Sloofjes voor rijke families

Veel Marokkaanse meisjes werken al jong als huishoudhulp. Het meisje op de foto niet. ©KRAUSE, JOHANSEN, HH Beeld
Veel Marokkaanse meisjes werken al jong als huishoudhulp. Het meisje op de foto niet. ©KRAUSE, JOHANSEN, HH

REPORTAGE | Tienduizenden meisjes onder de vijftien werken in Marokkaanse steden als dienstertje. 'Onze maatschappij respecteert het kind-zijn niet.'

"Toen ik naar Casablanca ging, wist ik niet dat ik ernaartoe ging om te werken. Ik was blij dat ik de stad zou zien. Maar ik moest van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat werken."

Veertien jaar is het Marokkaanse meisje Amina pas, maar toch heeft ze er al een arbeidzaam leven op zitten. Maandenlang was ze het sloofje van een rijke familie.

Wat Amina overkwam, staat niet op zichzelf. De schattingen van het aantal Marokkaanse meisjes onder de vijftien dat werkzaam is als hulpje in de huishouding lopen uiteen van 60.000 tot 80.000. "Hoeveel het er precies zijn, is eigenlijk niet heel belangrijk", zegt Omar Saadoene, "elk meisje is er een te veel."

Petites bonnes

Saadoene, een grote man met een vriendelijke glimlach, coördineert voor vrouwenorganisatie Insaf een project voor de reïntegratie van meisjes die eerder als dienstmeisje werkten. Bijna al deze petites bonnes, zoals ze in Marokko worden genoemd, komen van het platteland. Tussenpersonen functioneren als informele uitzendbureautjes, in veel gevallen maken de ouders niet eens kennis met de families bij wie hun dochtertje in huis komt.

Ook de ouders van Amina komen van het platteland. Ze leven van de opbrengst van het lapje grond dat ze hebben, maar die opbrengst is onvoldoende om hun kinderen te eten te geven en naar school te sturen. Net als veel andere ouders dachten ze dat Amina het beter zou hebben bij een 'gastfamilie', ook al moest ze huishoudelijk werk doen. Genoeg te eten, regelmatig nieuwe kleren, wat geld: het is meer dan ze hun dochter zelf kunnen bieden.

Insaf probeert de ouders op andere gedachten te brengen. Saadoene: "Onze maatschappelijk werksters gaan naar de rurale, arme gebieden rond Marrakesh om ouders voor te lichten over de risico's die jonge dienstmeisjes lopen en over het belang van scholing." De meeste petites bonnes zijn nog geen vijftien en dus officieel leerplichtig. Maar in afgelegen, bergachtige gebieden is de school vaak moeilijk bereikbaar en is er vrijwel geen controle op de naleving van de leerplicht.

Rode striemen op een kinderlijfje
Weinig berichten uit de media bereiken de dorpjes: ouders weten vaak niet welke gevaren hun dochter loopt door bij een gezin in de stad te gaan werken. Terwijl de risico's aanzienlijk zijn. Dat werd onlangs weer duidelijk toen kranten schokkende foto's publiceerden van het dode dienstmeisje Khadija: rode striemen en grote bloeduitstortingen op een kinderlijfje.

Khadija komt uit hetzelfde dorp als Amina en werkte als dienstertje bij een welgestelde familie in de kustplaats Eljedida. Eerst werd gedacht dat ze elf jaar oud was, maar uit haar geboortecertificaat bleek dat ze nog maar zeven was. Ze werd doodgeslagen door haar werkgeefster omdat ze een overhemd niet goed zou hebben gewassen.

Omar Saadoene vindt het schokkend dat er de laatste jaren zo weinig vooruitgang is geboekt op dit terrein. De doodslag van Khadija heeft hem aangegrepen. Insaf en andere maatschappelijke organisaties hebben voor veel publiciteit gezorgd rond de rechtszaak tegen de werkgeefster, maar het is de vraag of dat iets uit gaat halen.

Lichte straf
In de zaak van het 11-jarige dienstmeisje Zineb, dat door de echtgenote van een rechter het ziekenhuis in werd geslagen en daarbij blijvend letsel opliep, werd de dader tot 3,5 jaar veroordeeld - voor Marokkaanse begrippen een lichte straf. Saadoene: "Uit de straffen die worden opgelegd, blijkt niet dat we echt van dit fenomeen af willen. Realiseren we ons wel dat het hier om kinderen gaat? Onze maatschappij respecteert het kind-zijn niet."

Toch heeft de zaak-Khadija een positief gevolg: het wetsvoorstel om deze vorm van kinderarbeid tegen te gaan dat al twee jaar op behandeling lag te wachten, is eindelijk door de ministerraad besproken.

Met Amina liep het goed af. Dankzij Insaf woont ze weer bij haar ouders en gaat ze naar school - de organisatie betaalt haar ouders een soort beurs voor schoolspullen en eten. Het meisje is opgelucht: "Ik vond het niet leuk dat de kinderen van het gezin waar ik werkte wel naar school gingen en ik niet. Toen ik daar in Casablanca was, wist ik helemaal niets, maar nu leer ik steeds meer. En ik zie mijn vriendinnen, we helpen elkaar met huiswerk maken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden