Smeets

De eerste maal was het er fantastisch spookachtig. Van Milwaukee naar West Allis was anders een stief kwartiertje met de auto, maar op deze vrijdag duurde het uren. We glibberden en gleden over de weg. Die ochtend was omgeroepen binnen te blijven, het was buiten te gevaarlijk voor mensen geworden. Niet voor schaatsers, want de olympische kwalificatiewedstrijden gingen door. De sporters warmden zich op in een klein zaaltje waar ze dribbelden en sprongen en dan hun schaatsen onderdeden als een man in dikke jas next pair had geroepen. Dan ging de deur kort open en werden de atleten door twee sterke jongens naar het ijs gedragen: op de rug, over een afstand van 30 meter. Meteen starten en dat was het dan. Er stonden twee coaches, soms een ouderpaar, een wisselwachter gekleed in berenjas en wij dus. Wij van de NOS, want we wilden zo graag het nieuwe schaatsfenomeen Eric Heiden aan het werk zien. Hij won vier afstanden, verloor de 5 km.

Op zaterdag gingen de wedstrijden verder, nu met Sarah Doctor en Beth Heiden als winnaars. De broertjes Plant reden er en nog wat dapperen. En een grote kerel die Moose genoemd werd, liep er in een trui rond. Blote handen, altijd een lach op zijn gezicht en hij regelde er alles, reed veegmachines, haalde een ketel thee bij de buren en zorgde ervoor dat wij weer in ons hotel kwamen.

Een jaar later waren we terug. Officiële kampioenschappen en CBS maakte er televisie. D.w.z. de Amerikanen probeerden het. Nadat de uit Vlaardingen afkomstige Dick Stockton, hun anchor, zeven keer zijn stand-up had over moeten doen, konden de wedstrijden beginnen. Stockton heette eigenlijk Dik Stokvis, maar wilde dat niet weten.

Er was een McDonald's tegenover de schaatsbaan gekomen. We namen er ontbijt, lunch en diner. Weer was het koud. Er waren meer Nederlandse journalisten dan Amerikaanse toeschouwers en Heiden reed toen al goed. Een paar weken later in Lake Placid zou hij ons eens iets laten zien.

Op zondagavond moest ik met grote vaart naar het vliegveld. In New York moest ik de ritten van het weekend inspreken. Moose had aangeboden me te brengen en zette me letterlijk voor de vliegtuigtrap af. Hij reed gewoon overal langs en door en iedereen kende hem en hij gaf een hand. Hij liep nog steeds in een trui en hij zei het nog nooit koud te hebben gehad in zijn leven. Het was 18 graden onder nul.

De derde maal was in Butte, Montana. We vroegen de weg naar de ijsbaan. Twee cowboys keken ons aan. Of we knettergek waren? Schaatsen? ,,There is no hockeyteam down here'', was het antwoord. Tegen een berg aan gelegen vonden we een snoezig baantje waar Hein Vergeer een tempootje reed. Helemaal niemand wist in dat stadje iets van schaatsen. Wel van bourbon, lekkere meiden, een beetje blowen, Waylon Jennings en oude Pontiacs. In het hotel waar we verbleven zei een meisje dat ons bediende: ,,You guys are from the country where they skate on the canals?'' Verheugd keken we op en zagen het naamplaatje op haar boezem: Shelly Hogenbirk.

Ze vertelde dat haar vader wel eens op Noren op een meertje in de buurt ging rijden. Dan kwamen de mensen uit de omgeving kijken, helemaal als hij zijn handen op zijn gekromde rug vouwde.

Schaatsen in Amerika. Benieuwd hoe de nieuwe ontmoeting zal zijn. Back to Milwaukee. Zou Moose er nog zijn? Dat hoop ik het meest van alles.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden