'Smaak van toen komt nooit meer terug'

De tentoonstelling 'Dat is de kleine man; honderd jaar joden in het Amsterdamse amusement, 1840-1940' loopt t/m 26 november in het Joods Historisch Museum. Daar zijn ook de gelijknamige catalogus en de cd 'Draaien, altijd maar draaien' te koop. De catalogus (144 blz.) à ¿ 37,50; de cd kost ¿ 30,-. De theaterproduktie 'Tip Top', met o.a.Lucretia van der Vloot en Jenny Arean, gaat begin november in première.

FRANK VERHALLEN

Zij geeft een goed beeld van het rijke joodse aandeel in het Amsterdamse amusement tot aan 1940, toen de ramp die tweede wereldoorlog heet alles kapotmaakte. In een van de openingstoespraken vergeleek cabarethistoricus Jacques Klöters deze tentoonstelling met de herinnering aan een bijzondere maaltijd. Klöters: “Je kunt vertellen wie er destijds bij waren en wat je allemaal kreeg opgediend, maar de smaak van toen krijg je natuurlijk nooit meer terug.” Evenals andere sprekers maakte hij duidelijk dat deze expositie als een waardevol cultuurhistorisch overzicht moet worden beschouwd voor alle generaties die hem de komende maanden komen bezoeken. Maar ook dat de mensen die de laatste decennia van de amusementsepisode 1840-1940 hebben meegemaakt de tentoonstelling zullen beleven als een emotioneel moment van herkenning en van grote weemoed.

Aan deze tentoonstelling is ruim twee jaar voorbereidend werk voorafgegaan en dat is er aan af te zien. De collectie is uitvoerig en veelzijdig en wordt bijzonder aantrekkelijk gepresenteerd. Er zijn foto's en prenten, affiches en bladmuziek, rekwisieten en kostuums, maquettes en vooroorlogse film- en geluidsapparatuur. Op verschillende plaatsen zijn via koptelefoons historische fragmenten te beluisteren, zoals van Abraham de Winter. Hij was de eerste artiest wiens stem, in 1901, op de grammofoonplaat is vastgelegd. En er zijn enkele televisieschermen, waarop bezoekers zelf filmopnamen kunnen kiezen, onder anderen van Louis en Heintje Davids.

Daarnaast is de expositie bijzonder goed gedocumenteerd. Zij geeft, in tekst en beeld, een duidelijk overzicht van de ontwikkeling van het Amsterdamse amusementsbedrijf in de negentiende eeuw, die het gevolg was van maatschappelijke veranderingen, zoals industrialisatie en verbeterde arbeidsomstandigheden. Omstreeks 1840 ontstond een middenklasse met behoefte aan meer vrijetijdsbesteding. Die zou men onder meer invullen met theatervermaak. De tentoonstelling informeert over de vroege café-chantants en vaudeville-theaters in de Nes en de Warmoesstraat en over de cabaret-uitingen die omstreeks de eeuwwisseling plaatshadden in De Pijp, waar de joodse diamantsnijder Eduard Jacobs in 1895 het Nederlandse cabaret introduceerde. Maar ook over de revue en het variété in de Amstelstraat, waar het Amsterdamse uitgaansleven zich later ging afspelen en waar Louis en Heintje Davids hun eerste successen beleefden.

In de crisisjaren twintig en dertig zochten mensen afleiding voor hun zorgen in nieuwe amusementsvormen. De film was inmiddels geboren. In 'Bioscooppaleis Tuschinski' ging de film 'De Jantjes' in première, met wederom broer en zus Davids. En de Amerikaanse dansmuziek vond haar weg via dat andere nieuwe medium: de radio. Maar ook in moderne dansgelegenheden aan het Rembrandtsplein, waar de cabaretrevue haar intrede deed via de joodse emigranten die Duitsland inmiddels ontvluchtten.

De tentoonstelling sluit af met informatie over kamp Westerbork. Nadat het amusement eerst onder toezicht van de bezetter was gesteld, mochten joodse artiesten vanaf 1941 alleen nog maar voor joods publiek spelen. In 1942 werden zij naar het doorgangskamp Westerbork gedeporteerd, waar nog revues werden opgevoerd door kampbewoners. Die konden daarmee verdere deportatie uitstellen, maar uiteindelijk niet voorkomen. In 1944 werd het joodse aandeel in het amusement definitief gesmoord.

In de boeiende, rijk geïllustreerde catalogus bij deze tentoonstelling wordt uitvoerig stilgestaan bij het feit dat joodse artiesten, muzikanten, regisseurs en impresario's zo'n grote rol hebben kunnen spelen in de ontwikkeling van het Amsterdamse amusement. Dit was natuurlijk het gevolg van vraag en aanbod. Er heerste grote werkloosheid en dus armoede onder de joden in Amsterdam. In het populaire amusement, dat niet gebonden was aan opleiding of sociale status, was werk voldoende.

Hart van de catalogus vormen de bijdragen van Jacques Klöters en van Hetty Berg, die ook de tentoonstelling samenstelde. Terwijl andere hoofdstukken stilstaan bij onder meer sociaal-culturele veranderingen in Amsterdam en de sociale positie van de joden in het bijzonder, gaan Berg en Klöters ieder afzonderlijk uitvoering in op het joodse aandeel in het Amsterdamse amusement. Jacques Klöters schreef ook de tekst in het boekje dat de unieke cd begeleidt die het Joods Historisch Museum ter gelegenheid van deze tentoonstelling uitgaf in samenwerking met het Theater Instituut Nederland. Die cd bevat opnamen van Louis Davids, Eduard Jacobs, Johnny & Jones, Abraham de Winter en vele anderen. De titel 'Draaien, altijd maar draaien' is ontleend aan het gelijknamige lied uit de filmversie van 'De Jantjes', gezongen door Heintje Davids en Sylvain Poons.

Louis Davids' 'Jodenkindje' staat niet op deze cd. Lucretia van der Vloot zong het als afsluiting van de opening van de tentoonstelling. Dit als voorproefje van een theatervoorstelling over het joodse theateramusement, die dit najaar in première gaat:

Luister Brammie, lieverd, het lot van jodenkindertjes is niet vol zonneschijn. Maar je zult het later goed begrijpen als je groot bent, dat je Jood bent. Goede mensen doen ons joden geen kwaad. Droog nou maar je tranen, kameraad. (...) Ik weet het, jij vindt heel zelden een vrind: met een jodenkind willen zij niet spelen. Als zij je plagen, leer het verdragen! Kom bij moeder, lieve vent. Speel maar alleen (...) en wees er trots op dat jij je moeders jodenkindje bent.

Tijdens het beluisteren van dit lied en bij het bekijken van de tentoonstelling daarna, zag ik in de blikken van veel oudere bezoekers de weemoed waarover de inleiders spraken. Bij het aanschouwen van die historische filmbeelden zag ik een oude vrouw plotseling breken. Vanaf dat moment beschouwde ik 'Dat is de kleine man...' als nog waardevoller, zeker ook voor die latere generaties amusementsliefhebbers, waartoe ook ikzelf behoor.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden