Sluwe gids in een bedrieglijke wereld

In het vandaag verschenen boek 'Gele koorts' vertelt voormalig wielrenner Michael Rasmussen over zijn leven in het profmilieu. Zijn beschrijvingen zijn hard, nihilistisch, rancuneus en zeker ook wraakzuchtig. Waarom luisteren we naar de dopingleugenaar? En wat vertelt hij ons?

Het is een zin uit de biografie van Michael Rasmussen die me al een tijdje bezighoudt. De renner schuilt in een kelder van zijn huis in het Italiaanse dorpje Lazise. Slechts gezelschap gehouden door alcohol en de herinneringen aan een periode waarin hij als een waanzinnige probeerde zijn droom te verwezenlijken. Weggedoken voor de buitenwereld verbijt de Deense renner de pijn die hij voelt nadat hij - als leider in de Tour de France nota bene - op straat is gezet door zijn werkgever, de Rabo-wielerploeg, omdat hij zich in de aanloop van de Tour de France in 2007 niet aan de antidopingregels zou hebben gehouden. Rasmussen heeft in dit beklemmende tijdsgewricht van het wielrennen gelogen over zijn verblijfplaatsen om de dopingcontroleurs te kunnen ontlopen. Op die manier kon hij zijn gang gaan met verboden producten als epo, groeihormonen, bloeddoping, insuline, testosteron en cortisonen.

In 'Gele koorts' komt Rasmussen naar voren als een man die jaren op de vlucht is geweest in een vijandige, kille wereld. Hij was een renner, net als vele andere renners, die in het geniep zaakjes regelde, die in gecamoufleerde kleding trainde om niet herkend te worden (tip van de ploegarts van Rabobank), die verstrikt raakte in zijn eigen leugens en die zijn lichaam volstopte met vreemd bloed en medicamenten voor mens en dier, om maar als snelste per fiets boven op een berg te geraken.

Rasmussen vertelt in het begin van zijn boek hoe hij naar Italië verkast en al snel verandert in een maniak op de fiets. Hij traint 'als een tijger', leeft alleen in een klein appartementje, doet alleen boodschappen en zorgt ervoor 'zo gezond en zo weinig mogelijk te eten'. Hij komt wel eens half bewusteloos thuis, na uren en uren eenzaamheid in de Dolemieten. Hij weegt in die dagen 59 kilo.

In 1998 begint Rasmussen doping te gebruiken om zijn prestaties te verbeteren. 'Ik voelde me een drugsverslaafde,' schrijft hij over die eerste keer dat de epo via een naald in zijn lichaam verdween.

Dankzij de komst van het internet is Rasmussen onafhankelijk geworden van de ploegen en hun dokters. Hij kan nu zelf shoppen en belandt zo virtueel in Puerto Rico waar hij bij dierenarts 'Hector' oxyglobine aanschaft, kunstbloed voor honden. 'Het was een dwaas experiment', schrijft hij. 'Oxyglobine werkte niet.' Ook het bloed van zijn vader is onverenigbaar met zijn eigen bloed, dus ook die truc (voorgesteld door Rabo-arts Geert Leinders) is niet toepasbaar. Volgende stap: bloedtransfusies. Eerst bij de Oostenrijkse firma Humanplasma (via een tip van ploeggenoot Michael Boogerd) en later in de kelder van dopingdealer Stefan Matschiner.

Al die tijd wist de Rabobank-ploegleiding van zijn werkwijze af, stelt Rasmussen. Hij noemt talloze voorbeelden. 'Ik kreeg te horen dat ik de tweede bloedzak niet mocht gebruiken', schrijft hij over de Tour van 2005, eraan toevoegend dat hij wist dat renners van andere ploegen meerdere geheime transfusies deden. Rasmussen: 'Mijn wapen werd me ontnomen en dat door mijn eigen ploeg.'

Ploegleider Erik Breukink, die tot dusver buiten schot wist te blijven in deze zaak, wordt in 'Gele koorts' door Rasmussen sprekend opgevoerd. 'Ik werd in het hotel terzijde genomen door Breukink,' schrijft Rasmussen over de Tour van 2006. 'Jullie mogen niet meer zakken nemen,' zei hij. 'Het is genoeg zo. We rijden hard genoeg.'

Woede en radeloosheid
Rasmussen baalt van Rabobank, noemt ze angstig, aarzelend en traditiegetrouw, ofschoon ze wel een bloedmachine aanschaffen om in de bus te kunnen analyseren of de bloedwaardes van hun renners niet te verdacht zijn. Ook worden er plannen gemaakt om de dopingcontroleurs om de tuin te leiden en schrijven artsen valse verklaringen op. 'Iedereen deed mee, zelfs de buschauffeur', die volgens Rasmussen dynepo (een variant van epo) in zijn onderbroek verstopte toen de politie de ploegbus onaangekondigd doorzocht.

Als geletruidrager Rasmussen in 2007 uit de Tour wordt gezet door de ploegleiding, verblijft hij even in een hotelkamer nabij een klein vliegveld. Hij verkeert naar eigen zeggen in een toestand van depressie, woede en radeloosheid. 'Als er in die kamer een dik touw had gelegen, was ik er blijven hangen. Ik heb de kamer er op doorzocht. Als de gordijnen waren opgehangen aan een draad in plaats van een stang, had het goed gekund dat het anders was gelopen.'

'Gele koorts' komt vandaag uit in de Nederlandse vertaling en zal stof doen opwaaien. In Denemarken, en op sociale media, is dat vorige week al gebeurd. Er zijn flink wat mensen 'onder de bus gesmeten' door Rasmussen, zoals dat inmiddels heet. Mensen hebben verwondingen opgelopen, omdat Rasmussen wraak heeft genomen op de wielerwereld. Als ik lijd, dan jullie ook. Hij lapt ze erbij; voormalige teamleiders, zoals Erik Breukink en Johnny Weltz, oude teamgenoten als Denis Mentsjov en Ryder Hesjedal, begeleidend personeel (buschauffeur Piet), de internationale wielerbond UCI en leden van de medische staf. 'Als we vinden dat we doping in de wielersport te lijf moeten gaan, kan ik geen mensen beschermen', schrijft Rasmussen.

De rancune druipt er echter vanaf, want lees je het boek goed, dan is overduidelijk dat Rasmussen geen heel grote ethische bezwaren tegen dopinggebruik heeft. Rasmussen vertelt over het verschil tussen renners die willen winnen en renners die niets ontziend, maniakaal, nihilistisch en haast gewetenloos rond hebben gefietst. Cruciaal is daarom het gebruik van het woord 'echt' in de volgende zin. 'Wij,' begint Rasmussen, 'degenen die echt ambitieus waren, stonden voor de keuze: of je gebruikte doping en liep het risico dat je carrière werd verpest en je leven in puin lag, of je gebruikte geen doping en dan zou je nooit een carrière krijgen die recht deed aan je talent (..) Als er een tussenweg bestond heb ik die nooit gezien.'

De vervolgvraag is dan: waarom lezen we dit soort boeken? Waarom uitgevers zulke boeken willen uitgeven, lijkt evident. Omdat wij dit willen lezen, geven zij het uit. Er is geld mee te verdienen, ongetwijfeld ook een reden waarom Rasmussen zijn gedachtes en ervaringen aan het papier heeft toevertrouwd.

Rasmussens verhaal ís ook spannend. Jarenlang keken we naar de prestaties op de fiets, vervolgens bleek daarachter een wereld van list, bedrog en drugs te zitten. Onze verteller neemt ons nu mee naar die geheime wereld, vol sinistere types en figuren met gekookte harten. Gulzig lees je verder als je belandt in kelders waar je het bestaan niet van wist. Je leest van de getroebleerde rennersziel.

Maar net als met eerdere boeken van ex- dopingzondaars die de boekenkast hebben geïnfecteerd met halve waarheden en leugens, kun je je afvragen wat de waarde ervan is. Het is de visie van één man, een renner die bovendien jarenlang loog. Waarom nu wel de waarheid? Waarom nu wel goede bedoelingen? Dat maakte bijvoorbeeld het boek van Tyler Hamilton geloofwaardiger, want die was inmiddels ongebonden na zijn bekentenissen. Rasmussen is nog altijd verwikkeld in een rechtszaak. Hij is de dompteur van zijn eigen verleden.

De zucht naar spannende details wint het dan toch. Omdat er weinigen zijn die zo'n leven hebben beleefd, zullen velen die hem zagen optreden op de fiets, ingewijd willen worden in die geheimen.

Vandaar, ter overdenking, de volgende zinnen uit 'Gele koorts' over het wielermilieu: 'De winnaars waren kil, cynisch en berekenend (..) Het zou mij verbazen als de koers fundamenteel is veranderd.' En: 'De verontwaardiging die veel mensen aan de andere kant van het scherm voelen, voelen wijzelf niet. Wij zijn al een hele tijd geleden die grens gepasseerd.'

Nando Boers is journalist bij Nusport en auteur van boeken over wielrennen. Zijn recentste boek is 'Amigo!', uitgebracht in juni dit jaar.

Andere belangrijke dopingboeken
Usada-rapport (2012)

Het meer dan 1000 pagina's tellende rapport van de Amerikaanse antidopingcommissie over het onderzoek naar de werkwijze van US Postal en Discovery-ploegen van Lance Armstrong.

The secret race - Tyler Hamilton (2012)

De biografie van een van Armstrongs luitenanten in de eerste Tourjaren van US Postal. De woorden onthullend en schokkend zijn van toepassing.

Racing through the dark - David Millar (2011)

Biografie van Engelse renner die in Franse dienst in 2006 door de politie werd gearresteerd vanwege dopinggebruik. Millar, die nog steeds fietst in het profpeloton, vertelt over de donkere periodes in zijn leven en de terugkeer in het métier.

Slikken en prikken - Willy Voet (1999)

Verhaal van de soigneur die in 1998 opgepakt werd aan de grens met België en Frankrijk met een auto vol doping. Het leidde tot de uitsluiting van Festina-wielerploeg in die Tour Dopage.

Wheelmen - Reed Albergotti & Vanessa O'Connell (2013)

Reconstructie van twee journalisten van The Wall Street Journal over de werkwijze van de machinerie rondom Lance Armstrong en de totstandkoming van zijn val. Zij waren het die in 2011 Floyd Landis aan de praat kregen, de oud-ploeggenoot van Lance Armstrong en geschrapte Tourwinnaar van 2006.

'Gele koorts',

Michael Rasmussen en Klaus Wivel,

uitg. De Geus, euro 19,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden