste keer overkomen. Het is het krachtenveld tussen een justitiële en sociale afweging. Nederland, Duitsland noch Spanje is een politiestaat. Controleren tot je erbij neerviel, kon in de tijd van Franco. Nu niet.”

In een restaurant in Fuengirola, niet ver van Algeciras, prijst de kaart het menu in het Nederlands aan. Pieter Vogely woont er sinds zijn pensionering ergens in de buurt. Wat varen met zijn zeilboot, was eigenlijk de bedoeling. Tot hij gepolst werd door het bureau 'buitenland' van de Nederlandse reclassering. Sindsdien voerde Vogely honderden gesprekken met Nederlandse koeriers in de Spaanse enclaves Melilla en Ceuta en een deel van Andalusië. Die mensen geruststellen is het voornaamste doel van zijn bezoeken. Vogely treft de mensen die een kilo hasj op het lichaam gebonden, maar ook de chauffeur die meer dan een ton in zijn vrachtwagen vervoerde. Daartussen zit het gros: hanteerbare hoeveelheden tussen de tien en twintig kilo. Vogely: “Mensen komen in een omgeving waar ze niets van begrijpen en maken zich flink zenuwachtig. Ze weten zich op geen enkele manier te handhaven in zo'n Spaanse maatschappij. Aan mij de taak ze te vertellen wat hen boven het hoofd hangt: 'Je bent nu gepakt en de kans dat je gestraft wordt, is vrij groot'.”

Een afspiegeling van de maatschappij. Vogely sprak een machinist. Een advocaat. De directeur van een reisonderneming. Een wao'er. “Het treurige is dat niemand vanuit weelde hasj smokkelt. Mensen zitten vaak tot hun oren in de problemen. Tijdens hun straf raken ze dan nog hun baan kwijt, hun huwelijk. Wat blijft, is die schuld van 25 000 gulden voor een auto, die ze dachten met een transportje te kunnen betalen, maar die allang in beslag is genomen. Treurige gevallen; mensen die proberen het vat te dempen.” Hij roept ineens uit: “Een draagbare telefoon! Ik sprak mensen die hier met hasj gepakt werden om een telefoonrekening van 2 500 gulden te kunnen betalen. Ze zitten nu vier jaar vast omdat ze ooit zo'n kloteding cadeau kregen.”

In Nederland kan een verdachte ontkennen dat hij wist dat hij de drugs vervoerde. Daarna is het aan de officier van justitie om te bewijzen dat er sprake was van opzet. Kan de officier dat niet aantonen, dan is er sprake van een overtreding die wordt afgedaan met een geldboete. Volgens de Spaanse wetgeving daarentegen is iemand die met een hoeveelheid drugs werd gevonden, per definitie schuldig. De officier hoeft niets te bewijzen. Een advocaat kan in principe weinig doen, behalve proberen een verdachte op borgtocht vrij te krijgen. Van het vonnis zitten gedetineerden de helft tot drie kwart uit, afhankelijk van de toeziend rechter.

Verdovende middelen geven veel werk: alleen al om die reden zijn in Malaga vierduizend advocaten werkzaam. Nederlanders kunnen na hun veroordeling de autoriteiten verzoeken om overplaatsing naar een gevangenis in hun eigen land. Dat kan gezien de mildere straffen in Nederland het voordeel geven dat bij overplaatsing de strafzaak onmiddellijk wordt geseponeerd. Spaanse bureaucratische molens draaien echter traag, en de behandeling van een verzoek tot overplaatsing kan snel een jaar in beslag nemen. Een voorarrest in Spanje duurt tussen zes maanden en een jaar. Gemiddeld duurt het traject van aanhouding tot overplaatsing tussen de 32 en 36 maanden.

De mythe van de middeleeuwse Spaanse kerker bestaat niet, zegt Pieter Vogely. Vroeger, misschien, toen hij na gevangenisbezoeken 's avonds het woestijnzand uit z'n dossiers kon blazen. Maar er heeft op grote schaal nieuwbouw van gevangenissen plaatsgevonden. “Nu zijn ze in Spanje net zo trots op hun gevangenissen als wij op onze ziekenhuizen. De gevangenisdirecteur in Ceuta keurt iedere dag persoonlijk het eten. Ik was daar een keer bij aanwezig: een halve kip kwam voorbij, met patat.” Iets later reageert hij heel behoedzaam op de vraag of gevangenen wel eens door bewakingspersoneel mishandeld worden. “Er wordt in de gevangenissen wel geslagen, maar het zijn verhalen die mij in vertrouwen zijn verteld. Informeer maar bij de Nederlandse ambassade.”

“We hebben een geval van vermeende mishandeling lopen”, zegt het hoofd van de Nederlandse consulaire afdeling, Van Doorn, zonder er verder iets over kwijt te willen. “Ik kan me voorstellen dat het hier soms wat hardhandiger is dan men in Nederland toestaat. Maar ik zou tegelijkertijd niet graag de vergelijking maken met een aantal Engelse of Zuid-Franse gevangenissen.” Collega Bak vult aan: “Er kan iets mis gaan, maar niet als deel van een systeem. Dat komt niet meer voor. Twintig jaar geleden kon een bewaker mij zeggen: 'Gevangenen krijgen eerst een pak slaag, daarna een kop koffie en een sigaret. Dan weten ze gelijk waar ze aan toe zijn'. We weten dat dat in Spanje gebeurde. En dat dat pas twintig jaar geleden is.” Mishandeling van gevangen in Spanje bestaat, meent advocaat Francisco Jose Febles, gespecialiseerd in het gevangenisrecht. “Systematisch: nee. Maar komt het in zijn algemeenheid voor? Ja. Er wordt nog steeds veel geslagen, meer dan mensen denken. Een cliënt van mij had typische ronde wonden, die kunnen niet anders veroorzaakt zijn dan door een wapenstok.”

De meeste zorgen maakt Febles zich over zijn eigen beroepsgenoten. “In Andalusië werken advocaten die zelf deel uitmaken van de mafia die ze moeten verdedigen. Ik weet van advocaten die zich in cocaïne laten betalen, of in gestolen voorwerpen. Maar ook dat kost veel moeite om te bewijzen, de advocaten verdedigen elkaar.” Hij kijkt even op: “Dit verhaal wordt toch alleen in Nederland gepubliceerd?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden