Slim kind laagopgeleide ouders houdt achterstand

Analyse Onderwijswereld schrikt wakker: de verschillen in kansen nemen niet af maar toe

WILMA VAN METEREN EN HANNE OBBINK en REDACTIE ONDERWIJS & OPVOEDING

Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt zelden een kwartje. Een spreekwoord uit de lang vervlogen tijd dat Nederland strikt verdeeld was in rangen en standen? Integendeel, stelde de onderwijsinspectie gisteren in haar jaarlijkse verslag.

Kinderen van laagopgeleide ouders schoppen het op school minder ver dan hun klasgenoten met hoogopleide vaders en moeders, ook als ze net zo intelligent zijn. Die verschillen in kansen nemen niet af, maar toe. Het wordt voor iemands schoolloopbaan steeds bepalender uit welk gezin hij komt.

"Daar schrik ik van", zei inspecteur-generaal Monique Vogelzang, en politici, schoolbestuurders, lerarenvakbonden en noem maar op schrokken net zo hard. Hoe kan het dat iets wat niemand wil toch gebeurt?

Allereerst de feiten. Kinderen met laagopgeleide ouders krijgen vaker een laag schooladvies aan het eind van de basisschool, en dat advies wordt minder vaak bijgesteld als ze daarna toch hoog scoren op de eindtoets. In het voortgezet onderwijs zakken ze vervolgens vaker af naar een lager niveau dan waarop ze binnenkwamen. Ze gaan uiteindelijk ook minder vaak naar hogeschool of universiteit.

Die toenemende kansenongelijkheid heeft meerdere oorzaken, stelt de inspectie, maar de belangrijkste lijkt toch: de invloed van hoogopgeleide ouders. Die zijn zich zeer bewust van het belang van de schoolloopbaan van hun kind. Ze spannen zich meer in om een goede school te kiezen, hebben sneller in de gaten als hun kind achterloopt en sturen hen vaker naar bijles.

Deze ouders willen hun kinderen ook snel en hoog in het voortgezet onderwijs geplaatst hebben. Kan hun kind gymnasium aan? Dan liever niet in één brugklas met gewone vwo'ers of havisten. Moet hun kind naar het vmbo-t? Oké, maar dan niet in één klas met leerlingen op lagere vmbo-niveaus.

Scholen spelen in op deze wensen door minder vaak gemengde brugklassen aan te bieden. Voor de belangen van laagopgeleide ouders hebben zij minder oog - net als die ouders zelf, meestal. Veelbelovende kinderen binnenhalen is tenslotte goed voor een school, al was het maar omdat ze daarmee haar scores kan opvijzelen.

Zo wordt een al langer bekritiseerd kenmerk van het Nederlandse onderwijsstelsel versterkt, een kenmerk dat toch al nadelig uitpakt voor kinderen met laagopgeleide ouders: het feit dat leerlingen al op hun twaalfde moeten kiezen voor een schoolniveau. Kansarme kinderen hebben vaak meer tijd nodig om zich te bewijzen. Maar in brugklassen met slechts één niveau is de keus die kinderen op hun twaalfde maken meteen bepalend. Kansen om in een gemengde brugklas alsnog te laten zien dat ze een hoger niveau aankunnen, krijgen ze niet. Kansen om zich op te trekken aan betere leerlingen trouwens ook niet.

Er zijn veel meer oorzaken. De verwachtingen van leraren bijvoorbeeld: zij gaan er - onbewust - van uit dat kinderen uit hogere milieus meer kunnen, en geven die kinderen dus meer kansen zich te bewijzen. Of de kwaliteit van scholen in mindere buurten: kinderen met laagopgeleide ouders komen vaker terecht op zwakke scholen.

Het inspectierapport is al een alarmbel genoemd. Maar juist doordat er zoveel oorzaken zijn, liggen oplossingen niet voor de hand.

OPINIE 21

Ongelijkheid is weer een groot thema, nu ook al op school

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden