Slotkoor aangrijpend bij Mahlers Achtste Jammer dat dirigent James Conlon naar elders is vertrokken

ROTTERDAM - Dit hele seizoen staat, met diverse jubileumconcerten, voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest in het teken van het 75-jarig bestaan, maar onbetwist hoogtepunt moest natuurlijk de uitvoering van Mahlers monumentale achtste symfonie worden, afgelopen vrijdag en zaterdag in De Doelen.

Het werd, twee jaar na zijn vertrek, de kroon op het werk van de vorige chef-dirigent James Conlon. Bijna veertig jaar geleden stond de achtste symfonie voor het eerst en laatst bij het RPhO op de lessenaars, toen Eduard Flipse er in de oude Ahoyhal met zelfs meer dan duizendkoorzangers en een orkest van 146 musici er een paar spectaculaire uitvoeringen van gaf.

Zo'n enorm apparaat kan De Doelen niet herbergen en zo letterlijk hoeft de bijnaam van het werk ('der Tausend') ook niet genomen te worden. Met dik driehonderd koristen en het op volle sterkte gebrachte orkest was het toch al dringen en moesten de acht vocale solisten wat ongelukkige plaatsen innemen boven het orkest, in de buurt van de speeltafel van het orgel, wat de samenwerking er niet makkelijker op maakte.

Conlon begon toen hij in 1983 chefdirigent werd in Rotterdam consequent een Mahler-cyclus op te bouwen. Datzelfde doet hij nu trouwens in Keulen. Hij nam in 1991 afscheid met de derde symfonie en had toen alle belangrijke werken een of meerdere keren op zijn programma gehad, behalve de achtste. Het was een logische stap om hem, voor het eerst weer terug als gast, hiermee het karwei te laten afmaken.

Zijn greep op het orkest is hij in die twee jaar absoluut niet kwijt geraakt. Juist de instrumentale inbreng bij deze uitvoering liet de hoogste klasse horen. Prachtig zoals hij het tweede deel liet beginnen, met ijle mysterieuze klanken van voldoende intensiteit om toch nog boven het gerochel van concertgangers uit te komen. Heel subtiel sprong hij ook om met het verdere verloop van deze slotscene uit Goethe's Faust, met zo duidelijk mogelijke steun voor de solisten en bijna perfect in de hand houden van de om het orkest opgestelde koren.

Het slotkoor was een aangrijpende apotheose, zoals het ook het eerste deel van de symfonie, de hymne 'Veni, creator spiritus' even overrompelend als machteloos - Mahler ging hier behoorlijk over de schreef - uit al die kelen kwam. De zaal kon het maar net bevatten.

Het blijft vreemd dat Mahler, als componist en groot operadirigent volkomen vertrouwd met zangstemmen, in dit hemelbestormende werk nogal uit het oor verloor wat je van zangers kunt vragen. De drie gemengde koren uit Antwerpen (Vlaamse Opera), Dusseldorf (Musikverein) en Birmingham (koor van het symfonie-orkest) waren door Simon Halsey uitstekend voorbereid en Conlon wist ze in wisselende samenstelling zeer te inspireren. Ook het Hongaarse jongenskoor deed goed zijn best.

Waar de uitvoering een beetje mank aan ging was de solistenbezetting van wisselende kwaliteit. Sopraan Deborah Voigt galmde overal wel bovenuit, alt Jard van Nes, met heel wat meer nuances op haar repertoire, kwam ook goed uit de verf, en hemelsmooi was de korte solo van Jennifer Ringo als Mater Gloriosa.

De rest kon zich niet of slechts met moeite staande houden, maar Mahler zelf treft hier ook heel wat blaam. James Conlon maakte in ieder geval duidelijk dat het jammer is dat hij naar elders vertrokken is, en het Rotterdamse orkest liet zoviel prachtig vakwerk horen dat het met verhoogd zelfvertrouwen aan zijn volgende jubileumprojact kan gaan werken, zoals volgend weekeinde een Verdi-programma en rond de kerst een paar concerten onder leiding van Bernhard Haitink.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden