Sloterdijk verkent de vrouwelijke lust

In zijn parodie op de wetenschap schuwt de Duitse filosoof geen taboe

Peter Sloterdijk


Het Schelling-project Vert. Huub Stegeman Boom; 218 blz. euro 20


oordeel


Een eigenaardige provocatie. Of word je bij de neus genomen?


Filosofie, roman, pamflet? Het jongste boek van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk is onmogelijk in een genre onder te brengen. Het boek trekt aan en stoot af, zo vreemd is de aanpak en zo bizar het thema. Maar de grootmeester van de ironie komt niet zomaar op de proppen met zijn eigenaardige project.


Hij zette zichzelf in de jaren tachtig op de filosofische kaart met zijn 'Kritiek van de cynische rede'. Daarin pleitte hij voor kynisme (een kritische, ironische filosofie, geïnspireerd op de gelijknamige antieke school), in plaats van het moderne cynisme, dat alles in het leven tot koopwaar reduceert. Is dit boek een experiment in kynisme?


Sloterdijk heeft zijn werk 'Het Schelling-project' gedoopt, naar de negentiende-eeuwse Duitse idealist Friedrich von Schelling, van wie hij de natuurfilosofie leent. Qua vorm heeft de filosoof gekozen voor een brievenroman. Drie mannen en twee vrouwen schrijven elkaar over de vraag naar de oorsprong en de eigenheid van de vrouwelijke seksualiteit.


Het lijkt de onderzoekers te doen te zijn om de seksuele appetijt van de homo- sapiensvrouw, die zich uitstrekt ver voorbij de vruchtbare jaren. "Wat betreft climaxonderzoek is er sinds Masters, Johnson en Hite niet veel nieuws meer geweest", schrijft Kurt Silbe, een van de medewerkers van het project.


De briefschrijvers willen een benadering, meer op ervaring gestoeld en theoretisch minder bekrompen. Ze hebben hun project een wetenschappelijk klinkende titel meegegeven, omdat ze er - als een soort provocatie? - subsidie voor willen aanvragen: 'Tussen biologie en menswetenschappen; over het probleem van de ontplooiing van de buitensporige vrouwelijke seksualiteit in de ontwikkeling van hominiden tot homo-sapiensvrouwen vanuit evolutietheoretisch perspectief, steeds met inachtneming van de natuurfilosofie van het Duitse idealisme'. Maar de jury is wantrouwig en wijst de aanvraag af.


Vaststaat dat 'Het Schelling-project' een stevige parodie is op het hedendaagse wetenschapsbedrijf, waarin de meest subjectieve ervaringen - en daarvan is de seksuele daad wellicht het ongeëvenaarde prototype - in een theoretisch keurslijf worden geperst met steeds vergelijkbare, armoedige resultaten. Maar het strekt verder dan dat. Sloterdijk gaat frontaal in de aanval tegen wat vandaag geldt als alfa en omega van de menswetenschappen: de evolutietheorie.


"Om de ongelofelijke afstanden van de aanvangen tot in de actualiteit te overbruggen zal men aan de lange mars van het vertellen moeten beginnen, in het volste besef dat men dan over zaken vertelt waar niemand bij is geweest. De langste hoofdstukken in het verhaal van de ontwikkeling bestaan uit lege pagina's", laat Sloterdijk een van zijn personages opmerken.


De onttovering van de door wetenschappers bijna heiligverklaarde evolutietheorie is compleet op het moment dat onze onderzoekers beweren dat evolutietheorie en scheppingsmythen in wezen hetzelfde zijn. "Beide bieden ze informatie over het verleden waarvan geen geloofwaardige getuigen bestaan." Met andere woorden: alles hangt af van de 'naar eigen zeggen gezaghebbende vertelling'.


De conclusie luidt dat de wetenschap, die beweert uitsluitend 'harde feiten' te erkennen, eigenlijk werkt met een heleboel niet-feiten. Dat Sloterdijk de evolutietheorie met graagte inwisselt voor Schellings natuurfilosofie, een romantisch ontwerp dat de meeste wetenschappers van nu onbekend zal zijn, is nog een stap verder in de richting van de absolute parodie. Schellings theorie dat intelligentie ook al in embryonale vorm in de natuur aanwezig is en de menselijke geest zelf beschouwd moet worden als een trede in de ontwikkeling van de natuur, is per slot van rekening niet speculatiever dan Darwins evolutietheorie.


Om hun thema te onderzoeken sluiten de briefschrijvers een 'subjectiviteitspact'. Ze spreken af dat ze in alle openheid en vanuit hun eigen hoogst subjectieve ervaringen over het heikele thema zullen schrijven. Dat levert nogal wat kruidige getuigenissen van seksuele scènes op.


Desiree zur Lippe (de namen klinken pornografisch) dist het verhaal op van de machoman die een tijd haar minnaar was en haar ongelofelijk opwond op het moment dat hij haar zwaar vernederde. Kurt Silbe weidt uit over een 'tantraseminar' waaraan hij deelnam samen met Peer Sloterdijk - het alter ego van Peter Sloterdijk, een van de deelnemers van het project. Guido Mösenlechzner ervaart op zijn beurt voor het eerst in zijn leven de geneugten van anale seks. En Beatrice von Freygel ('mevrouw Sloterdijk') laat zich zonder veel poespas nemen door vier werklieden uit de Balkan die klussen in haar zomerhuis in de Provence.


Al die erotische verhalen doorbreken de lange filosofische beschouwingen, die lopen van Plato tot de Frankfurter Schule. De particuliere ontboezemingen zorgen voor enige afwisseling, maar je krijgt niet de indruk dat de schrijver de scènes echt functioneel inzet voor een hoger doel.


Erg vermakelijk is de interpretatie die Guido geeft aan de brievenmarathon. Als antropoloog ziet hij in het tegen elkaar opbieden met verhalen over seksuele avonturen namelijk een potlach, het indianenritueel waarin de deelnemers zich tot het uiterste inspannen om hun vrijgevigheid ten opzichte van anderen te bewijzen. Hij concludeert dat de brieven over en weer niet minder zijn dan een 'verhalenpotlach'. Het feit dat mevrouw Zur Lippe van meet af aan een sterk verhaal vertelt over haar schaamstreek, noemt hij bijvoorbeeld 'een nogal uitbundige gave, waar de andere deelnemers aan de schenkwedstrijd nauwelijks nog iets tegenover kunnen stellen'.


'Het Schelling-project' is kort gezegd een boek dat graag provoceert en geen enkel taboe overeind laat. Op het moment dat het idealisme in Duitsland alle filosofisch krediet aan het verliezen is, maakt Sloterdijk het tot uitgangspunt van een darwinistisch klinkend onderzoeksproject over het vrouwelijk orgasme, een thema dat normaal alleen in populaire vrouwenbladen wordt aangekaart.


Naar eigen zeggen wilde Sloterdijk tevens een pleidooi houden voor de vrije seksuele moraal van de jaren zestig. Dat doet hij in zijn typische stijl: extreem erudiet, raak geformuleerd en uiterst ironisch. Maar of het boek een serieuze must read is? Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat Sloterdijk het wel een aardig geintje vond om deze 'roman' te schrijven en zo de lezer bij de neus te nemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden