Slingerland

Een van de helden van AH die een winkeldief met geweld overmeesterden, blijkt een strafblad te hebben. Minpuntje, maar hij is al zoveel dagen een nationale held geweest dat zijn status wel tegen een stootje kan. Toch kan een held zich ook weer niet alles permitteren.

Stel dat de helden van AH Marokkaanse jongens geweest waren, op scooters en met een zwart leren jas aan. Of Tsjetsjenen, of ex-Joegoslaven. Waren ze dan ook zo snel op het schild geheven en rondgedragen als nu het geval was? Hoe snel we ook met ons oordeel zijn, we zijn altijd nog sneller met het onderbrengen van het object van ons oordeel in een groep.

Man of vrouw, daar begint het vaak mee, vriend of vijand, vreemd of vertrouwd. Onuitroeibaar, die manier van denken en alleen al daarom is het een illusie dat er ooit een samenleving ontstaat waarbij we onze medeburgers zonder onderscheid tegemoet treden. Zoals ijsberen en panda's bij fans van het Wereldnatuurfonds een knuffelig imago hebben, ondanks hun tanden en klauwen, zo roepen Marokkaanse jongens wantrouwen op. Een campagne als 'knuffel een kut-Marokkaan' zal daar niets aan helpen. Weggegooid geld.

Nee, als er ooit een brug kan komen tussen Nederlanders en Marokkanen - wat dan nooit meer zal zijn dan een gammele touwbrug - dan moet die uit een heel andere hoek komen. In Letter en Geest van afgelopen zaterdag biedt de antropoloog Hans Werdmölder een klein aanknopingspunt. Onbedoeld waarschijnlijk, want de portee van zijn betoog gaat de andere kant op. Een reden te meer om deze kleine aanwijzing serieus te nemen. Bij het observeren van Marokkanen in hun eigen land ontdekte Werdmölder een typisch Marokkaanse gewoonte, namelijk om de schuld bij anderen te leggen.

Grappig, zo'n uitheemse gewoonte die je hier in de polder gewoon op het voetbalveld ook aantreft. Of bij de disco, waar de portier een kogel in zijn lijf krijgt als hij iemand de deur uitzet. Natuurlijk, een Marokkaan blijft altijd een risicofactor, houd ik ook de twee Marokkaanse jongetjes voor die hier geregeld in huis komen.

Ze zijn vijf en negen en ze komen af en toe met hun moeder mee, die hier iedere week wel een keer haar hoofddoek aan de kapstok hangt. Je kunt het ze niet vroeg genoeg inpeperen. Toen hun moeder vorige week van de onderste paar treden van de trap gleed kreeg mijn in coma verkerende geloof in het intermenselijke contact tussen haar en mij toch een kleine reanimatie. Dat kwam door wat ze in haar schrik uitriep: ''O mijn God''.

Maar het zou ook kunnen dat ze iemand anders de schuld gaf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden