Sloop van de stilte

Ach Ichthuskerk, je ziet er niet uit. Op foto's zie ik hoe een graafmachine in je ingewanden hapt. Betonplaten hangen schots en scheef, mijn oude studeerkamer is een tochtig hol waardoor de geest van Pinksteren giert. Die is als de wind: soms blaast ze nieuw elan en inspiratie in, andere keren rukt en trekt ze alles omver. In de pastorie waar ik veertien jaar gewoond en gewerkt hebt, rijst alleen nog stakerig de wenteltrap op uit het puin.

Met jouw sloop, kerk, verdwijnt iets unieks in de wijk. Jouw stenen spaarden een ruimte voor stilte uit, te midden van de flatgebouwen en rammelende winkelkarretjes. Die stilte herinnerde eraan dat echt geluk niet ligt in de dingen die we kopen en consumeren, maar in wat ze overstijgt. Zoals de betekenis van iemands gezicht ook niet gevonden wordt in de afzonderlijke onderdelen van mond, neus, ogen en oren. Die ligt daaraan voorbij in de stille, oneindig wisselende uitdrukking die zij samen vormen.

Jouw kleine pijporgel vulde niet alles op met luide emotionele muziek maar maakte met ijle, heldere klanken de stilte hoorbaar. Biddend voor de flakkerende paaskaars, ervoer de gemeente dat zij samen veel meer waren dan elk afzonderlijk ooit zou kunnen zijn. Zoals ook jouw stenen op zichzelf niets betekenen, naakt verspreid als ik ze nu zie liggen op het gras waar eens mijn dochters achter hun konijn aan renden. Alleen samen vormden die stenen een schrijn voor een stilte die de gewone dingen overstijgt, een surplus of overvloed van betekenis, als het gezicht van God.

Ach Ichthuskerk, wat heb ik veel herinneringen aan je. Wat heb jij mij gevormd, en waarde aan mijn leven toegevoegd. Terwijl naast jou de fotograaf in zijn studio fotografeerde en de dokter dokterde, de auto's voor de supermarkt parkeerden en mensen met zware tassen zeulden, voerden je daken van wisselende hoogte een onophoudelijke stille dans uit, als een gebed. Je doopvont waste het innerlijk schoon; je kapel riep het gebed in ons wakker; je kleurige ramen openden de ogen voor wat onzichtbaar is; je kansel verraste de oren met ontregelende bijbelverhalen; je lange tafel maakte brood en wijn tot voedsel voor de ziel. Zo redde jij onze alledaagse bezigheden van wassen, kijken, spreken, luisteren, eten en drinken uit hun doodse banaliteit, door ze op te tillen in een bezield verband.

Je bent niet de enige. Wat jou nu overkomt, is het lot van veel kerkgebouwen in ons land. Geschat wordt dat de komende tien jaar nog zeker anderhalf duizend kerken worden gesloten. Een dramatisch aantal. Soms krijgen ze een andere bestemming als winkel, sauna, bibliotheek of atelier. Ze worden gewone gebouwen met een nuttige, dus alledaagse functie.

Steeds minder kerken blijven er over die midden in het gedruis en gewoel van een dorp of wijk een liturgische stilte uitsparen, en zo mensen helpen dichterbij de diepe betekenis van hun bestaan te komen. Want, zegt de Franse schrijver-piloot Antoine de Saint-Exupéry, de waarheid die we zoeken komt niet als een antwoord op onze onrustige vragen, maar als hun opheffing.

Ach Ichthuskerk, jij bracht mij dichterbij de eeuwigheid maar bent zelf niet eeuwig gebleken, noch al die andere gebouwen die zullen verdwijnen - hoewel sommige monumentale kerken wel de schijn proberen op te houden.

Zou die wenteltrap op de foto, die zich als een laatste, ontvleesde bewoner uit het puin opricht, uitzien naar een ander, vriendelijker waaien van de geest? Naar een nieuw oplichten van het gelaat van God in een wereld zonder kerkgebouwen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden