Smakelijk genen

Met gentechnologie heeft de veredelaar ongekende mogelijkheden in handen gekregen. Hij kan naar believen bruikbare genen in zijn producten bouwen. Vraag is of de consument die wil slikken. In de aanloop naar het maatschappelijk debat over gentechnologie en voeding, scharen we ons aan tafel en laten de culinaire hoogstandjes van de wetenschap opdienen. Vijfde gang: Notenrijst met papaya.

PRV heet het kleine monster dat al decennia de papaya-velden in de derde wereld teistert. Dit papaya ringspot virus vernietigde enkele jaren geleden de halve papaya-oogst op Hawaii. Deze voor Europeanen bijzondere en zelfs trendy vrucht is in Zuidoost-Azië en het gebied van de Stille Oceaan een veel voorkomende fruitsoort en een belangrijke bron van vitaminen.

Steeds minder echter is de voorheen in elke achtertuin gekweekte oranje-rode lekkernij een deel van het dagelijkse menu. Omdat de vrucht door de PRV is aangetast of omdat deze smakeloos is gemaakt door de enorme hoeveelheid bestrijdingsmiddelen die erover worden gespoten, vaak tevergeefs. De zoektocht naar een resistentie tegen het virus is in volle gang, maar heeft nog nauwelijks succes. Veel landbouwdeskundigen hopen erop dat inbouw van een geschikt vreemd gen uitkomst zal bieden.

Jaarlijks gaan er voor tientallen miljarden guldens aan oogsten verloren door virussen, insecten, bacteriën en schimmels. Gentechnologie kan daarop een antwoord zijn. En gentechnologie kan de kwaliteit van het voedsel verhogen. Bij rijst bijvoorbeeld. Rijst is voor de helft van de wereldbevolking het belangrijkste voedsel. Deze drie miljard mensen wonen bijna allemaal in de derde wereld. Voor hun dagelijkse portie vitaminen, mineralen en andere belangrijke voedingsstoffen zijn zij afhankelijk van die rijst.

Volgens de Wereldbank leeft ruim de helft van die drie miljard rijsteters onder de armoedegrens en krijgt via het dagelijkse menu te weinig voedingsstoffen naar binnen. Verhoging van de hoeveelheid voedingsstoffen in rijst zou een enorme invloed hebben op hun gezondheid. Dat is inmiddels gebeurd. Zwitserse en Duitse wetenschappers zijn erin geslaagd via de inbouw van onder meer een gen van een narcis, rijst te maken met een verhoogd percentage bèta-caroteen, dat in het lichaam wordt omgezet in vitamine A. Ruim 800 miljoen derde-wereldbewoners hebben een tekort aan vitamine A, hetgeen leidt tot ongeneeslijke blindheid.

Die vondst, vanwege de kleur gouden rijst gedoopt, heeft geleid tot een enorme discussie. Het betrokken bedrijfsleven ziet in de vondst de oplossing van het vitaminetekort. Volgens de tegenstanders van de technologie, de milieubeweging en delen van de derde-wereldbeweging, is de gouden rijst een zorgvuldig in elkaar gezet pr-verhaal dat een paard van Troje zal blijken. Het gentechnologisch bedrijfsleven zit de laatste twee jaar in de hoek waar de klappen vallen en kan wel een goede pers gebruiken. De gouden rijst is het middel om acceptatie van gentechnologie te verkrijgen. De tegenstanders stellen dat die gouden rijst niet genoeg bèta-caroteen bevat om een merkbare verhoging van het vitamine-A-gehalte te bewerkstelligen. Ook is het vetgehalte van mensen in de derde wereld te laag om de vitamine A te doen opnemen in het lichaam. Het bedrijfsleven ontkent dat. In de rijst zelf zitten genoeg vetten die de extra vitamine A doen beklijven, aldus wetenschappers van Syngenta.

Het Syngenta-concern, zeer recent voortgekomen uit een fusie van de gentech-divisies van Astra-Zeneca en Novartis en eigenaar van het patent op de gouden rijst, stelt de kennis gratis ter beschikking van de boeren in de derde wereld. Daarmee wil het concern berichten ontzenuwen als zou een dure technologie worden gebruikt om een probleem op te lossen dat veel eenvoudiger en goedkoper via conventionele methoden is te verhelpen.

De Zwitserse vader van de gouden rijst, Ingo Potrykus, beschuldigt de milieubeweging van een verborgen agenda. Volgens hem is zij uit op een politiek succes en wil zij dat behalen over de ruggen van de armsten van deze wereld. Kortom, het oude liedje van de gentechnologie: elkaar intens verketterende tegenstanders, die beide de emoties van het toekijkende publiek bespelen.

Wat verder van de dagelijkse hitte speelt zich het inhoudelijke debat af over de kwestie. De Egyptenaar dr. Ismael Serageldin, voormalig vice-president van de Wereldbank en nog steeds adviseur voor landbouw en milieu van de bank, is een voorstander. ,,De wereld telt nu zes miljard inwoners. Dat zullen er in 2025 negen miljard zijn. Die aanwas komt bijna geheel in de derde wereld terecht. Waar komt hun voedsel vandaan? Meer productie. Dat kan op twee manieren: meer land bewerken of op het bestaande land een hogere opbrengst creëren. De eerste mogelijkheid is slecht voor het milieu. Bossen en andere natuur moeten worden opgeofferd voor meer landbouwgrond. Meer opbrengst dus. Dat kan op verschillende manieren. Industriële landbouw is er een van, maar die vergt te veel chemicaliën. In de afgelopen dertig jaar is de hoeveelheid gebruikte kunstmest al 23 maal zo groot geworden en de hoeveelheid pesticiden 53 maal zo groot.

De duurzame landbouw reikt niet ver genoeg. In 1900 konden we 1,6 miljard mensen voeden met duurzame landbouw. In 2000 2,4 miljard. Met alle inspanningen kunnen we hooguit tot een verdubbeling komen: 4,8 miljard, bij lange na niet genoeg om straks iedereen te voeden.''

Serageldin kiest voor een duurzame landbouw die krachtig wordt ondersteund door de wetenschap opdat op een milieuvriendelijke manier de productie kan worden opgevoerd. ,,Gentechnologie is een van de wetenschappelijke middelen die daarbij kunnen helpen. Ik zie best dat kwesties als patenten, die deze techniek voor slechts weinigen toegankelijk maken, en de enorme macht van enkele grote multinationals de discussie belasten. Voor dat soort zaken moet een oplossing komen. Maar dat mag de discussie over de techniek zelf niet vertroebelen. Die hebben we hard nodig. De voedselvoorraad moet sneller groeien, het is een race tegen de klok.''

Dr. Jeroen van Wijk van de Erasmus Universiteit vindt de opvatting van Serageldin veel te rooskleurig. Maar Van Wijk, die in 1999 promoveerde op een onderzoek naar het beleid van agro-industriële concerns ten aanzien van gentechnologie, deelt ook het afwijzende standpunt van de milieubeweging niet. Hij neemt een tussenpositie in: ,,Gentechnologie is niet meer dan de nieuwe fase in de productiviteitsverhoging in de landbouw. In de derde wereld zullen slechts de kapitaalkrachtige boeren mee kunnen komen. De rest vliegt de landbouw uit. In het Westen is dat - met veel individueel leed weliswaar - goed gelukt. In de derde wereld ligt dat anders; daar is geen perspectief op ander werk.''

Van Wijk vindt al die aandacht voor gentechnologie overdreven. ,,Voor alternatieven is nauwelijks geld, terwijl in de derde wereld juist daarnaar gekeken moet worden. Gentechnologie is een vorm van hoog geïndustrialiseerde landbouw. Veel boeren in de arme landen kunnen daaraan niet meedoen. De overheden aldaar moeten de import van gentechnologie afremmen. De opening van de markten zoals wordt geëist door de rijke landen moet meer worden gedoseerd. Er moet veel geld naar alternatieven, die beter passen in de productieomstandigheden in de derde wereld. Gentechnologie is een tamelijk vernauwde manier van kijken. Zeer economisch bepaald.''

Dr. Peter Rossett van het Instituut voor voeding en ontwikkeling in de VS is een verklaard tegenstander van gentechnologie in de derde wereld. ,,Als je roept dat gentechnologie de honger in de wereld kan oplossen ga je voorbij aan de historische oorzaken van honger. Dat is blijvende armoede. En waarom is er armoede? Omdat die miljarden keuterboeren en landarbeiders die het overgrote deel van de bevolking in ontwikkelingslanden vormen geen toegang hebben tot goede landbouwgronden, geen toegang hebben tot krediet en geen toegang hebben tot de relevante markten. Het is toch ironisch dat gebieden waar honger wordt geleden voedsel exporteren! Daar voeden wij onze runderen en varkens mee, opdat de rijke aardbewoners zo goedkoop mogelijk hun biefstukken en hamburgers kunnen eten.''

Van het argument dat gentechnologie de productiviteit in de landbouw zal verhogen is Rossett niet onder de indruk. ,,De boer in de derde wereld ontbreekt het aan productiviteit omdat hij moet werken op de armste gronden. Daarnaast wordt hij geconfronteerd met macro-economische maatregelen opgelegd door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en andere handelspolitieke organisaties. Die eisen privatisering van ontwikkelingsbanken en tussenhandel. Om winst te maken gaan die hun eigen gebrekkige boeren mijden en goedkoop voedsel importeren, vaak overschotten uit de rijke landen die met veel subsidie worden gedumpt. Er is voor de boeren ter plekke geen enkele prikkel om hun inspanningen te verhogen. Dat levert hen niets op. En de wonderzaden van de gentechnologie zouden dat wel even verbeteren? Ik geloof er niets van. Het is weer zo'n van bovenaf opgelegde oplossing.''

De Deen dr. Per Pinstrup-Andersen heeft zijn leven gewijd aan landbouw in de derde wereld. Pinstrup-Andersen is directeur-generaal van het International Food Policy Research Institute (IFPRI) in Washington, waarbij 58 landen zijn aangesloten en dat geheel draait op gelden voor ontwikkelingshulp. Pinstrup-Andersen kan zich vinden in de analyse van Rossett, maar kiest toch voor gentechnologie. ,,Wat Rossett zegt is absoluut waar. Gentechnologie is zeker niet de beste oplossing voor hun problemen, maar we kunnen niet vanuit luie stoel blijven roepen. We moeten actie ondernemen. Als er daar niets gebeurt blijven kinderen sterven.''

De Deen vreest de anti-gentechnologie-stemming in Europa. Hij is bang dat je dan onderzoek naar een techniek bevriest die een bijdrage kan leveren aan het oplossen van problemen in de derde wereld. ,,Ik begrijp de gevoelens van de Europeaan wel. Die ziet geen voordelen van die techniek, maar maakt zich wel zorgen over de risico's. Daarom moet er ook veel meer door gemeenschapsgeld betaald onderzoek worden gedaan, waarvan de resultaten ter beschikking komen van hen die die wetenschap het meeste nodig hebben. Dan zeg je niet alleen dat de grote concerns de dienst dreigen uit te maken, maar geef je hen tevens een alternatief.''

Pinstrup-Andersen wil dat de ontwikkelingslanden zelf beslissen. De slechts denkbare oplossing zou zijn dat of de grote concerns of de milieubeweging voor die landen gaan uitmaken wat zij wel of niet moeten doen. Dat is neokolonialisme. De autoriteiten ter plekke moeten de bevolking uitleggen hoe de gentechniek in elkaar steekt. Ja, ja, u heeft gelijk. Soms is de politiek daar een deel van het probleem. Ik zou ook best een paar regeringen daar willen vervangen. Het gaat uiteindelijk om toegang tot land, markten en geld. Maar toch, de bevolking daar moet het willen, zij moeten zelf de historische fouten herstellen. Daar kunnen wij hooguit bij assisteren.''

,,Mijn ergste nachtmerrie is een coalitie van de Europese milieubeweging en derde-wereldbeweging met de elite in de ontwikkelingslanden. Dat is ongeveer 10 procent van de bevolking daar, die geen last heeft van het armoedeprobleem. Die coalitie zal gentechniek als een mogelijke oplossing van de armoede tegenhouden. In India zie je dat al gebeuren. Dat is niet zonder risico, want er sterven elke minuut kinderen daar.''

De IFPRI-topman is niet tegen deelname van de grote multinationale concerns bij het zoeken naar een oplossing van de armoede. ,,Maar zij mogen het niet alleen doen. Het zal moeten middels een publiek/private samenwerking. Daarvan zijn al voorbeelden bekend in onder meer Mexico en Kenia. Als dat niet lukt moet het alleen met publiek geld en mankracht via ontwikkelingshulp.'' Maar Pinstrup-Andersen voelt de hete adem van de milieubeweging in zijn nek: ,,Als wij meer gaan doen aan onderzoek naar de werking van gentechnologie, vrees ik dat Greenpeace de Europese regeringen onder druk zal zetten om onze subsidies te stoppen. En wat moet ik dan? Wij zijn voor de helft van onze activiteiten afhankelijk van Europese overheidsgelden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden