Slingerland

Wat is het leven toch geordend. Zelfs voor het aantal malen dat je iemand op een dag kunt groeten zonder dat het potsierlijk wordt, gelden regels.

Dat fijnmazige net van stilzwijgende afspraken over het begroeten strekt zich uit over schoolpleinen, perrons, gangen van kantoren. Nergens hangt een briefje met spelregels, zoals: 'groeten met geluid alleen toegestaan wanneer men elkaar tenminste één keer gesproken heeft'. En toch ontstaan zelden opstootjes doordat mensen elkaar op de verkeerde wijze begroet hebben.

's Ochtends, wanneer het op het schoolplein een gekrioel is van ouders en kinderen, vinden echt communicatieve hoogstandjes plaats. De meeste ouders, grootouders en oppassen kennen elkaar van gezicht, sommigen al jaren, maar de wijze van begroeten is zeer verschillend. Mensen die elkaar al jaren op dezelfde plek tegenkomen, maar die nog nooit een woord gewisseld hebben, horen elkaar te negeren. Natuurlijk herkennen ze elkaar, maar dat mag niet blijken. En dat gebeurt dan ook niet.

Op het schoolplein geven alleen die mensen hoorbaar blijk van herkenning die, al is het maar één keer, een gesprek gevoerd hebben. Het groeten met geluid, hoe kort ook, van iemand met wie je nooit gepraat hebt, is ongepast. Vraag me niet waarom, het is gewoon zo.

Dat betekent dat het temidden van vage en minder vage bekenden naar school fietsen en het daarna weer naar huis fietsen een grote alertheid vereist, wil je tenminste niet afgaan in het grote groetspel. Het komt daarbij aan op een uitgebalanceerde afwisseling tussen herkennen en negeren. Ik speel mee en balanceer daardoor bij het naar school brengen van de kinderen op de toppen van mijn communicatieve vermogens.

De weg terug, van school naar huis is zo mogelijk nog lastiger. Want hoe groet je iemand die je die dag al vijf keer gezien hebt. Eerst 's ochtends op de fiets (hai), dan bij het hek van school (een beweging met wenkbrauwen of mond), bij de kapstok (een snelle blik), in de klas (even negeren), weer beneden bij het van slot halen van de fiets (een bondgenotenknikje: ze zijn weer een paar uur van de vloer).

De zesde groet van die dag mag niet een klakkeloze herhaling zijn van de eerste. Je moet een variatie aanbrengen, hoe klein ook. Maar negeren kan ook niet. Niet al te vaak tenminste. Twee keer is het maximum, zegt mijn gevoel.

Op het werk begint het volgende groetspel. Je ziet elkaar in de gang (hoi), loopt daarna weer eens terug, komt elkaar weer tegen (knikje), en wanneer je een collega hebt met een parallel bioritme, of even weinig zitvlees, kun je elkaar die dag nog minstens tien keer tegenkomen in diezelfde gang. Volgens de herziene editie van Amy Groskamp hoort men in liften van kantoren en warenhuizen helemaal niet te groeten. Nu vergen liften ook een zeer precieze timing, als het om groeten gaat. Vreemdelingen kun je negeren, desnoods met een beroep op Amy, maar vooral het begroeten van niet al te goede bekenden is lastig. Een begroeting in vraagvorm heeft alleen zin wanneer men in een torenflat beiden minstens tien verdiepingen verder moet, want anders kan het antwoord toch niet langer duren dan enkele seconden. Nog moeilijker is de afscheidsgroet. Een te vroeg ingezette 'dag' wanneer iemand de lift verlaat zorgt voor een pijnlijke stilte, in afwachting van het bereiken van de juiste etage. Te laat ingezet gaat de groet verloren in het klappen van de deur.

Wat zijn mensen toch knap, dat ze dit allemaal kunnen. En dat zonder erover na te denken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden