Smakelijk genen

Met de gentechnologie heeft de veredelaar ongekende mogelijkheden in handen gekregen. Hij kan naar believen bruikbare genen in zijn producten bouwen. Vraag is of de consument die wil slikken. In de aanloop naar het maatschappelijk debat over biotechnologie en voeding, gaan we aan tafel en laten de culinaire hoogstandjes van de wetenschap opdienen. Eerste gang: Aperitief

God schiep het eten, de duivel de koks, schreef James Joyce in 'Ulysses'. Duivels zijn ze inderdaad, die keukenprinsen en -prinsessen. Niet vanwege de helse hitte die Spaanse peper of Madam Jeanetje hun gerecht geven, maar om hun gedurfde culinaire creaties die het oog en vooral de smaakpapillen strelen. Zo duivels dat het hemels wordt.

De duivel voorbij dus, maar kan ook God op dit terrein worden gepasseerd? Sommigen vrezen van wel. De mens is bezig zijn voedsel fundamenteel te veranderen, vinden zij. Uit plat winstbejag worden DNA-structuren, met daarin de erfelijke eigenschappen die elk levend organisme zijn eigenheid geven, versleuteld met vreemde genen. Genen van de narcis worden ingebouwd in rijst voor een extra dosis vitamine A. Antivriesgenen worden gebruikt in vissen om een voor consumptie gewilde (sub)tropische soort te kunnen kweken in koude wateren. Een gen van een bacterie wordt in een tomaat gestopt om het rijpingsproces te vertragen zodat die tomaat langer vers blijft.

Anderen zien in deze nieuwe techniek, de gentechnologie, slechts een moderne voortzetting van een klassieke bezigheid, het veredelen van plant- en diersoorten om sterkere, gezondere rassen te verkrijgen. Het gaat met die nieuwe techniek alleen sneller en preciezer, zeggen zij. En wat is daar nou tegen, als ons voedsel er gezonder, smakelijker en goedkoper door wordt en bovendien het milieu wordt gespaard?

En dan hebben we het alleen nog over ons voedsel. De mogelijkheden op medisch gebied zijn nog spectaculairder. Via het inbrengen van vreemde genen of het neutraliseren van lichaamseigen maar aangetaste genen kunnen erfelijke ziektes worden voorkomen. Of er worden via genetisch veranderde dieren medicijnen gefabriceerd die ziektes kunnen genezen. De mogelijkheden lijken schier onbeperkt als we eenmaal weten hoe iemands genenopbouw er uitziet en we begrijpen hoe al die genencombinaties werken.

Zo ver is het nog lang niet, maar de potentie van de techniek is enorm. Dat blijkt ook uit het groeiend aantal fondsen waarmee banken geld van particulieren en instellingen proberen los te peuteren om te beleggen in bedrijven die zich bezighouden met gentechnologie.

Deze reeks artikelen beperkt zich tot de samenhang tussen voeding en gentechnologie. Juist in deze samenhang komen alle elementen aan de orde die gentechnologie omstreden maken. Juist op deze samenhang richt zich de kritiek en juist over deze samenhang wordt er zo weinig informatie verstrekt aan het Nederlands publiek. Het broodnodige debat moet nog beginnen. Pas dit jaar vinden de verantwoordelijke beleidsmakers, onder druk van groeiende onrust onder consumenten, het nodig de eerste aanzetten tot een publieke discussie te geven. Terwijl het bedrijfsleven al minstens tien jaar bezig is via gentechnologie ons voedsel te veranderen.

Samen met de informatie- en communicatietechnologie wordt de gentechnologie gezien als dé techniek die de 21ste eeuw zal vormen en een revolutie in het leven van alledag zal veroorzaken. Een enkeling spreekt al van een nieuwe Renaissance; het zelfbeeld van de mens zal compleet veranderen. Maar anders dan met de itc - wie heeft er niet met computers gewerkt? - is de kennis van de gentechnologie en zijn gevolgen bij het publiek vrij gering. En anders dan itc is gentechnologie zeer omstreden.

Zoals elke nieuwe technologie heeft de gentechnologie voor- en nadelen. Ook hier moet de winst voor de samenleving worden afgewogen tegen de risico's die de samenleving loopt als de technologie wordt toegepast. Daarbij gaat het niet om louter economische winst, maar ook winst in termen van gezondheid en milieu. Die is, ondanks vele beloften van het bedrijfsleven, nog niet zichtbaar.

Gentechnologie belooft zoveel moois: wondergeneesmiddelen, gezonder en goedkoper eten, een beter milieu, effectieve bestrijding van de honger in de wereld. En het belooft tegelijk zoveel lelijks: de menselijke gezondheid loopt gevaar, het milieu wordt een ramp, economische macht wordt geconcentreerd in handen van een paar grote multinationals die gaan uitmaken wat wij eten. Deze combinatie van hoop en angst maakt de discussie over gentechnologie en voeding zo verhit.

De scheidslijn loopt dikwijls door partijen heen. Het duidelijkst zijn de standpunten van de milieubeweging en de biotechnologieconcerns: zonder veel mitsen en maren tegen respectievelijk voor. De methoden waarmee men het eigen gelijk probeert te halen overschrijden met enige regelmaat de grens van het betamelijke.

Greenpeace als boegbeeld van de milieubeweging laat zijn medewerkers supermarkten binnenlopen om winkelwagens te vullen met 'onveilige' gentech-producten. Daarmee inspelend op de angsten bij het winkelend publiek voor 'fout' voedsel en daarmee de supermarkt dwingend de schappen te schonen op straffe van plaatsing op de zwarte lijst. Tevens deinst Greenpeace er niet voor terug proefvelden met genetisch veranderde gewassen te vernielen. Daarmee en passant het eventuele bewijs van veiligheid of onveiligheid van de techniek onklaar makend.

Aan de andere kant van die lijn tussen liefde en haat opereert het Amerikaanse bedrijf Monsanto, het vlaggenschip van de gentechnologie. Aanvankelijk was deze multinational bereid bij de introductie van gentechnologie alle belanghebbenden, ook milieu- en consumentenorganisaties, te betrekken. Dat veranderde zo'n tien jaar geleden. Niet alleen maakte Monsanto de strategische blunder zich te richten op producten die slechts voordelen brengen voor producenten en niet voor consumenten, maar de nieuw aangetreden topman Robert Shapiro zette bovendien het door zijn voorgangers ingezette brede overleg bruusk opzij.

In zijn hang naar het creëren van aandeelhouderswaarde - managers-apekool voor meer winst - wilde Shapiro versneld nieuwe producten op de markt brengen. In een politieke omgeving die deregulering hoog in het vaandel schreef - de Republikeinse regering van George Bush sr - was het voor Monsanto een koud kunstje zijn producten door de regulerende overheidsorganen te loodsen. Betrokkenen uit die tijd maken melding van een behaaglijk tegen elkaar aanschuren van bedrijfsleven en overheidsorganen als het ging om gentechnologie.

Die opperste arrogantie, die boeren enorme hoeveelheden genetisch veranderde voeding liet kweken met de onwetende westerse consument als proefkonijn, keerde zich uiteindelijk tegen Monsanto, dat voortaan als Monsatan door het leven ging. De consument, zeker in Europa, pikte het niet meer en kwam in verzet.

Bedrijven die wat minder in de vuurlinie lagen, maar Monsanto aanvankelijk wel volgden, erkennen nu dat de 'Amerikaanse aanpak' van snel doordrukken averechts heeft gewerkt. Zij zouden de klok acht jaar willen terugdraaien en opnieuw beginnen. Maar het kwaad is geschied en de onverschilligheid van de consument is de laatste twee jaar omgeslagen in een helse furie met Greenpeace als gretige ceremoniemeester.

Tussen die twee uitersten bevindt zich een groot grijs gebied waarin politiek en publiek, bedrijven en controle-instellingen proberen hun weg te zoeken in deze netelige kwestie. Ook de wetenschap, waarop in dit soort gevallen zwaar wordt geleund, is niet eenduidig. Een recent rapport van de American Council on Science and Health, een door de overheid gefinancierde instelling, concludeert dat de combinatie gentechnologie en voeding, de consument slechts voordelen oplevert. ,,De bewijzen stapelen zich op dat er van gevaar voor mens en milieu geen sprake is.'

Op grond van vrijwel identieke overwegingen besloot de British Medical Association de regering van premier Blair te adviseren een moratorium in te stellen op de ontwikkeling van genetisch veranderde gewassen en dito voeding, ,,omdat we met de huidige kennis niet kunnen weten welke ernstige risico's het milieu en de menselijke gezondheid zullen lopen door het produceren van genetisch veranderde gewassen of het consumeren van genetisch veranderde voeding'.

De herkomst van deze citaten geeft al aan dat er ook een geografische scheidslijn is. Het optimistisch getinte Amerika, dat gaat voor de kansen die de nieuwe technologie biedt, staat tegenover het sceptische Europa, dat de risico's een zwaarder gewicht geeft en liever wacht op meer duidelijkheid dan te gokken op een goede afloop.

De tegenstelling is meer dan een cultuurverschil. De Amerikaanse blik steunt tevens op enorme economische belangen. Driekwart van de huidige omzet in genetisch veranderde gewassen in de wereld komt voor rekening van de VS. Alleen al voor de commerciële teelt van genetisch veranderde soja hebben de Amerikanen een gebied in gebruik zo groot als Zwitserland. Mislukken mag gewoon niet en de overwinning zal desnoods middels handelsoorlogen worden behaald.

Anderzijds is de houding van de toch al wat sceptische Europeaan ingegeven door de opeenvolgende voedselschandalen. Hoewel varkenspest, dioxinekip bse-koe en mond- en klauwzeer niets hebben te maken met gentechnologie, is het vertrouwen van de Europese consument in autoriteiten en wetenschappers op het gebied van de voedselveiligheid tot het nulpunt gedaald.

En consumentenvertrouwen is waar het om draait. Waar voorheen de zadenkweker en boer bepaalden wat wij aten, heeft de gentechnologie de 'pech' geconfronteerd te worden met de opkomende macht van de consument. Bedrijven huiveren en politici buigen ervoor. Stel dat de wetenschap in staat is met grote mate van eenduidigheid vast te stellen dat wij met gentechnologie in voeding voor mens en milieu relatief weinig risico lopen, dan nog kan de consument daar tegenover stellen dat hij het niet wil omdat het niet past in zijn normen- en waardenpatroon.

In die zienswijze treft de consument in de grote supermarktketens een machtige bondgenoot. Als oren en ogen van de consument heeft de supermarkt zich ontpopt tot de belangrijkste speler op voedingsgebied. Op de voortaan vraaggedreven voedingsmarkt is het uiteindelijk het hart van de consument dat bepalend is, ook al heeft het verstand van de wetenschapper alle gelijk van de wereld.

Het is de opvatting van de consument over hoe de werkelijkheid zou moeten zijn - niet hoe die ís - die de uitslag van het komende maatschappelijk debat gaat bepalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden