Sloeg Hof het terrorismeboek nu echt dicht ?

Met de uitspraak van het hof in Den Haag is Nederland ’beroofd’ van zijn enige terroristische organisatie, de Hofstadgroep. Juridisch gezien kennen we hier geen terrorisme. Maar is dat zo?

De Hofstadgroep is niet de terroristische of criminele organisatie waarvoor ze werd gehouden, oordeelde het Haagse gerechtshof deze week. Maar de opwinding daarom afdoen als een bevlieging zou onjuist zijn. Daarvoor is er te veel gebeurd.

De beelden staan nog op ieders netvlies gebrand, de sfeer is nog niemand vergeten. De brute moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, de aanslagen in Madrid en Londen, de zware beveiliging van politici, het wapenvertoon op strategisch belangrijke plaatsen, de tanks bij de tunnels en natuurlijk de arrestatie van leden van de Hofstadgroep onder omstandigheden die het vage beeld dat mensen tot dan toe van haar hadden, in één klap verscherpte. Er werd een handgranaat gegooid naar het arrestatieteam en er ontstond een waar ’beleg’, uitmondend in het afvoeren van een paar louche ogende mannen.

De Hofstadgroep werd de belichaming van de dreiging en de onrust die Nederland in hun greep hielden. Volgens Jaap van Ginneken, massapsycholoog, heeft het Haagse gerechtshof nu keihard afgerekend met dat beeld. „De Hofstadgroep ís terrorisme, zo leek het. Dat is dat clubje met enge extremisten die met z’n allen terroristische daden zitten te plannen. Terwijl, onderstreept nu het arrest van het Haagse gerechtshof, de zogenaamd terroristische Hofstadgroep een fantasie, een hersenspinsel blijkt te zijn.”

Van Ginneken trekt een vergelijking met de terreurorganisatie Al-Kaida en Osama bin Laden. „Die man met zijn lange baard zou vanuit een grot in Afghanistan die geheimzinnige, angstaanjagende octopus van het moslimextremisme aan hebben zitten sturen. De werkelijkheid is natuurlijk complexer, maar deze reactie is wel begrijpelijk. Wij zijn erg slecht in staat ons het kwaad en de dreiging daarvan voor te stellen. En daarom heeft het kwaad een stempel, een naam nodig. De uitspraak van het Haagse gerechtshof heeft dat aangename idee van de aanwijsbaarheid van het kwaad verstoord. Maar ik vind het ook uitermate verfrissend. Het is de taak van rechters om dwars door al die vertroebelende omstandigheden heen te kijken en gewoon langs de lijnen van de wet hun oordeel uit te spreken. Dat is precies wat er nu gebeurd is.”

Maar is er wel langs de lijnen van de wet geoordeeld, en waaruit blijkt dat dan? Volgens Henri Beunders, hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur aan de Erasmus Universiteit, is het maar de vraag of het gerechtshof zo ’nuchter’ over de Hofstadgroep heeft geoordeeld als door velen wordt aangenomen. Zijn twijfel houdt verband met de mate waarin rechters rekening houden met maatschappelijke omstandigheden of zich daarentegen juist beperken tot de ’kale’ feiten. „Sinds de moorden op Fortuyn en Van Gogh hebben het Openbaar Ministerie en rechters het geregeld over de ’geschokte rechtsorde’ als verzwarende omstandigheid. Rechters gebruiken het begrip graag om ’grenspalen’ te slaan, maar het is nog een uiterst flexibel, eigenlijk rubberen begrip, waarmee je alles kunt doen wat je wilt. Het OM schermde er ook mee bij een Groninger die een kind verkrachtte, bij gruwelijke moorden en ook bij de Hells Angels die een criminele organisatie zouden zijn.”

Maar in het arrest van Volkert van der G., de moordenaar van Fortuyn, in 2003 werd nog nauwelijks van de geschokte rechtsorde gesproken. „Hij kreeg achttien jaar cel, dus geen levenslang, en er werd betoogd dat de verkiezingen niét door de moord op Fortuyn waren beïnvloed”, zegt Beunders. „Van Goghs moordenaar Mohammed B. kreeg wel levenslang. Omdat het begrip ’geschokte rechtsorde’ ook in de uitspraak over de Hofstadgroep niet voldoende lijkt te worden toegelicht, laat de uitspraak ruimte voor speculatie. In 2004 werden er scholen en kerken in de fik gestoken, in 2008 is het rustiger, maar ik weet nog steeds niet welk gewicht de rechters aan deze maatschappelijke omstandigheden hebben gegeven. Wat je zou kunnen vermoeden is dat de rechterlijke macht na de moord op Van Gogh meer gevoelig was voor die, mede door politiek en media gedefinieerde,’geschokte rechtsorde’. Nu neigt ze er, wellicht mede door het optreden van Geert Wilders tegen de islam, weer meer naar om de wet en de Grondwet als haar dominante richtsnoer te gebruiken. Zo kan ze haar onafhankelijkheid ten opzichte van de publieke opinie of, zo u wilt, het ’populisme’ bewijzen en zo stelt ze bovendien de moslimgemeenschap gerust. Maar zolang het begrip ’geschokte rechtsorde’ niet grondig is geanalyseerd en van zijn rubberen karakter is ontdaan, is dit allemaal slechts speculatie. Zolang niemand goed weet wat een geschokte rechtsorde eigenlijk is, zijn er goede redenen om aan te nemen dat ook de rechterlijke macht niet ontkomt aan de politieke en publicitaire waan van de dag.”

Leny de Groot-van Leeuwen, rechtssocioloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen, heeft meer vertrouwen in de professionele afstandelijkheid van de rechterlijke macht. „De tijdgeest beïnvloedt de rechtspraak, dat is zeker. Maar je kunt echt niet zeggen dat daarin de verklaring voor de uitspraak van het hof ligt. Als er twee weken geleden in Nederland een grote aanslag zou zijn geweest, zou de uitspraak van het hof deze week nog precies zo hebben geluid. Rechters doen niet aan de waan van de dag. Het lastige in dit dossier is bovendien dat het wetsartikel dat gebruikt is, artikel 140a, nog erg nieuw is en dat deze zaak de enige is waarin het is toegepast. Er moet nog een heel traject aan rechtsontwikkeling volgen.”

Feit blijft dat de Nederlanders na deze uitspraak nog steeds niet weten hoe het nu staat met het terrorisme in Nederland. Integendeel, zegt Peter van Koppen, rechtspsycholoog aan de universiteit van Leiden. Hij stelt net als Van Ginneken vast dat met de uitspraak van het gerechtshof over de Hofstadgroep een lang gekoesterde veronderstelling is doorgeprikt. „Als het in Nederland over terrorisme ging, en over de dreiging van moslimextremisme, dan ging het over de Hofstadgroep. Alles leek om die groep te draaien. Het hof heeft daar nu een dikke streep door gezet. Er is juridisch gezien geen terrorisme in Nederland.”

Maar geruststellend kan men dat moeilijk noemen. „Natuurlijk – en dat moeten we zeker niet uit het oog verliezen – er zijn zeker gruweldaden gepleegd door jonge mannen uit die Hofstadgroep”, zegt Van Ginneken. „Ze hebben Van Gogh vermoord en granaten naar agenten gegooid. Dat zijn ernstige geweldsdelicten en daar zijn de daders ook in hoger beroep voor veroordeeld. Maar die kwaadaardigheid is niet voortgekomen uit de organisatie die we de Hofstadgroep zijn gaan noemen. Zoals altijd is dat soort daden het uitvloeisel van een ingewikkeld proces waar veel meer bij komt kijken.”

Maar hoe zit het dan wél met de terroristische dreiging in Nederland, vraagt Van Koppen zich af. „Het lastige is: we hebben geen idee of er nog dreiging is, hoe groot die is en waar de dreiging vandaan komt”, zegt hij. „Natuurlijk, de AIVD doet geregeld mededelingen, maar daar is geen onafhankelijke toets voor. Tegelijkertijd zijn er, met het oog op dreiging van moslimextremisme, maatregelen getroffen die de vrijheid van burgers hebben ingeperkt. Misschien is dat wel terecht, maar we weten het niet. Wat we wel weten is dat de enige groep die tot nu het stempel ’terroristisch’ droeg, nu van dat stempel is ontdaan. Is er dan geen terrorisme in Nederland? Geen idee, en dat maakt het verwarrend. We weten nog steeds helemaal niets.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden