Slovenië houdt de zaken het liefst in eigen hand

LJUBLJANA - Het privatiseringsproces bij Adria Airways is voltooid. Het bedrijf is nu volledig in handen van de staat. Bestudering van een prospectus van de Sloveense luchtvaartmaatschappij laat geen andere conclusie dan deze.

Mira Puc moet er vrolijk om lachen. “Dat klopt, dat is het gevolg van privatisering op Sloveense wijze”, aldus de medewerkster van het Agentschap voor Herstructurering en Privatisering. Waarna een serieuze uitleg volgt. Het oude Joegoslavië immers was anders dan Oost-Europa. Het kende officieel geen centraal geleide economie, maar het door de Sloveen Edvard Kardelj uitgevonden 'arbeiderszelfbestuur'. Bedrijven waren niet in handen van de staat, maar van alle burgers, en werden door de werknemers gerund ten bate van de gemeenschap, in theorie althans. “De staat kon dus niet zondermeer de bedrijven gaan verkopen, want die was geen eigenaar. Er was eigenlijk helemaal geen eigenaar”.

Via een zeer gecompliceerde procedure hebben alle bedrijven nu een eigenaar gekregen. Paradoxaal genoeg is dat in veel gevallen de staat geworden. Banken, verzekeringsmaatschappijen, nutsbedrijven en diverse bedrijven in moeilijkheden a la Adria Airways zijn genationaliseerd.

Aandeelhouders

In de industrie daarentegen lijkt nu pas echt sprake van arbeiderszelfbestuur. Zeventig procent van de bedrijven is in handen van de werknemers, die het recht kregen tot zestig procent van hun 'eigen' bedrijf te kopen. “We hebben een samenleving van kleine aandeelhouders gecreëerd”, zegt Puc niet zonder trots, “dat is alleen met de Verenigde Staten vergelijkbaar”.

Eén ding hebben de bedrijven, ongeacht de wijze waarop ze zijn 'geprivatiseerd', echter vrijwel allemaal gemeen. Slechts zelden hebben ze een buitenlandse (mede-)eigenaar gekregen. In vergelijking met de andere kandidaten voor het EU-lidmaatschap, met name Hongarije, Tsjechië en Estland, is de omvang van de buitenlandse investeringen in Slovenië gering. En de buitenlandse bedrijven die de laatste jaren hebben geïnvesteerd, waren veelal ook al voor 1991 in Slovenië bekend. Het Franse Renault bijvoorbeeld, dat in Novo Mesto, Clio's produceert en het Duitse Siemens.

“We zijn maar met twee miljoen, dat is een kleine markt”, verklaart Janez Potocnik, directeur van het Instituut voor macro-economische analyse, het gebrek aan interesse, “bovendien liggen we nog steeds te dicht bij de Balkan. Dat wordt geassocieerd met onrust en onzekerheid.” Hij verheelt echter niet dat de Slovenen, anders dan de meeste andere Midden- en Oost-Europeanen, ook niet zo staan te springen om buitenlands kapitaal binnen te halen. “We hebben net onze onafhankelijkheid gekregen, veel mensen zijn bang dat we de controle weer kwijt raken als buitenlanders het in onze bedrijven voor het zeggen krijgen.”

Roy Wyllie, algemeen directeur van Shell in Slovenië, heeft in de praktijk ondervonden hoe dat werkt. De multinational is sinds enkele jaren weer in de regio aanwezig, waar het tussen de twee wereldoorlogen ook al zijn eigen benzinestations had. Eén pomp in Slovenië is inmiddels weer herkenbaar aan de roodgele schelp, het is de bedoeling dat er de komende vijf jaar nog zo'n 20 tot 25 volgen.

De lucratiefste plekken zijn echter inmiddels al aan Shell voorbijgegaan. Vorig jaar kon ingetekend worden voor de bouw van benzinestations van Slovenië's snelwegen (waarvan er maar een beperkt aantal is). Voorwaarde was echter dat een bedrijf al drie pompstations en opslagmogelijkheden voor brandstof, waarvan de verkoopprijs nog steeds door de overheid wordt vastgesteld, in Slovenië had. In de praktijk betekende dit, dat het voor de meeste buitenlandse bedrijven onmogelijk was een bod te doen. De opdrachten gingen uiteindelijk voor het overgrote deel naar Petrol, de Sloveense oliemaatschappij. “Botweg discriminatie”, oordeelt Wyllie, die behalve in Ljubljana ook kantoor houdt in Zagreb en Belgrado. De multinational heeft een rechtszaak aangespannen, maar die 'duurt en duurt en duurt maar”.

Angst

Wyllie begrijpt de angst om de controle te verliezen over belangrijke delen van de economie wel enigszins, maar vindt het eigenlijk een luxe die een klein land met een zo open economie als de Sloveense (zestig procent van het nationaal inkomen wordt verdiend met export) zich niet kan veroorloven. Het land is weliswaar op tal van terreinen de rest van ex-Joegoslavië en Oost-Europa (ver) vooruit, maar overschat zijn bewegingsvrijheid, vindt hij. “Het land is kwetsbaar, het heeft nauwelijks eigen grondstoffen, het heeft buitenlands kapitaal nodig om de produktie op een hoger peil te brengen. En Shell betaalt hier natuurlijk net zo goed belasting als een Sloveens bedrijf.”

Shell wil het kapitaal graag leveren, want het ziet winstkansen. Slovenië zelf heeft een weliswaar kleine, maar relatief koopkrachtige markt en is bovendien toegangspoort naar Kroatië, Bosnië en het resterende Joegoslavië. “Dat zijn samen ruim 24 miljoen mensen, dat is twee keer de Hongaarse markt.”

Janez Potocnik ontkent niet dat Slovenië buitenlandse investeerders goed kan gebruiken. “Maar dan vooral vanwege de technologie. Buitenlandse investeerders zijn vaak net als vogels. Ze maken een snelle winst en dan zijn ze weer weg. Daar hebben we natuurlijk niets aan.”

Bij het caravans producerende Adria Mobil kennen ze het dilemma. Het bedrijf werd enkele jaren geleden van de ondergang gered door ingrijpen van de staat, maar moet binnenkort particulier eigendom worden. Algemeen directeur Sonja Gole zit niet te springen om buitenlandse belangstelling, ondanks het besef dat een kapitaalinjectie hard nodig is. Temeer daar het bedrijf, met het oog op de teruglopende vraag naar caravans, ook campers wil gaan maken.

Concurrenten

“Buitenlandse investeerders, het kan, maar ik hoop het niet”, zegt Gole. “Wie weet komen caravanbedrijven als Knaus en Detleff dan wel hier en sluiten ze de boel om minder concurrentie te hebben. We willen iemand die de produktie hier wil houden en meewerkt aan produktontwikkeling. Het liefst houden we de zaak in eigen hand, net zoals bij veel andere bedrijven is gebeurd. Alleen blijven we dan met een gebrek aan kapitaal zitten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden