Sloppenwijken staan niet te juichen over legalisering

Een eigen huis is een droom voor de meeste sloppenbewoners in Brazilië. Maar de belofte van de nieuwe regering om de duizenden krottenwijken in het land te legaliseren, stuit op wantrouwen.

SÃO PAULO - Driehonderd sloppenwijken, favelas, liggen opeengehoopt in het zuiden van São Paulo. In het gebied met 700000 inwoners is geen park, geen theater, geen openbare bibliotheek, geen sportcentrum en geen zwembad. Er zijn vooral grijze stenen. De hoofdstraten zijn verhard, hebben straatnamen en huisnummers. Ga je iets dieper de wijk in, dan stuit je op de krotten zoals je ze verwacht, maar dan verschrikkelijker.

Door stegen zo smal dat je niet naast elkaar kunt lopen en die een labyrint vormen met slechts twee uitgangen, bereiken de bewoners hun onderkomens. Wie de meeste pech heeft moet langs de sloot, een open riool. De barakken zijn uit ruimtegebrek gebouwd tot over het water. Bij regen verandert de sloot in een woeste beek die de woningen binnenstroomt. Het stinkt er naar afval.

Luis Carlos dos Santos (46) reageert geprikkeld op het plan van de nieuwe president Luiz Inácio Lula da Silva om de komende jaren 3905 van dit soort favelas in het land een legale status te geven. Het lijkt hem de zoveelste politieke farce.

,,Legaliseren? Hoe? Wat doe je met de drugshandel, de moorden, de werkloosheid onder jongeren? Als je dit legaliseert, legaliseer je de armoede'', zegt Dos Santos, die al jaren werkt met de kinderen in de favela, waar hij ook zelf is opgegroeid.

Het plan is ontstaan onder druk van het Forum Nacional da Reforma Urbana, een organisatie die sinds 1988 vecht voor stedelijke hervormingen. Legalisering van de favelas zou betekenen dat bewoners zich zeker weten van hun plek, een officieel postadres krijgen, en dat hun huis bijvoorbeeld tot onderpand kan dienen bij het aanvragen van microkrediet.

Maar ook het Forum vindt de regeringsplannen met de favelas teleurstellend. Het gaat hun niet alleen om legalisering, maar om Direito a Cidade: het recht op de stad, waarin iedereen toegang heeft tot fundamentele zaken als gezondheidszorg, onderwijs, riolering, openbare en culturele ruimtes én werk. Antonio José, die al sinds 1972 probeert de omstandigheden in sloppenwijken te verbeteren: ,,Het gaat ons niet om het legaliseren, maar om een einde aan de sociale uitsluiting''.

Volgens het Forum kan de komende vier jaar hooguit een belangrijk begin worden gemaakt. Dat kan als president Lula de beloofde financiële middelen verschaft en de mogelijkheden voor legalisering meer bekendheid geeft.

De juridische middelen zijn twee jaar geleden vastgelegd. In een zogeheten Stedenstatuut staat dat legalisering van minstens vijf jaar illegaal bewoonde grond is toegestaan als de privé-eigenaar in die tijd niet is opgedoken. Voor overheidsgrond zou dezelfde regeling moeten gaan gelden. Lula wil ook dat stedelijke en statelijke overheden zich meer voor de legalisering inzetten.

Het lijkt een eerste goede stap. Maar eenvoudig is het niet. Het risico is dat uit het binnenland nieuwe sloppenbewoners naar de stad trekken en dat speculanten er snel bij zullen zijn om grond op te kopen. In eerdere projecten verkochten bewoners van sociale woningbouw hun huizen door en sloegen elders hun barakken opnieuw op, zodat aan hun omstandigheden niets veranderde.

Mary de Oliveiro Pinto (51) zal niet snel vertrekken. Zij is een van de inwoners die haar hachje al heeft veiliggesteld. Op de stoep voor haar huis dat uit twee slaapkamers, een keuken, een badkamer, een woonkamer en een stoffig erf bestaat, vertelt ze wat er zeven jaar geleden gebeurde: ,,Op het moment dat we begonnen onze barak op te knappen, verscheen de eigenaar met een advocaat. üf we moesten binnen 24 uur vertrekken, óf de grond kopen door anderhalf jaar lang een maandsalaris af te dragen. Samen met zeven families op het terrein is dat gelukt, weliswaar door het eten uit onze mond te sparen, maar nu proeven we de smaak van de overwinning. Niemand kan ons meer weghalen.''

Dat geldt niet voor Antonia Leopoldina Batista (64). Voor ze haar uit één kamer bestaande barak betrok, woonde ze meer naar beneden, bij de sloot, 27 jaar geleden. Dona Antonia: ,,God zij dank ben ik daar weg. Mijn jongste dochter is er nog geboren, samen met de ratten.'' De angst om haar huisje, dat ze in jaren heeft opgebouwd, te verliezen is groot. Een huur, hoe laag ook, kan ze niet betalen. Legalisering zou daarom vrijheid geven. ,,Iedere ochtend denk ik: Ik ben nu hier, maar tot wanneer?'' Maar zelfs bij legalisering loopt ze het risico alles te verliezen. Bij harde regen loopt het water de barak binnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden