Slordige presentatie van jong dichttalent

Volgende week op deze plek de biografierubriek (Trouw)

Gerrit Komrij geldt als gevreesd bloemlezer. Maar zijn nieuwe bundel met jonge dichters stelt teleur. Er zijn betere anthologieën.

Nergens wordt zoveel gebloemleesd als in de poëzie. Kasten vol zijn er te vullen met bloemlezingen van gedichten over de liefde, over de hond, over het park. Bundels om speciale gelegenheden van een passend gedicht te voorzien.

Interessanter en vaak geruchtmakend zijn de bloemlezingen waarin de samensteller een nieuwe stroming of generatie in de literatuur wil signaleren. En dan zijn er nog de anthologieën die een representatief beeld willen geven van de poëzie die in een bepaalde periode is geschreven.

Zo presenteerde dichter Daniël Dee bij aanvang van het nieuwe millennium ’Vanuit de lucht’, een bloemlezing met een panoramische blik op het talent van de toekomst. Een enkeling uit dat boek timmerde al voorzichtig aan de weg, maar het merendeel van deze jongeren (als jong gold geboren na 1970) had nog geen bundel op zijn naam staan. Zo konden we kennismaken met Maria Barnas, Tsead Bruinja, Tjitske Jansen en Thomas Möhlmann naast Andy Fierens, Tjitske Mussche en Klaske Maria Havik.

’Vanuit de lucht’ had geen programma: „Anekdotisch, hermetisch, verstaanbaar, werkelijkheidsgericht, autonoom; in deze bloemlezing zijn al deze stijlen aan te treffen”, aldus Dee in zijn voorwoord.

Tien jaar later maakt Gerrit Komrij opnieuw een selectie van jonge poëzie in ’De 21ste eeuw in 185 gedichten’. En dus is het aardig om de bloemlezingen eens naast elkaar te leggen en te kijken welke dichters zijn gebleven, wie er zijn bijgekomen en welke stemmen zijn verstomd.

Slechts de podiumdichters Sieger M. Geertsma (tegenwoordig Sieger M.G.) en Andy Fierens zijn opgenomen in beide bundels. Anderen die in 2000 op het punt van doorbreken stonden, lijken het niet te hebben gehaald. Een vertekend beeld, dat ontstaat door de leeftijdsgrens die Komrij hanteert: ouder dan 34 mochten de door hem geselecteerde dichters niet zijn: „zij die de vierendertig hebben gehaald zijn al op weg naar de onsterfelijkheid.” Daardoor zijn dichters die in belangrijke mate een stempel hebben gedrukt op de poëzie van afgelopen tien jaar nu buiten de boot gevallen en wordt ruim baan geboden aan dichters die weliswaar (nog geen) 34 zijn, maar van wie in de afgelopen tien jaar niet of nauwelijks meer iets werd gehoord.

Lernert Engelberts bijvoorbeeld, krijgt het maximum aantal van zeven gedichten. Dat die alle dateren uit de vorige eeuw doet kennelijk niet ter zake. De Vlaming Miguel Declercq, van wie sinds 2001 weinig meer werd vernomen, krijgt maar liefst vijf gedichten toebedeeld. En Joris van Casteren mag dan in 2001 als dichter zijn gedebuteerd, hij geldt inmiddels toch vooral als auteur van literaire non-fictie en maakte superieure reportages over vergeten dichters.

Daarmee heeft deze anthologie aan belang ingeboet. Wie een goed beeld wil krijgen van wat er in de jaren tussen ’Vanuit de lucht’ en nu is gebeurd, moet zich tot andere kanalen richten. Wie wil weten wie de veelbelovende ‘jongeren’ zijn in de poëzie van nu, kan bij Komrij niet terecht. Of maar ten dele, want er staan heus genoeg goede dichters in zijn bloemlezing.

Het is anything goes in de 185 hier gepresenteerde gedichten. Leek er zo halverwege de jaren nul nog iets van een polemiek gaande tussen de ‘begrijpelijke’ podiumdichters en de ‘onbegrijpelijke’ dichters van het papier, die scheidslijn hoort tot het verleden. De ruige podiumverzen van Andy Fierens („ik kwam met stip binnen op je hufterindex”) staan naast het ambachtelijk volwassen werk van Esther Naomi Perquin. Het light verse van Quirien van Haelen naast het complexe en gelaagde werk van Arnoud van Adrichem en de originele ideeën die Ruth Lasters in haar gedichten uitwerkt („Ik wilde één begrip wissen. Tulp bijvoorbeeld/ tulp schrappen uit alle woordenboeken, websites en// geheugens.”) krijgen een plaats naast een typografisch grapje van Neeltje van Beveren.

Zou je een conclusie willen trekken dan misschien wel dat de interessantere gedichten in deze bundel geschreven zijn door vrouwen. En dan is het werk van Maria Barnas, Tjitske Jansen of Hélène Gelèns, om een paar andere vrouwelijke dichters te noemen die zich de afgelopen jaren overtuigend manifesteerden, nog niet eens opgenomen. Ik had hun poëzie graag gezien naast die van mannelijke collega’s als Mischa Andriessen, Micha Hamel, Edwin Fagel, Thomas Möhlmann of Mark Boog, die vanwege hun leeftijd eveneens buiten beschouwing bleven.

Uit Komrijs bloemlezing rijst vreemd genoeg ook het beeld op dat de jonge Nederlandse poëzie zich nauwelijks om een buitenwereld bekommert. Maar ook dat is een kwestie van selectie. Immers, dichter Erik Jan Harmens beweerde nog vorig jaar dat juist de nieuwe generatie dichters midden in de wereld stond. Hij wist ons daarvan in zijn bloemlezing ’Ik ben een bijl’ misschien niet helemaal te overtuigen, maar ik geloof met hem dat de dichters van nu geen oogkleppen op hebben.

Blijft over de vraag of Komrij nog ontdekkingen deed. In deze bundel presenteert hij weinig nieuws. Al dient daarbij gezegd dat een tiental afzonderlijke debuten uit de afgelopen jaren onder zijn redactie tot stand kwam.

Komrij schiep er altijd groot genoegen in zijn eigen draai aan de literatuurgeschiedenis te geven. Belangwekkende bewegingen als de Vijftigers nam hij slechts mondjesmaat in zijn vuistdikke bloemlezingen op. Er zijn tijden geweest waarin het verschijnen van een nieuwe anthologie met angst en beven werd afgewacht. Er werden zelfs processen om gevoerd.

Het lijkt me niet dat de voorliggende bloemlezing enig stof zal doen opwaaien, of het moet zijn vanwege de slordigheid. Want het enige waar je echt over struikelt zijn de typefouten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden