SMEETS

In december 1999 kwam ik, tijdens een sportfeestje, Manon Bollegraf in Amsterdam tegen. De mid-dertiger keek met enig plezier haar nieuwe leven in. Een lange tennisloopbaan zat erop, ze had het redelijk ver geschopt, vele wedstrijden gewonnen (de meeste in heel verre buitenlanden in dubbeltoernooien waar nooit interesse voor bestond vanuit haar vaderland) en ze had verstandig en goed haar verdiende geld belegd. Ooit had ik dat nog eens nagekeken. Ze had in haar loopbaan twee miljoen aan prijzengeld bij elkaar gespeeld.

Ze vertelde toen dat ze wat aan het aftrainen was met jongeren. Ze had het leven aan de top meegemaakt, ze had het wel gehad. Het was zo wel goed. Ze zou in de zomer van 2000 competitie gaan spelen, neen, niet aan de top, meer voor de lol. Zwart gat? ,,Ben je gek, helemaal niet. Ik heb genoeg te doen'', had ze gezegd.

Verleden week, op een kleine tribune in Miami, zag ik haar weer. Omdat er een partij bezig was, volstonden we met een snelle begroeting over afstand: 'Hoi Bol'. Even later schoof ze naast me aan. Snelle ,,Hallo, hoe is het? Lekker met vakantie?'' en toen kwam de totaal verrassende mededeling: ,,Ik ga weer spelen.''

Enigszins verbaasd hoorde ik haar verhaal aan. Twee nare ervaringen in haar privé-leven hadden haar meer en sneller dan ooit naar de sportschool gedreven. Zoals vaak kun je, zeker als ex-topsporter, geestelijke problemen voor een deel verdrijven door harde, fysieke arbeid. Gek, maar ik herkende het probleem en wist ook wat er maar haar gebeurd was.

,,Joh, ik ben kilo's afgevallen, ik heb een ander lichaam gekregen'', lachte ze tussen de games door. ,,En je knie dan?'', vroeg ik. ,,Geen last meer van, ik speel weer alsof ik nooit iets aan dat rotding heb gehad'', zei ze.

En dus had ze besloten naar Miami af te reizen en daar weer te gaan spelen. Ze was weer burger af, ze was weer tennisspeelster. ,,Mijn moeder in Nederland moet de journalisten maar te woord staan, ik zit hier en ik heb er gewoon weer zin in'', zei ze.

Ze had een plannetje laten rijpen. Als ze nou weer eens zou gaan dubbelen. Ze wist dat ze nog voldoende krediet bezat en de nodige uitslagen bereikt had om kandidate voor Sydney te zijn. Dus belde ze Caroline Vis, een onbekende speelster die ook alleen maar in dat volkomen 'grijze' gebied van het vrouwendubbel uitkomt en die ook olympisch kandidate was.

De twee besloten het de keuzeheren van NOC-NSF moeilijk te gaan maken. De meer in het nieuws spelende Boogert en Oremans leken op weg naar een olympisch startbewijs, maar, zo zei Bollegraf: ,,Waarom Vis en ik niet? Wij hebben beiden aan de IOC eisen voldaan. Ineens kreeg ik het gevoel dat ik naar de Spelen wilde. En ik zal je erbij zeggen dat we daar best ver kunnen komen.''

O! Met enige verbazing hoorde ik haar verhaal aan. En zag haar een dag later spelen. Ze was nog 'roestig', miste vaste slagen en scores, maar won, met haar Amerikaanse partner Arendt, wel. En, lach niet, bleef winnen. Tweede ronde, derde, kwartfinale.

,,Miste je het tennisleventje zo erg?'', vroeg ik haar. Ze schudde haar hoofd: ,,Ik word in april 36 en dat lijkt oud, maar dat is het natuurlijk niet. Het is nu zaak voor me lekker scherp te worden en goed te trainen en te spelen. Het sportleven lacht me weer toe. Ik speel nu met een nieuw lijf.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden