Slovenië dreigt dieper weg te zakken

IMF voorspelt verdere economische krimp

JAN KLEINNIJENHUIS

De angst dat Slovenië als zesde land in de eurozone financiële steun nodig heeft, is de afgelopen maanden verdwenen. Maar de economische problemen van het land zijn nog lang niet opgelost. Het Internationaal Monetair Fonds waarschuwt dat de maatregelen die de regering heeft voorgesteld om de crisis te lijf te gaan lang niet voldoende zijn.

Slovenië gaat al twee jaar gebukt onder een zware recessie en voor het komende jaar wordt een verdere economische krimp voorspeld. Het bruto binnenlands product is met 11 procent gekrompen ten opzichte van 2008, toen het hoogste punt werd bereikt. Van alle landen in de eurozone kende alleen Griekenland een grotere economische terugval - andere zorgenkindjes als Portugal en Ierland deden het relatief beter dan Slovenië. Het IMF verwacht dat het land pas in 2017 weer het bbp-niveau van 2008 kan evenaren.

De grootste problemen voor het land zitten - zoals in veel eurolanden - in het bankwezen. Al enige jaren voordat Slovenië in 2007 de euro invoerde, profiteerde het land van een lage rente en Sloveense bedrijven hebben zich in die jaren fors in de schulden gestoken. Banken waren maar al te graag bereid dit te faciliteren, veelal op basis van een stroom aan financiering uit het buitenland. Maar toen in 2008 de financiële crisis losbarstte, droogde die financieringsstroom op, moesten banken aan de rem trekken en raakten de bedrijven in de problemen.

Er is geen ruimte meer bij de banken om bedrijven door de moeilijke tijd heen te helpen. Dat zorgt ervoor dat de financiële sector inmiddels kampt met enorme hoeveelheid leningen waar geen rente en aflossing over wordt betaald. Meer dan 20 procent van alle bankleningen kent een betalingsachterstand van minimaal 90 dagen.

Het is de vraag hoeveel van die leningen uiteindelijk nog terugbetaald kunnen worden. Daarmee loopt ook Europa een direct financieel gevaar: de Sloveense banken leunen na de Portugese het zwaarst op financiering van de Europese Centrale Bank (ECB).

Om een ineenstorting van de financiële sector te voorkomen, zag de Sloveense regering zich vorige maand gedwongen nog eens 3,2 miljard euro in de banken te steken en de enorme berg aan slechte leningen deels over te nemen. Daarmee verschuift de crisis naar de staat. De ruim 3 miljard aan staatssteun staat gelijk aan bijna 10 procent van het bruto binnenlands product. Harde bezuinigingen en privatiseringen van staatsbedrijven zijn nodig om de Sloveense begroting weer enigszins op orde te krijgen.

Dat Slovenië niet al om steun moet vragen in Brussel is vooral te danken aan de zeer goede financiële positie van de staat, en de meeste huishoudens, voorafgaand aan de crisis. De staatsschuld beroeg in 2008 slechts 22 procent van het bbp, maar staat nu al op ruim 70 procent. Dat percentage zal de komende jaren nog flink stijgen, zo voorspelt het IMF. Ondanks de bezuinigingen die de afgelopen jaren al zijn doorgevoerd, en voor de komende jaren gepland staan.

Beleggers geven de nog maar kort zittende regering van premier Alenka Bratusek voorlopig het voordeel van de twijfel. De rente die het land moet betalen op staatsleningen ligt rond de 5 procent - weliswaar fors ten opzichte van andere eurolanden, maar veel lager dan de 7 procent die halverwege vorig jaar nog werd geëist.

Kredietbeoordelaar Standard & Poor's bevestigde gisteren de huidige rating van het land (A-), maar maande net als het IMF de regering meer ambitie te tonen om de begroting op orde te krijgen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden